Je moet geen 8 uur wiskunde gehad hebben in het middelbaar. Op mijn middelbare school hadden we WeWi-6 en WeWi-7 en het feit is wel dat van de twaalf mensen uit WeWi-7 er zes burgerlijk ingenieur zijn gaan doen. Uit de WeWi-6 geen enkele. Het is gewoon een feit dat indien je burgerlijk wil doen je best wat wiskundige uitdaging kan gebruiken. De leerstof op zich helpt je vrij weinig. Ik had een streepje voor op Discrete Wiskunde in het eerste jaar omdat wij al uitgebreid verzamelingen en modulorekenen hadden gezien in dat extra uur in het secundair.
Je moet ook geen grote scores op uw rapport gehad hebben in het middelbaar. De manier van les krijgen en het verschil tussen 'leren' en 'studeren' is zodanig groot dat uw eindrapport in het middelbaar geen enkele maatstaaf is voor uw slaagpercentages in de richting. Persoonlijk vind ik de eventuele discipline die je had in het middelbaar een belangrijkere eigenschap. Leerlingen die taken en leren nogal graag uitstellen gaan dat rap overnemen in het hoger. Ikzelf was in het middelbaar altijd vrij goed bezig: ik maakte taken goed op tijd, zorgde dat ik alles goed geleerd had enzo. In burgerlijk heb ik die discipline overgenomen maar dat alleen was niet genoeg. De manier van studeren moet je ook veranderen en daar was ik op gefaald.
Modelvoorbeeld bij mij was scheikunde. Ik heb daar zo'n tien dagen aan gestudeerd, regelmatig tot half twee 's nachts. Altijd weer om 7u55 opstaan om verder te studeren dat heel de examenperiode lang. Maar ik leerde verkeerd waardoor ik toch maar 'n zes haalde. Het examenmoment zelf is ook cruciaal. Ik had toen de neiging om te flippen als de vragen tegenzaten.
Het eerste jaar burgerlijk is voornamelijk wiskunde. Je krijgt bitter weinig ingenieursvakken. En ingenieursvakken die zich zo profileren stellen ook maar weinig voor. Die wiskunde vakken zijn dan ook de buisvakken. De analyses, scheikunde, meetkunde & lineaire algebra en natuurkunde.
In het eerste semester van het tweede jaar zet die trend zich voort. Dan krijg je nog steeds analyse en natuurkunde met soort van ingenieursvak-hybrides. Je mag ingenieursonderwerpen aanraken (mechanica, elektronica, enz) maar nog steeds komt het erop neer om iets uit te rekenen met één vast getal als antwoord.
In het tweede semester van het tweede jaar begin je dan echte ingenieursvakken te krijgen. Dan zal je oefeningen op moeten lossen door keuzes te maken en te itereren. Tot hiertoe zal je dat nog niet gedaan hebben. Toegepast op mijn vakgebied wil dat dus zeggen dat ik in een constructie de diameter van een riemschijf moet kiezen, alles uitreken en nog verdere keuzes maak en dan evalueer ofdat die keuzes wel goed waren. Dan itereren indien ze niet goed waren. De keuze op zich is niet het belangrijkste, er is immers vaak geen goede of foute keuze maar de motivering is belangrijk. Je gaat dan ook mondelinge examens krijgen waarop je die motiveringen dan zal moeten uitleggen. Dan komt het erop neer dat je alles begrijpt en kan uitleggen. Niet ofdat je een of andere flutformule wel goed vanbuiten geblokt hebt.
Normaalgezien zou de moeilijkheid vanaf hier geen probleem mogen geven. Je hebt immers gekozen voor wat je interesseert en dat geeft een extra boost. Maar nog steeds ga je kutvakken krijgen hoor. Ik heb nu weer scheikunde en statistiek...