drefo
Legacy Member
Marc KRUITHOF, Aangekondigd op : Donderdag 05 juni 2008
Toch al snel een feedbackend geluid, omdat ik versteld sta van het aantal studenten dat schrijft dat een VZW een burgerlijke vennootschap is. Een VZW is een VERENIGING zonder winstoogmerk, geen vennootschap dus! Dat hebben jullie toch geleerd dit academiejaar, in Privaatrecht? En een vennootschap met sociaal oogmerk is niet noodzakelijk een burgerlijke vennootschap, dat staat zowel in de cursustekst als in de wet, dus dat kon je opzoeken.
Ook een goede raad voor volgende examens: vergeet vooral uw common sense, het normale "boerenverstand" niet mee te brengen. Want zovelen van jullie schrijven dat Hoegaarden een benaming van oorsprong of ander soort gereguleerde geografische aanduiding zou zijn, maar wie zou ooit de aanvraag hebben ingediend om deze bescherming voor deze benaming te krijgen? Wie zou daar nu belang bij kunnen hebben? En o ja, spring niet in je pen op basis van eerste associaties: de 3 regelingen die minstens moesten worden besproken waren niet de verschillende soorten geografisch gebonden benamingsreglementeringen, maar wel (1) benaming van oorsprong, (2) merk, en (3) misleidende reclame. Hoegaarden is namelijk een doodgewoon merk, waarvan InBev (of een dochtervennootschap) merkhouder is. Het is typisch dat studenten vragen beantwoorden alsof ze over één bladzijde in de cursus zouden moeten gaan, maar feitensituaties laten zich niet wringen in de structuur van een cursus. Het is dus essentieel dat je een bird's eye view van de stof hebt, om dan te bepalen waarover het allemaal kan gaan in een feitensituatie. Precies om te vermijden dat iedereen alleen maar over die benamingen van oorsprong zou schrijven, heb ik in de opgave geschreven dat je meer dan 1 regeling moest bespreken (van toepassing of niet), en toch doen de meesten dat dus niet. Uw examinator is een beetje gefrustreerd. Nog een opmerkingetje over deze vraag: blijkbaar weten veel te veel studenten niet wat het woord "generiek" betekent. "Genus" is Latijn, en wordt nu gebruikt in de betekenis van "soort" (het betekent ook "geslacht"). Een generieke benaming is dus hetzelfde als een soortnaam. Je kan Hoegaarden dus NOOIT een soortnaam noemen, want die naam is niet de naam van een soort bier (het is niet zo dat gelijk wie een bier kan brouwen dat bekend staat onder de soortnaam Hoegaarden). "Bier" is een generieke benaming. Die term is toch niet geleerd? Tegenwoordig is het onderscheid tussen merkgeneesmiddelen en generieke geneesmiddelen toch alom bekend?
Gefrusteerde docent.
Toch al snel een feedbackend geluid, omdat ik versteld sta van het aantal studenten dat schrijft dat een VZW een burgerlijke vennootschap is. Een VZW is een VERENIGING zonder winstoogmerk, geen vennootschap dus! Dat hebben jullie toch geleerd dit academiejaar, in Privaatrecht? En een vennootschap met sociaal oogmerk is niet noodzakelijk een burgerlijke vennootschap, dat staat zowel in de cursustekst als in de wet, dus dat kon je opzoeken.
Ook een goede raad voor volgende examens: vergeet vooral uw common sense, het normale "boerenverstand" niet mee te brengen. Want zovelen van jullie schrijven dat Hoegaarden een benaming van oorsprong of ander soort gereguleerde geografische aanduiding zou zijn, maar wie zou ooit de aanvraag hebben ingediend om deze bescherming voor deze benaming te krijgen? Wie zou daar nu belang bij kunnen hebben? En o ja, spring niet in je pen op basis van eerste associaties: de 3 regelingen die minstens moesten worden besproken waren niet de verschillende soorten geografisch gebonden benamingsreglementeringen, maar wel (1) benaming van oorsprong, (2) merk, en (3) misleidende reclame. Hoegaarden is namelijk een doodgewoon merk, waarvan InBev (of een dochtervennootschap) merkhouder is. Het is typisch dat studenten vragen beantwoorden alsof ze over één bladzijde in de cursus zouden moeten gaan, maar feitensituaties laten zich niet wringen in de structuur van een cursus. Het is dus essentieel dat je een bird's eye view van de stof hebt, om dan te bepalen waarover het allemaal kan gaan in een feitensituatie. Precies om te vermijden dat iedereen alleen maar over die benamingen van oorsprong zou schrijven, heb ik in de opgave geschreven dat je meer dan 1 regeling moest bespreken (van toepassing of niet), en toch doen de meesten dat dus niet. Uw examinator is een beetje gefrustreerd. Nog een opmerkingetje over deze vraag: blijkbaar weten veel te veel studenten niet wat het woord "generiek" betekent. "Genus" is Latijn, en wordt nu gebruikt in de betekenis van "soort" (het betekent ook "geslacht"). Een generieke benaming is dus hetzelfde als een soortnaam. Je kan Hoegaarden dus NOOIT een soortnaam noemen, want die naam is niet de naam van een soort bier (het is niet zo dat gelijk wie een bier kan brouwen dat bekend staat onder de soortnaam Hoegaarden). "Bier" is een generieke benaming. Die term is toch niet geleerd? Tegenwoordig is het onderscheid tussen merkgeneesmiddelen en generieke geneesmiddelen toch alom bekend?
Gefrusteerde docent.






Financiële analyse ging echt vanzelf, hij kon wel 'moeilijkere' dingen gevraagd hebben. NBK, BBK en netto-thesaurie, financiële onafhankelijkheid, Cash flow gans bespreken, ... Da's nu niet echt moeilijk te noemen
