“Onze belangstelling ligt in een historische verbeeldingskracht (die aanwezig wordt geacht) in de studie van ‘het schoolse’ die focust op kennis als een veld van culturele praktijken en culturele productie. Dit betekent dat we ‘historiseren’ [cf. historiciteit of het historisch contextualiseren] wat voorheen ondergeschikt was aan/ten dienste stond van een filosofisch ‘onbewustzijn’ [het zich niet bewust zijn van iets], d.w.z. de objecten [= de traditionele geschiedschrijving zelf, als product van het werk van de historicus, cf. historisme of modernisme] die waren als monumenten die hun morele geboden en bevrijdende verhalen van verlossing [en vooruitgang] projecteerden [cf. zelfdiscours]. Deze historiciteit verwerpt geen overtuigingen [cf. neutraliteit, afstandname], maar beschouwt hoe (deze) overtuigingen geïnternaliseerd en ingesloten worden doorheen het maken van objecten van interpretatie, reflectie, en kansen/mogelijkheden [= narratio’s, cf. postmodernisme].”