Riooljournalistiek kent geen ethiek
Veel reactie en controversie op het artikel ‘Wat is er zo leuk om op een studentendoop iemand zo te vernederen’ van G.N.. Rond deze tijd van het jaar komen er altijd wel wat journalisten op de proppen. Doop is nu eenmaal sensatie. Daarvoor is geen brug te ver. Twee van onze schachten werden benaderd door G.N.. Ze waren zo vrij om hun deel van het verhaal te vertellen. Een doop bij de Vlaamse Economische Kring. Hun woorden verder echter omgevormd naar de pen van G.N. Onderstaande reactie is een samenspanning van krachten van het Faculteiten Konvent (FK), het Senioren Konvent (SK), de Dienst Studenten Activiteiten (DSA), de Vlaamse Economische Kring, de UGent en Laurence zelf.
Reactie over het artikel
Een doop is vandaag de dag nog nooit zo gereglementeerd en voorbereid geweest. Zo is er een doopdecreet vanuit de overkoepelende studentenvereniging (FK) opgelegd, waarin duidelijk staat wat wel/niet mag, welke producten wel/niet mogen gebruikt worden, enz. Zij controleren ook elke doop.
Tevens worden er binnen de Vlaamse Economische Kring elk jaar inspanningen gedaan om de doop zo veilig en aangenaam mogelijk te laten verlopen. Dit jaar was de lijst van producten die niet mochten gebruikt worden nog nooit zo groot. Van elke schacht werd een dossier bijgehouden van producten waar hij/zij allergisch voor is, welke fysieke problemen hij/zij heeft (rugklachten, knieën, …

, enz. Daarnaast werden er genoeg thermische dekens voorzien in geval mensen het te koud zouden krijgen. Zo was er tijdens het eerste uur reeds een meisje die het koud had, waarop wij onmiddellijk reageerden met haar te verwarmen in ons café, haar een kop koffie te geven, iets te geven om te eten, enz.
Wat betreft het voeren van 2 mensen naar de spoed: dit klinkt natuurlijk sensationeel, maar is het allesbehalve. Van bij de voorbereidingen is er duidelijk gezegd: bij elk mogelijke kwetsuur of probleem, wordt de persoon onmiddellijk naar spoed gebracht, om alle problemen onmiddellijk te kunnen aanpakken. Is het niet zo dat een sportclub op een uitstap op 120 deelnemers, minstens 2 mensen naar spoed moet voeren voor allerlei kwaaltjes (rugpijn, omgezwikte enkel, …

. Uiteindelijk bleken deze twee personen geen van beiden met iets ernstigs te kampen. Integendeel, ze beslisten zelf opnieuw deel te nemen aan de doop.
Voorts moet de doop gezien worden in een proces van beginnend student tot volwaardig clublid. Uiteraard is de doop een beetje afzien”, maar naarmate de dag vordert, worden de activiteiten steeds leuker en zijn deze meer gericht op teambuilding. Zo is de doop een overgang van een groep individuele studenten, die nadien een hechte kring van clubleden worden. Overdag hebben ze elkaar leren kennen in moeilijke tijden, wat de beste band schept. Daardoor ook is het clubgevoel binnen studentenclubs zo groot.
Wat betreft studies zie je dat studenten met doorzettingsvermogen het verst schoppen in het leven. Ook dat is een onderdeel van de doop. Waarom zijn er in het zakenleven zoveel ex-praesidiumleden zo succesvol? Tijdens de doop is niemand verplicht om ongewild verder te gaan, iedereen mag op elk moment uit vrije wil stoppen. Uiteraard zijn wij dan enorm verbaasd als mensen die niet opgeven, achteraf niet blij zijn dat ze gedoopt zijn.
Bij het begin van de doop werd er voor elke schacht een zak voorzien, met zijn/haar nummer op, voor persoonlijke bezittingen (gsm, sleutels, …

. Deze zakken werden veilig bewaard en dienden ervoor om te verzekeren dat er geen enkele persoonlijke bezitting kwijt geraakte of beschadigd werd (vb. gsm die met vocht in contact komt). Dit is een dienst naar onze schachten toe.
Ook werd op dat moment op het gezicht van elke schacht duidelijk genoteerd welke allergieën, kwaaltjes (rug, knieën, …

deze persoon had. Tijdens de inschrijving wordt een doopfiche ingevuld. In deze doopfiche staat elk mogelijk kwaaltje genoteerd. Dit om er voor te zorgen dat niemand in gevaar kwam.
Voorts is het psychologische aspect van een doop het belangrijkste: tijdens een doop wordt er inderdaad geroepen, maar dit blijft oppervlakkig (vb. domme schacht) en wordt nooit persoonlijk. Dit psychologische aspect maakt de doop tot wat hij is: niet meer dan een dag waarbij je van nul begint en geleidelijk aan groeit tot een prachtig clublid.
Wat nog ontbreekt in het artikel, is het feit dat er dit jaar werd gewerkt met een doopcomité (zij droegen een oranje overall), die de doop tot in de puntjes hadden voorbereid (volgens het doopdecreet van het FK) en die enkel mochten dopen. Zij zijn één voor één mensen met ervaring in dopen en waren tevens de enigen die mochten dopen. De mensen in een witte kiel mochten toekijken, maar niets ondernemen, tenzij goedgekeurd door het doopcomité. Hier werd heel streng op toegezien.
Om te reageren op Tim zijn gebruiksdag: er werd duidelijk een papier getekend bij de schachtenverkoop (door peter/meter en schacht) waarop stond wat wel en niet mocht (men mocht niet buiten Gent, men mocht niet fysiek afgepeigerd worden (dus op handen en voeten lopen was niet toegestaan), men mocht niet vernederd worden, …

. Bij elke inbreuk hierop, moest de schacht dit melden (telefonisch: het telefoonnummer van verschillende personen van het doopcomité werd aan alle schachten gegeven) en werd hij/zij onmiddellijk bij zijn peter/meter onteigend en kwamen onder de hoede van het doopcomité. Dit wisten alle schachten en meters/peters zeer goed. Mocht dit al gebeurd zijn, dan had Tim ons moeten verwittigen.
Aan de buitentemperatuur konden we weinig doen, toch werd op geregelde tijdstippen aan de schachten een aantal sportoefeningen opgelegd (op en neer springen, fietsen, aerobicoefeningen, …

om het warm te krijgen. Tevens werd rond 10 uur een vuilniszak gegeven, die de warmte beter bij het lichaam hield. Ook waren, zoals eerder gezegd, meerdere thermische dekens voorzien in geval mensen het te koud zouden krijgen. En om het groepsgevoel te stimuleren, werden ook dikwijls groepsknuffels gegeven. Mensonterend???
Over het aansporen om urine te drinken zijn we zeer duidelijk: dit mag niet, is nog nooit getolereerd geweest en kan niet gebeurd zijn. Er is zoveel toezicht van het doopcomité, dat dit nooit wordt toegelaten, zelfs niet het aanzetten tot. Men weet duidelijk dat als dit zou gebeuren, onze studentenclub misschien voor altijd zijn doop kwijt is.
De doopvont is steeds het paradepaardje van de doop: hierin komen allerlei eetbare producten (augurken, peperkoek, water, koekjes, …

, die elk lekker zijn op zich, maar de combinatie is toch niet zo smakelijk. Nooit zullen er uitwerpselen of andere zaken in zitten, dit is niet toegelaten. Van belang is het psychologische aspect: de schachten moeten denken dat er allerlei viezigheden in de doopvont zitten, maar dit is totaal niet zo.
Na de doop heb ik vele schachten met enorme fierheid hun dooplint in ontvangst zien nemen. Sommigen onder hen droegen het zelfs de volgende dag in de les en ook tijdens de openingsfuif, om hun fierheid tot het behalen van de doop te tonen. Dit schept een enorme band tussen de clubleden.
Tijdens de doop speelt het doopcomité een rollenspel: zij moeten streng zijn en ook zo lijken. Maar dit dient enkel om de groep in toom te kunnen houden. Probeer als leerkracht maar eens met 120 studenten op stap te gaan… Maar voor en na de doop zijn alle schachten volwaardige vrienden, waarop hun peter of meter super fier is (waarom zou hij/zij anders zoveel betalen om hun peter te zijn?).
Reactie op het artikel
Je zal altijd voorstanders en tegenstanders hebben van dopen. Feit is dat het een studentikoze traditie is die door vele verenigingen nog in stand wordt gehouden. Misschien wel de enige echte studentikoze traditie.
De voorbije jaren zijn er grote evoluties geweest in de manier van dopen. Na de film ‘Ad Fundum’ werd het hele studentenleven door het slijk gehaald. Dopen? Dat was een ware schande.
In de voorbije jaren werkte het FK in samenwerking met het SK aan een doopdecreet. Dit doopdecreet bindt de studentenvereniging met bepaalde regels. De interne en externe controlegroep van het FK en de controle van de DSA hebben de VEK doop volledig goedgekeurd.
Wat houdt zo’n doopdecreet nu allemaal in? Wel, de kringen dienen al hun rekeningafschriften in van aankopen voor de doop. Ze dienen een volledig draaiboek in en de nodige extra informatie.
De doop wordt tegenwoordig streng gecontroleerd.
Hoe kunnen dan zo’n dingen als in het artikel gebeuren? Na een dialoog tussen Laurence en rector Paul Van Cauwenberge bleek dat het artikel van G.N. ruime interpretaties en extra toevoegingen kent. Laurence heeft ook de positieve punten van de doop aangehaald, doch werden die genegeerd in het artikel door G.N..
G.N. contacteerde tevens Maarten Tollenaere (praeses van de VEK), Jan Willems (voorzitter F.K.) en Hans Pijpelink (studentenbeheerder DSA). Ook deze woorden werden verkeerd neergeschreven in het artikel.
De VEK, het SK en het FK en de DSA betreuren dan ook deze vorm van journalistiek.