"De mate van genderconformiteit heeft dan ook belangrijke implicaties voor de mate van discriminatie die holebiseksuelen ervaren. Onderzoek wijst uit dat holebi’s die afwijken van de gendernormen meer discriminatie en vooroordelen ervaren dan holebi’s die zich genderconform gedragen (Fingerhut & Peplau, 2006; Levahot & Lambert, 2007). Dit geldt vooral voor homoseksuele mannen, bij wie vrouwelijke karaktertrekken negatiever beoordeeld worden dan mannelijke karaktertrekken bij vrouwen (Sandfort, 2005). De maatschappelijke vraag om genderconform gedrag gaat zelfs zo ver dat heteroseksuele nonconformerende scholieren meer discriminatie ervaren dan homoseksuele genderconformerende scholieren (Horn, 2007)."
"Het relatieve belang dat gehecht wordt aan masculiniteit door mannen blijkt een hoge voorspeller blijkt te zijn van hun homonegativiteit (Cox et al., 2012), wat de theorie van Nielsen et al. lijkt te bevestigen. Ook de heteronormativiteit die naar voor wordt geschoven door Nielsen et al. (2006), komt terug in het heersende idee dat holebiseksuelen zelf schuldig zijn aan het bestaan van homonegativiteit: wanneer zij zich houden aan de genderconforme regels, zullen zij niet gediscrimineerd worden (Cox et al., 2012). Het belang dat heteroseksuelen hechten aan het behouden van deze dichotomie tussen man en vrouw en waarop zij nonconformerende holebi’s afrekenen, consolideert de heteronormativiteit in de maatschappij (Cox et al., 2012).
Aangehaalde studies wijzen op een belangrijke factor die bijdraagt tot de discriminatie van holebiseksuelen, namelijk het al dan niet conformeren aan gendernormen. De conclusie is dan ook dat het niet de seksuele oriëntatie op zich is die de trigger kan zijn voor homonegativiteit, maar het al dan niet aanwezig zijn van genderconform gedrag en de aanvaarding die men al dan niet heeft tegenover genderafwijkend gedrag."
"De moderne vorm van homonegativiteit staat voor een minimalisering van de problematiek, een schijntolerante attitude tegenover holebiseksuelen, het hanteren van een strikte gendernormering, het negeren of niet willen erkennen van holebiseksualiteit, een wantrouwen tegenover mogelijke seksuele avances, een afkeer van seks tussen partners van hetzelfde geslacht en het zich niet willen associëren met holebiseksuelen (Crocker, 2005: Dewaele & Van Houtte, 2010, Cox, 2012). Deze vooroordelen zijn subtieler, waarbij een waarde als tolerantie gepredikt wordt, maar het beoordelen van holebi’s afgemeten wordt aan een vooropgestelde norm die door de heteroseksuele omgeving vastgesteld wordt (Crocker, 2005; Van Wijk et al., 2005, Pickery & Noppe, 2007). De religieuze en maatschappelijke argumenten die de basis vormden van de traditionele vormen van homonegativiteit hebben plaatsgemaakt voor overtuigingen gebaseerd op het idee dat holebi’s ondertussen al hun rechten verworven hebben en niets meer hebben om voor te strijden, het idee dat discriminatie iets van het verleden is en het idee dat holebi’s het zichzelf moeilijk maken door juist een nadruk te leggen op de eigen seksuele oriëntatie (Morrison, Morrisson & Franklin, 2009)."