frederic_vg
Legacy Member
Hallo iedereen
Omdat ik geen sub-forum zag, dan maar hier
Hobby/vrije tijd =schrijven
De eerste 750 woorden voor jullie en ik ben benieuwd wat jullie er van vinden.
Het hoofdpersonage Is Enna. Zij staat op het punt de tempel van Akkator te ontdekken.
Leest het vlot?
Is het realistisch?
Zijn jullie benieuwd naar meer?
Blijven jullie hangen, zouden jullie verder lezen?
Wat zijn jullie ergernissen?
De eerste bladzijden bepalen vaak/altijd of de lezer al dan niet zal verder lezen.
Ik ben onzeker maar wil zo kritisch mogelijk zijn voor mezelf.
De belangrijkste vraag!
Kan ik wel schrijven of laat ik het beter aan mij voorbij gaan?
Ik wens jullie veel leesplezier.
Fragment:
De Tempeliers Van Akkator
1.
Het zweet parelde op Enna ’s voorhoofd.
Ze wankelde gevaarlijk heen en weer op een smalle stenen brug en kon nog maar net haar evenwicht houden. Ze hoorde stukken steengruis onder haar bergschoenen knerpen en vreesde dat de brug niet lang meer ging standhouden. De kolkende lava rivier die diep onder haar lag bulderde kokend door de ravijn. De kleinste windstoot kon haar ieder moment fataal worden maar Enna bleef geconcentreerd naar haar einddoel kijken. Ze was op slechts enkele meters verwijderd van de tempel van Akkator. Tientallen vlammentoortsen wierpen grillige schaduwen op een eeuwenoude tempel die was opgebouwd tegen een hoge bergflank. Ook al was ze zo dichtbij, toch verwenste ze zichzelf op dit hachelijke moment. Waarom was ze niet gewoon tandarts of secretaresse geworden. Waar was ze toch aan begonnen!
Maar Enna wist dat ze geen andere keuze had. Het was de enige manier om haar vader ooit levend terug te vinden. Enna haalde zich zijn gezicht voor de geest. Ze had dezelfde diepbruine ogen als hem. Zijn gebruinde huid en zijn ruwe stoppelbaard waarmee hij de goedhartigheid die in hem schuilging verborgen hield voor zijn vijanden. Haar onbevreesde vader, avonturier in hart en nieren, zou zonder enige moeite dit bruggetje oversteken.
Enna schrok op uit haar gepeins toen een lavasteen bruusk omhoog geslingerd werd. Ze dook weg en de roodgloeiende steen miste haar op een haar na maar hierdoor slipte haar rechterbeen naast de brug. Gelukkig was Enna snel genoeg en kon ze haar evenwicht terugvinden.
‘Wie twijfelt laat zich vergezellen door angst...’ Waaierden de woorden van haar vader door haar hoofd terwijl haar ingebeelde vader mee de onheilspellende avondlucht ingezogen werd.
‘kom op, Enna!’sprak ze zichzelf moed in. Ze besefte dat ze niet langer in deze benarde situatie kon blijven staan, slikte de prop in haar keel door en deed voorzichtig enkele stappen vooruit. Maar het was tevergeefs! Enna had te lang getwijfeld en voelde hoe de brug bezweek onder het gewicht van de onverwachte bezoekster. Zonder erover na te denken zette ze een spurt in. In haar vlucht zag ze hoe grote brokstukken vlak achter haar de afgrond invielen en in een laatste wanhoopspoging nam Enna een sprong. Ze molenwiekte wild met haar armen door de lucht en kon zich nog net vastklampen aan de rand van de ravijn. Met al haar macht hield ze zich vast, hopend dat haar vingers niet zouden verkrampen terwijl ze haastig met haar linkervoet naar een extra houvast op de rotswand zocht.
Gelukt! Ze duwde zich op, zwierde een voet omhoog en hees zichzelf op.
Volledig buiten adem liet Enna zich op de grond vallen. Haar vader zou trots op haar zijn geweest dacht ze. Maar Enna wist ook dat dit slechts het begin was.
In de verte klonk er gerommel tussen de rotswanden en de hemel lichtte op. Het was een klamme, warme avond in een land dat ze niet kende en waar ieder moment, in alle hevigheid, een onweer kon losbarsten. Enna wist dat ze moest voortmaken en klauterde overeind. Ze maakte de zaklamp los die aan haar rugzak bengelde,knipte hem aan en keek vluchtig om zich heen. De eerste regendruppels vielen uit de lucht en tegen dat Enna de treden naar de ingang opliep was ze helemaal doorweekt. Helemaal bovenaan wachtte Enna in de schaduw van een deurportiek tot ze er zeker van was dat ze niet gevold werd. Ze keep haar ogen tot fijne spleetjes en keek overheen de omgeving die verlicht werd door felle lichtflitsen terwijl de regen luid op de hoge palmen kletterde.
Een oorverdovend gedonder doorkliefde de lucht en tegelijkertijd draaide plotseling iemand een arm om haar rug. Een ander gedaante greep haar vast bij haar andere schouder. Enna probeerde zich hardnekkig los te rukken maar de greep werd strakker aangespannen bij iedere poging. Een scherpe pijnscheut schoot doorheen haar schouder en bovenarm. De hemel lichtte opnieuw op en voor haar doemde de man op die haar vader vijf jaar geleden ontvoerd had. Hij keek haar dreigend aan. Enna verstijfde van angst en voelde hoe haar hart wild tekeer ging in haar borstkast. Een rilling van afschuw liep over haar heen. Zijn gezicht had dezelfde gemene grijns als op die bewuste dag riep en pijnlijke herinneringen op.
In een flits bevond ze zich opnieuw samen met haar vader, thuis, in hun gezellige appartement in de stad. Wat een fijne kerstavond had kunnen worden werd in enkele ogenblikken tijd veranderd in een ware nachtmerrie. De deur die aan flarden werd geschoten. Drie gewapende mannen, gevolgd door de man die nu vlak voor haar stond, die naar binnen stormden. Ze werden omsingeld en gelijktijdig werd de boel kort en klein geslagen. Enna kon zich tot in het kleinste detail herinneren hoe de kerstboom tegen de vlakte ging en hoe tientallen roodkleurige kerstballen genadeloos uit elkaar spatten vlak voor ze een klap op haar hoofd kreeg en het bewustzijn verloor.
‘Zo te zien ben je mij nog niet vergeten.’ Hij forceerde een ijzige glimlach en kwam zo dichtbij haar gezicht dat ze zijn adem voelde. Enna walgde en wilde haar gezicht wegdraaien maar zijn hand greep plotseling haar gezicht vast en zijn vingers knepen snoeihard in haar onderkaak. Tranen schoten in haar ogen.
‘Welkom in Akkator…’ Zei de man met een diepe, schorre stem.
Omdat ik geen sub-forum zag, dan maar hier

Hobby/vrije tijd =schrijven
De eerste 750 woorden voor jullie en ik ben benieuwd wat jullie er van vinden.
Het hoofdpersonage Is Enna. Zij staat op het punt de tempel van Akkator te ontdekken.
Leest het vlot?
Is het realistisch?
Zijn jullie benieuwd naar meer?
Blijven jullie hangen, zouden jullie verder lezen?
Wat zijn jullie ergernissen?
De eerste bladzijden bepalen vaak/altijd of de lezer al dan niet zal verder lezen.
Ik ben onzeker maar wil zo kritisch mogelijk zijn voor mezelf.
De belangrijkste vraag!
Kan ik wel schrijven of laat ik het beter aan mij voorbij gaan?
Ik wens jullie veel leesplezier.
Fragment:
De Tempeliers Van Akkator
1.
Het zweet parelde op Enna ’s voorhoofd.
Ze wankelde gevaarlijk heen en weer op een smalle stenen brug en kon nog maar net haar evenwicht houden. Ze hoorde stukken steengruis onder haar bergschoenen knerpen en vreesde dat de brug niet lang meer ging standhouden. De kolkende lava rivier die diep onder haar lag bulderde kokend door de ravijn. De kleinste windstoot kon haar ieder moment fataal worden maar Enna bleef geconcentreerd naar haar einddoel kijken. Ze was op slechts enkele meters verwijderd van de tempel van Akkator. Tientallen vlammentoortsen wierpen grillige schaduwen op een eeuwenoude tempel die was opgebouwd tegen een hoge bergflank. Ook al was ze zo dichtbij, toch verwenste ze zichzelf op dit hachelijke moment. Waarom was ze niet gewoon tandarts of secretaresse geworden. Waar was ze toch aan begonnen!
Maar Enna wist dat ze geen andere keuze had. Het was de enige manier om haar vader ooit levend terug te vinden. Enna haalde zich zijn gezicht voor de geest. Ze had dezelfde diepbruine ogen als hem. Zijn gebruinde huid en zijn ruwe stoppelbaard waarmee hij de goedhartigheid die in hem schuilging verborgen hield voor zijn vijanden. Haar onbevreesde vader, avonturier in hart en nieren, zou zonder enige moeite dit bruggetje oversteken.
Enna schrok op uit haar gepeins toen een lavasteen bruusk omhoog geslingerd werd. Ze dook weg en de roodgloeiende steen miste haar op een haar na maar hierdoor slipte haar rechterbeen naast de brug. Gelukkig was Enna snel genoeg en kon ze haar evenwicht terugvinden.
‘Wie twijfelt laat zich vergezellen door angst...’ Waaierden de woorden van haar vader door haar hoofd terwijl haar ingebeelde vader mee de onheilspellende avondlucht ingezogen werd.
‘kom op, Enna!’sprak ze zichzelf moed in. Ze besefte dat ze niet langer in deze benarde situatie kon blijven staan, slikte de prop in haar keel door en deed voorzichtig enkele stappen vooruit. Maar het was tevergeefs! Enna had te lang getwijfeld en voelde hoe de brug bezweek onder het gewicht van de onverwachte bezoekster. Zonder erover na te denken zette ze een spurt in. In haar vlucht zag ze hoe grote brokstukken vlak achter haar de afgrond invielen en in een laatste wanhoopspoging nam Enna een sprong. Ze molenwiekte wild met haar armen door de lucht en kon zich nog net vastklampen aan de rand van de ravijn. Met al haar macht hield ze zich vast, hopend dat haar vingers niet zouden verkrampen terwijl ze haastig met haar linkervoet naar een extra houvast op de rotswand zocht.
Gelukt! Ze duwde zich op, zwierde een voet omhoog en hees zichzelf op.
Volledig buiten adem liet Enna zich op de grond vallen. Haar vader zou trots op haar zijn geweest dacht ze. Maar Enna wist ook dat dit slechts het begin was.
In de verte klonk er gerommel tussen de rotswanden en de hemel lichtte op. Het was een klamme, warme avond in een land dat ze niet kende en waar ieder moment, in alle hevigheid, een onweer kon losbarsten. Enna wist dat ze moest voortmaken en klauterde overeind. Ze maakte de zaklamp los die aan haar rugzak bengelde,knipte hem aan en keek vluchtig om zich heen. De eerste regendruppels vielen uit de lucht en tegen dat Enna de treden naar de ingang opliep was ze helemaal doorweekt. Helemaal bovenaan wachtte Enna in de schaduw van een deurportiek tot ze er zeker van was dat ze niet gevold werd. Ze keep haar ogen tot fijne spleetjes en keek overheen de omgeving die verlicht werd door felle lichtflitsen terwijl de regen luid op de hoge palmen kletterde.
Een oorverdovend gedonder doorkliefde de lucht en tegelijkertijd draaide plotseling iemand een arm om haar rug. Een ander gedaante greep haar vast bij haar andere schouder. Enna probeerde zich hardnekkig los te rukken maar de greep werd strakker aangespannen bij iedere poging. Een scherpe pijnscheut schoot doorheen haar schouder en bovenarm. De hemel lichtte opnieuw op en voor haar doemde de man op die haar vader vijf jaar geleden ontvoerd had. Hij keek haar dreigend aan. Enna verstijfde van angst en voelde hoe haar hart wild tekeer ging in haar borstkast. Een rilling van afschuw liep over haar heen. Zijn gezicht had dezelfde gemene grijns als op die bewuste dag riep en pijnlijke herinneringen op.
In een flits bevond ze zich opnieuw samen met haar vader, thuis, in hun gezellige appartement in de stad. Wat een fijne kerstavond had kunnen worden werd in enkele ogenblikken tijd veranderd in een ware nachtmerrie. De deur die aan flarden werd geschoten. Drie gewapende mannen, gevolgd door de man die nu vlak voor haar stond, die naar binnen stormden. Ze werden omsingeld en gelijktijdig werd de boel kort en klein geslagen. Enna kon zich tot in het kleinste detail herinneren hoe de kerstboom tegen de vlakte ging en hoe tientallen roodkleurige kerstballen genadeloos uit elkaar spatten vlak voor ze een klap op haar hoofd kreeg en het bewustzijn verloor.
‘Zo te zien ben je mij nog niet vergeten.’ Hij forceerde een ijzige glimlach en kwam zo dichtbij haar gezicht dat ze zijn adem voelde. Enna walgde en wilde haar gezicht wegdraaien maar zijn hand greep plotseling haar gezicht vast en zijn vingers knepen snoeihard in haar onderkaak. Tranen schoten in haar ogen.
‘Welkom in Akkator…’ Zei de man met een diepe, schorre stem.