Ik trek mijn ogen open en ik zit in een aftandse boerenmercedes, een 190D. Waar ben ik? Een of andere ********* aan het stuur, een andere naast mij. Ik snap er niks van. We rijden door een woestijnachtige streek, recht op een oase af. Eens aangekomen, gebieden de ********** mij om uit te stappen en door te lopen. Ik voel een scherpe pijn in mijn linkerarm en mijn gezicht vertrekt in een grimas. De grootste van mijn 2 nieuwverworven vriendschappen bestudeert mijn arm, kijkt even vragend naar de andere, en plakt vervolgens zijn kauwgom in mijn wonde.
Veel duwen en trekken later smijten ze mij in een donker kot met een hoop zweterige venten, de meeste gehuld in een miezerig schaamlapje. Ik draai zo hard van de warmte en het bloedverlies in mijn linkerarm, dat ik onmiddellijk ineenstort bij de geur van zoveel reetzweet. Als ik weer bij mijn positieven kom, zie ik 3 bezorgde gezichten boven mij hangen. Ik moet een aantal keer knipperen om de waas te verdrijven, maar na enkele seconden krijg ik een scherper beeld. Ik herken de hoofden van Emilio, Hyfus en Wikkus, ooit mijn beste copains geweest, in een tijd die nu lang vervlogen lijkt. Ze stellen geen vragen maar laten mij even acclimatiseren, en ik profiteer van de gelegenheid om ze alledrie goed te observeren.
Hyfus heeft de gezichtstrekken van een Griekse god, maar gaat door het leven als motorrijder in een strak leren pak, beschilderd met de wildste tattoos. Net als ik mijn aandacht op Emilio wil richten, staat Hyfus recht en meen ik in de contreien van zijn schaamstreek een aantal kleine armpjes en beentjes te kunnen onderscheiden die door zijn spannende lederen broek porren. Ik schud de gedachte van me af, en steek het op de warmte. Emilio heeft de 'native' look; een Indiaan getooid met prachtige veren van een gigantische Emoe die hij met blote handen geeft gewurgd tijdens de beproeving van het ritueel dat hem eindelijk volwassen verklaart. Enkele meters verderop zit Wikkus iets ijverig neer te pennen. Wikkus is de grootste intellectueel van de groep, al worden veel mensen om de tuin geleid door zijn bouwvakkersoutfit, zonnebril en gele helm en glazige Einstein-blik.
Wikkus komt iets dichterbij, en vraagt: "hebben ze uw buxus ook kapot gepist?". Ik kijk hem niet-begrijpend aan, en hij wendt zijn blik af van de mijne. Hyfus neemt zijn drinkbus en giet ze in zijn broek, zijn ogen naar binnen gedraaid in trance, rare zinsconstructies afratelend als ware hij 't Orakel van Dorne. Emilio blijft er stoicijns bij.
Het volgende moment staan we met z'n 4en opeens in een soort stadion. De tribune zit STAMPVOL mensen, joelend en tierend. Hier en daar meen ik een bekend gezicht te zien. Is dat Dacubus? Kan dat Mylla zijn? Wat doen zij hier? Ik krijg een zwaard en schild in mijn handen geduwd. De uitdrukking op Wikkus zijn met striemen bezaaid gezicht jaagt mij schrik aan. Zijn ogen staan wijd en bloeddoorlopen, en hij lijkt te balanceren op het fijne randje tussen krankzinnigheid en absolute vastberadenheid. Zijn net en dolk lijken verlengstukken van zijn lichaam, zo natuurlijk hanteert hij ze. Ik merk veel vrouwelijke blikken gericht op de schittering die ik waarneem in mijn ooghoek. Ik draai mijn hoofd, scherm mijn ogen af met mijn hand, en staar vol afgunst naar Emiel zijn gouden drietand met vulpenpunten. De verblindende schittering die de trident afgeeft in de brandende zon doet pijn aan mijn ogen, maar geeft mij ook moed. Hyfus staat er met lege handen en moet het duidelijk hebben van teamwerk.
De gigantische houten poorten voor ons, beslagen met de mooiste siernagels die ik ooit al gezien heb, vallen met een donderend geraas naar beneden. Een hele meute creaturen stroomt het stadion binnen, allemaal afkomstig uit de donkerste krochten van plaatsen die niet uitgesproken mogen worden. Stuk voor stuk zijn ze van kop tot teen bewapend en geharnast. Ze lijnen netjes naast en achter elkaar op, en blijven stokstijf staan, hun blik op oneindig. Achter ons weerklinkt een bekende stem. Ik draai mij om, maar zie niemand. Nogmaals dezelfde stem. Ik kijk naar boven en zie de statige gedaante van Mussia hoog boven mij uit toornen op een gigantisch balkon, voorzien van zoveel rijkdom en lekkers dat het een wonder is dat het overeind blijft staan. Zonder nog een woord te zeggen, gooit ze haar zakdoek in de ring en het publiek wordt ecstatisch.
De massa vechtersbazen komt in beweging en mijn concentratie wordt zo strak dat ik mijn snel stijgende hartslag boven het gejoel kan horen. Wat daarna gebeurt, lijkt voorbij te zijn in een flits, en is zo gewelddadig dat ik het allemaal niet kan absorberen en navertellen. Liters bloed sproeien in het rond, ledematen vliegen me rond de oren. De tijd vertraagt weer en we staan oog in oog met de laatste overblijvers. Er weerklinkt hoongelach van onder de lelijke maskers die ze dragen. Ze brengen hun handen naar hun hoofd, en een voor een tonen ze langzaam hun ware gelaat. Ik geloof mijn eigen ogen niet; voor mij staan een toom varkens, Kinxtus, Lefkus en Stimpus - oude bekenden die we regelmatig tegen het lijf liepen op het forum, meestal tijdens de zondagsmarkt.
Wikkus is er slecht aan toe. Bloed gutst uit een gapende wond in zijn rechterdij. Hyfus, die het op onverklaarbare wijze tot nu toe overleefd heeft, ziet het ook en praat ons snel een gevechtstaktiek aan die hij ooit eens in een boek gelezen had: "2 keer op de 10 werkt het elke keer, beloofd!". Wikkus staat het zwakst, dus die krijgt de varkens toegewezen. Hyfus moet Lefkus wurgen met zijn blote handen, Emilio moet afrekenen met Stimpus, en ik sta oog in oog met Kinxtus.
De spanning valt te snijden. De hoeveelheid testosteron en adrenaline die door mijn lijf giert, is genoeg om van Weediunkus een echte man te maken. Uit mijn oogzoek zie ik Emilio zijn drietand lanceren richting Stimpus, die doorprikt wordt door de spitse penpunten en leeg lijkt te lopen als een luchtzak. Hyfus is ongewapend maar weet door zijn snelheid en behendigheid achter Lefkus te geraken en wurgt hem met zijn eigen kettingen. Wikkus elimineert behendig enkele van de wilde varkens, maar ze zijn te slim, en worden nog wilder door de geur van bloed. Ze omsingelen hem, werpen hem op de grond en beginnen aan hem te vreten. Zijn hulpkreten snijden door merg en been. 2 dames uit het publiek, Zsassia en Vitropura, kunnen het gekeel niet meer aanhoren en snellen het varkensworstelende genie te hulp. Op de achtergrond zwelt de muziek van Hans Zimmer aan tot een luid, pompeus, ritmisch, opzwepend stuk en ik incasseer enkele verbale agressies van Kinxtus. Ik ga in de aanval. Ondanks enkele rake klappen, blijkt Kinxtus relatief ongeschonden. Op de plaatsen waar ik hem geraakt heb, is het vel verdwenen en komt er een hard, rood exoskelet tevoorschijn. Gelukkig is mijn kennis van de Crustacean dankzij Wikkus op een acceptabel niveau, en kan ik al snel enkele zwakke plekken ontdekken in het harde Kinxtuspantser. Ik pareer de onzorgvuldig geplaatste zwaai met zijn goeiedag, gooi hem op de grond en schuif mijn zwaard gezwind in het zachte plekje achteraan op zijn hoofd. Kinxtus implodeert harder dan het oog van Sauron, en al wat overblijft is een bestofte smartphone die ik snel uit het grind raap en in mijn zak steek.
Slow clap weerklinkt. Mussia staat aan de rand van het balkon, met een zeer verveelde uitdrukking. Parmantig heft ze haar hand op, met horizontaal uitgestoken duim, en laat hem zo even zweven. Haar duim lijkt zich even de hoogte in te begeven, maar dan kijkt ze diep in mijn ogen en zegt "legendes die geboren worden in de arena, moeten sterven in de arena". Haar duim duikt zo ver naar onder dat de wonde in mijn arm mij ongekende pijn bezorgt en het enkele seconden zwart wordt voor mijn ogen.
Als ik mijn zicht terugkrijg, sta ik midden in een gigantisch graanveld. Opeens gaat de gsm in mijn zak af. Een beltoon van Justin Bieber. Op het scherm komt de melding van een nieuwe Snapchat. Ik swipe naar links en krijg een 10 seconden durend filmpje te zien van een schaars geklede, bevallige jongedame. Ze staat gebukt naar mij en duwt haar rode string langzaam naar beneden, waardoor het grijnzende gezicht van Emilio tussen haar perfecte billen tevoorschijn komt. Hij knipoogt en zegt: "don't mind me, I'm just a curious little rhino".
En toen schoot ik wakker.
Kan iemand die droom efkes ontleden?