Ergens tijdens mijn beginjaren op't middelbaar was het op de speelplaats een spelletje om een tennisbal random over de koer te smijten, liefst zo ver mogelijk. Van tijd tot tijd vloog er dus in zo'n mooie boog een balletje over je hoofd als je ergens in't midden stond.. aan de zijkant stond je wat minder veilig. Op een gegeven moment kreeg ik dat tennisballetje te pakken en wou ik mijn pitcher-skills tonen door de tennisbal met ongekende kracht de lucht in de werpen op zoek naar een landingsplekje aan de andere kant van de vrij grote speelplaats.
De kracht was er wel, alleen had ik dat pitcher-gevoel net iets te veel in mijn hand.. want in plaats van het balletje los te laten zodat het netjes de lucht in vloog, keilde ik de bal gewoon op manshoogte rechtdoor. Een pijnlijke grimas, een stel tranen en twee handen die naar een gezicht pakten op een kleine10 meter afstand waren het jammerlijke gevolg dat een onschuldig meiske moest ondergaan.