José Mourinho. "De vernietiger van het voetbal", vindt Hein Vanhaezebrouck. Een oordeel dat afgelopen maandag in Extra Time gedeeld werd door Marc Degryse - zó heftig, Marc. En voorts door zowat driekwart van de waarnemers in het voetbal. Johan Cruijff, bijvoorbeeld. Johan is inmiddels een socioloog geworden. Vermits hij meent: "Mourinho is geen voorbeeld voor volwassenen noch kinderen." Wel, dat valt ten huize van ondergetekende nog wel mee: het aanstekelijk charisma, de humor, de ambitie, de mondigheid, de intelligentie én het succes van 'The Special One' kwamen zowaar al ter sprake op de eerste date. Mama houdt junior vooralsnog niet de handen voor de ogen telkens papa naar Chelsea kijkt.
Waren wij topvoetballer, we zouden het liefst willen spelen voor José Mourinho.
Kunnen we één figuur in het voetbal kiezen om te interviewen, doe maar José Mourinho. En mocht het juist zijn dat men zijn vrienden zelf kiest, dan mag José Mourinho met Kerst altijd aanschuiven.
Neen, wij begrijpen al die haters niet.
Dat komt mogelijk omdat een handvol mensen dat Mourinho ofwel zeer goed kent, ofwel vaak spreekt, ofwel dat met hem heeft gewerkt, unaniem lovend is over zowel de persoon - "warm, joviaal, loyaal, grappig" - als over de trainer: "harde werker, extreem professioneel, ziet en analyseert alles bijzonder snel". Die mensen hebben zelf stuk voor stuk een voldoende sterke persoonlijkheid om Mourinho niet naar de mond te praten. Luciano D'Onofrio, Sergio Conceiçao, Michel Preud'homme, Romelu Lukaku ("Als ik nog voor één trainer mag werken, dan wel Mourinho").
Heel weinig spelers en medewerkers die de voorbije vijftien jaar de carrière van Mourinho kruisten, spreken slecht over hem. Kevin De Bruyne is een uitzondering. Zélfs zijn felste tegenstanders blijken nadien een zwak te hebben voor Mourinho. Cesc Fabregas en Pedro zijn twee Barcelona-producten die meespeelden in meerdere 'bloedige' clásico's tegen Real Madrid, toen Mourinho daar trainer was. Ooit borst aan borst met de Portugees, zitten ze vandaag allebei doodleuk in de kleedkamer van Chelsea. Pedro verkoos deze zomer een samenwerking met Mourinho boven een met Louis van Gaal.
Kortom, diep in het voetbal is de waardering en het respect voor de man duidelijk een pak groter dan aan een doordeweekse discussietafel. We weten van Marc (Degryse, red) dat Mourinho bij hem veel krediet verloor nadat hij het laakbare gedrag van Diego Costa in de wedstrijd tegen Arsenal verheerlijkte. Marc denkt op zo'n moment als ex-voetballer. Dan is zo'n vurig pleidooi mooi en begrijpelijk. Want inderdaad, in Madrid was Mourinho ook lange tijd dol op Pepe en Arbeloa: net zulke halve straatcriminelen. Dat kwartje Machiavelli - het doel (de zege) heiligt de middelen (alles wat de ref niet ziet of toelaat) - is zonder twijfel de karaktertrek bij Mourinho die het moeilijkst te vergoeilijken is.
En toch: Mourinho doet niet meer dan de verdediging op zich nemen van spelers van wie hij meent dat ze onmisbaar zijn. Mourinho moet geen watjes. Hij verheerlijkt voetballers die de grijze zone opzoeken. Dat hij daarmee de romantiek van het spelletje 'vernietigt', daarin heeft Hein (Vanhaezebrouck, red) niet helemaal ongelijk, maar waarover horen we uitgerekend Hein en Marc filosoferen in het kader van de Champions League? 'Heeft AA Gent wel voldoende smeerlapjes, die weten hoe 'het' dient gespeeld?'
Mourinho jaagt, weliswaar extreem, op wat elke voetballer en trainer uiteindelijk wenst: winnen.
Hij zou dat steevast op een defensieve wijze nastreven, naar verluidt. Zoiets poneren is de waarheid geweld aandoen. Zonder twijfel heeft Mourinho in diverse omstandigheden die daartoe aanleiding gaven, 'de bus geparkeerd'. Maar net zo goed kan Mourinho zijn ploegen bijzonder aanvallend laten voetballen. Met het sterrenensemble van Real Madrid werd hij in 2012 kampioen in Spanje en verpulverde alle records (van FC Barcelona) met spectaculair en offensief voetbal: 100 punten uit 38 competitiewedstrijden, 121 goals.
Mourinho kán aanvallen, als hij dat opportuun vindt. Niet zoals Cruijff die keer toen hij met Barcelona op naïeve wijze een Champions League-finale verloor tegen AC Milan met 4-0...
We hoorden maandagavond in Extra Time Hein en Marc voorts steen en been klagen over de arrogantie waarmee Mourinho steeds weer wil aangeven dat hij de beste is. Dat is nu eenmaal zo! Niemand kan zijn statistieken uit de voorbije vijftien jaar voorleggen, of het moet Josep Guardiola zijn: kampioen in vier topcompetities (Engeland, Spanje, Italië en Portugal), tweemaal de Champions League gewonnen met twee verschillende clubs (Porto en Inter), de Treble in de Serie A (met Inter) en nog zoveel meer.
Mourinho kent zijn cv: 'No soy el mejor, pero nadie is mejor que yo' - 'Ik ben niet de beste, maar niemand is beter dan ik'.
Hooguit kunnen we stellen dat José een blaaskaak is. Maar dan wel een grappige, charismatische, ambitieuze, mondige, intelligente en succesvolle blaaskaak.
Free Mourinho.