BRUSSEL - In de eerste helft van dit seizoen was 50,9 procent van onze spelers in de eerste klasse van buitenlandse afkomst. Dat is een record én een dieptepunt, al was het maar omdat de Uefa het liever andersom ziet.
Eén op de drie Europese voetballers (4.404 op 13.108) speelt niet in het land waar hij is geboren. Het overgrote deel is daartoe speciaal gemigreerd, steeds vaker op jonge leeftijd. België heeft zich van oudsher in die handel gespecialiseerd. Terwijl een voetbalnatie als Nederland tot het Bosman-arrest geen 10 procent van zijn voetballers importeerde, haalden wij in 1994 al vlot vier op de tien spelers uit het buitenland. Na 'Bosman' is die trafiek alleen maar toegenomen.
Dat het aantal buitenlanders in de spelerskernen van de eersteklasseclubs is gestegen van 48 naar net geen 51 procent, is ook een gevolg van de inkrimping van eerste klasse. De hoogste afdeling verloor enkele teams die traditioneel met minder buitenlanders probeerden te overleven, Dender en Tubeke bijvoorbeeld, terwijl de nieuwkomers Lierse en Eupen het dit seizoen over een compleet andere boeg gooien en net mikken op erg veel buitenlanders. Zeventig procent van de speelminuten in het eerste elftal wordt bij die degradatieclubs ingevuld door buitenlanders. Op dat vlak zijn zij de koplopers, gevolgd door leider Anderlecht en AA Gent.
Van de 36 Europese landen die werden onderzocht, importeren maar vier landen méér spelers dan België. Daaronder Griekenland en Portugal, dat op 230 buitenlanders in de competitie 141 Brazilianen telt. Cyprus is de absolute leider: bijna drie op de vier voetballers op het verdeelde eiland zijn geen Cyprioten.
Het tweede land in de klassering van de grootinvoerders van voetbaltalent is Engeland met 58,4 procent buitenlanders, 3 procent minder dan vorig jaar. Die terugloop in de import houdt direct verband met de zogeheten homegrown-regel, een bepaling van de Europese voetbalbond Uefa die de clubs verplicht om in hun kern minimaal acht contractspelers te houden die vóór hun 21ste verjaardag drie seizoenen bij die club hebben gespeeld (dat kunnen ook jonge buitenlanders zijn).
Het hoeft geen betoog dat de kwaliteit van de import in de Premier League verschilt van die in de Jupiler Pro League. In Engeland bestaat de bepaling dat een speler van buiten de Europese Unie de laatste twee jaar driekwart van de interlands moet hebben gespeeld. In België is de drempel een minimumcontract dat op verschillende manieren kan worden omzeild. Wij importeren vooral tweederangs Fransen, meestal degelijk opgeleide tweevoetige voetballers, naast jonge Brazilianen en nog jongere Afrikanen.
Ook aan de exportzijde moeten we bescheiden blijven. Wij staan in de top twintig van de grootste exporteurs, maar van onze 68 Belgische voetballers die ergens in Europa in eerste klasse spelen, hebben er maar achttien emplooi gevonden in de grote vijf voetballanden; 31 zijn aan de slag in Nederland.