et tot wijziging van de wetgeving inzake kansspelen (1)
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers
Art. 2. Het opschrift van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers wordt vervangen door wat volgt :
« Wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers ».
Art. 3. In artikel 2 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in het 1° worden de woorden « of weddenschap », « of wedders », « wedders » en « of de weddenschap » opgeheven;
b) het artikel wordt aangevuld met een 5°, 6°, 7°, 8°, 9° en 10°, luidende :
« 5° weddenschap : kansspel waarbij elke speler een inzet inbrengt en waarbij winst of verlies wordt opgeleverd die niet afhangt van een daad gesteld door de speler, maar van de verwezenlijking van een onzekere gebeurtenis die zich voordoet zonder tussenkomst van de spelers;
6° onderlinge weddenschap : weddenschap waarbij een organisator als tussenpersoon optreedt tussen de verschillende spelers die tegen elkaar spelen, waarbij de inzetten worden samengevoegd en verdeeld tussen de winnaars, na afhouding van een percentage bestemd voor de betaling van de taks op de spelen en weddenschappen, voor het dekken van de organisatiekosten en voor het zich toekennen van een winst;
7° weddenschap tegen notering : weddenschap waarbij een speler wedt op het resultaat van een bepaald feit en waarbij het bedrag van de opbrengst wordt bepaald in functie van een bepaalde vaste of conventionele notering en waarbij de organisator persoonlijk gehouden is het bedrag van de winst te betalen aan de spelers;
8° media : elke radio- of televisiezender, en elk dagblad of tijdschrift waarvan de maatschappelijke zetel van de exploitant of uitgever gevestigd is in de Europese Unie;
9° mediaspel : kansspel waarvan de exploitatie gebeurt via de media;
10° informatiemaatschappij-instrumenten : elektronische apparatuur voor de verwerking, met inbegrip van digitale compressie, en de opslag van gegevens, die geheel via draden, radio, optische middelen of andere elektromagnetische middelen worden verzonden, doorgeleid en ontvangen. ».
Art. 4. In artikel 3 van dezelfde wet, gewijzigd bij de programmawet van 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 1 wordt vervangen door wat volgt :
« 1. de sportbeoefening »;
2° in punt 3. worden de woorden « alsook spelen die occasioneel en maximaal vier keer per jaar worden ingericht door een plaatselijke vereniging ter gelegenheid van een bijzondere gebeurtenis of door een feitelijke vereniging met een sociaal of liefdadig doel of een vereniging zonder winstgevend oogmerk ten behoeve van een sociaal of liefdadig doel, en » ingevoegd tussen het woord « omstandigheden, » en de woorden « die slechts »;
3° punt 4 wordt opgeheven;
4° het artikel wordt aangevuld met een tweede lid, luidende :
« De Koning bepaalt in toepassing van de punten 2 en 3 de nadere voorwaarden van het soort inrichting, het soort spel, het bedrag van de inzet, het voordeel dat kan worden toegekend en het gemiddeld uurverlies. ».
Art. 5. In artikel 3bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 19 april 2002 en gedeeltelijk vernietigd bij arrest 33/2004 van het Arbitragehof, wordt het woord « , weddenschappen » opgeheven.
Art. 6. Artikel 4 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 april 2003, wordt vervangen door wat volgt :
« § 1. Het is eenieder verboden om, zonder voorafgaande vergunning van de Kansspelcommissie overeenkomstig deze wet toegestaan en behoudens de uitzonderingen door de wet bepaald, een kansspel of kansspelinrichting te exploiteren, onder welke vorm, op welke plaats en op welke rechtstreekse of onrechtstreekse manier ook.
§ 2. Het is eenieder verboden deel te nemen aan een kansspel, de exploitatie van een kansspel of kansspelinrichting te vergemakkelijken, reclame te maken voor een kansspel of kansspelinrichting of spelers te werven voor een kansspel of kansspelinrichting wanneer de betrokkene weet dat het gaat om de exploitatie van een kansspel of kansspelinrichting die niet is vergund in toepassing van deze wet.
§ 3. Het is eenieder verboden deel te nemen aan enig kansspel indien de betrokkene een rechtstreekse invloed kan hebben op het resultaat ervan. ».
Art. 7. Artikel 5 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art. 8. In artikel 6 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het woord « drie » wordt vervangen door het woord « vier », de woorden « en de kansspelinrichtingen klasse III » worden vervangen door de woorden « de kansspelinrichtingen klasse III » en de woorden « en de kansspelinrichtingen klasse IV of plaatsen uitsluitend bestemd voor het aannemen van weddenschappen, » worden ingevoegd tussen het woord « drankgelegenheden » en het woord « , naargelang ».
2° een tweede lid wordt ingevoegd, luidende :
« Het aantal kansspelinrichtingen I, II en IV is beperkt. Indien een vergunning voor de exploitatie van een kansspelinrichting klasse I, II of IV openvalt, kunnen aanvragen tot het verkrijgen van een vergunning worden ingediend. De Koning bepaalt de wijze van bekendmaking van een openstaande vergunning alsmede de wijze en termijn van indiening van de aanvraag evenals de criteria die erop gericht zijn de orde van voorrang te bepalen en welke minstens betrekking hebben op de lokalisatie van de inrichting en de modus operandi van de exploitatie. ».
Art. 9. In artikel 8 van dezelfde wet, gewijzigd bij de programmawet van 8 april 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden « klasse II en III » vervangen door de woorden « klasse II, III en IV, met uitzondering van de weddenschappen, evenals voor elk kansspel geëxploiteerd via informatiemaatschappij-instrumenten en voor elk kansspel geëxploiteerd via de media » en worden de woorden « en gokkers » en « of gokker » opgeheven;
2° in het tweede lid worden de woorden « of gokker » opgeheven;
3° in het derde lid worden de woorden « of gokker » opgeheven;
4° tussen het derde en het vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
« In de kansspelinrichtingen klasse IV zijn, met uitzondering van de weddenschappen, alleen de kansspelen toegestaan waarvoor vaststaat dat de speler gemiddeld per uur niet meer verlies kan lijden dan 12,50 euro. ».
5° dit artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
« De bedragen van de kansspelen bedoeld in dit artikel worden geïndexeerd op de door de Koning te bepalen wijze. ».
Art. 10. Artikel 25 van dezelfde wet wordt vervangen door wat volgt :
« Er bestaan negen klassen van vergunningen en drie aanvullende vergunningen :
1. de vergunning klasse A staat, voor hernieuwbare periodes van vijftien jaar, onder de door haar bepaalde voorwaarden, de exploitatie toe van een kansspelinrichting klasse I of casino;
1/1. de aanvullende vergunning klasse A+ staat, onder de voorwaarden die zij bepaalt, de exploitatie toe van kansspelen, door middel van informatiemaatschappij-instrumenten;
2. de vergunning klasse B staat, voor hernieuwbare periodes van negen jaar, onder de door haar bepaalde voorwaarden, de exploitatie toe van een kansspelinrichting klasse II of speelautomatenhal;
2/1. de aanvullende vergunning klasse B+ staat, onder de door haar bepaalde voorwaarden, de exploitatie toe van kansspelen, door middel van informatiemaatschappij- instrumenten;
3. de vergunning klasse C staat, voor hernieuwbare periodes van vijf jaar, onder de door haar bepaalde voorwaarden, de exploitatie toe van een kansspelinrichting klasse III of drankgelegenheid;
4. de vergunning klasse D staat, onder de door haar bepaalde voorwaarden, de houder ervan toe een beroepsactiviteit, van welke aard ook, uit te oefenen in een kansspelinrichting klasse I, II of IV;
5. de vergunning klasse E staat, voor hernieuwbare periodes van tien jaar, onder de door haar bepaalde voorwaarden, de verkoop, de verhuur, de leasing, de levering, de terbeschikkingstelling, de invoer, de uitvoer en de productie van kansspelen, de diensten inzake onderhoud, herstelling en uitrusting van kansspelen toe;
6. de vergunning klasse F1 staat, voor hernieuwbare periodes van negen jaar, onder de door haar bepaalde voorwaarden, de exploitatie toe van de inrichting van weddenschappen;
6/1. de aanvullende vergunning klasse F1+ staat, onder de door haar bepaalde voorwaarden, de exploitatie toe van de inrichting van weddenschappen via informatiemaatschappij-instrumenten;
7. de vergunning klasse F2 staat, voor hernieuwbare periodes van drie jaar, onder de door haar bepaalde voorwaarden, de aanneming van weddenschappen voor rekening van de houder van een vergunning klasse F1 toe in een vaste of mobiele kansspelinrichting klasse IV. Deze vergunning staat eveneens het aannemen van weddenschappen toe buiten een kansspelinrichting klasse IV voor de in artikel 43/4, § 5, 1° en 2° bedoelde gevallen. Ook voor deze vergunning worden hernieuwbare periodes van drie jaar ingesteld. ».
8. de vergunning G1 staat, voor hernieuwbare periodes van vijf jaar, onder de door haar bepaalde voorwaarden, de exploitatie toe van kansspelen in televisieprogramma's via nummerreeksen van het Belgische nummerplan en die een totaalprogramma inhouden;
9. de vergunning G2 staat, voor een periode van een jaar, onder de door haar bepaalde voorwaarden, de exploitatie toe van kansspelen via de media, andere dan die welke worden opgenomen in televisieprogramma's via nummerreeksen van het Belgisch nummerplan die een totaalprogramma inhouden. ».
Art. 11. Artikel 26 van dezelfde wet wordt vervangen door wat volgt :
« Het is eenieder verboden een toegekende vergunning over te dragen. ».
Art. 12. In artikel 27 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden « A, B, C en D » vervangen door de woorden « A, A+, B, B+, C, D, F1, F1+, F2, G1 en G2 »;
2° in het tweede lid worden de woorden « A, B of C » vervangen door de woorden « A, B, C, F1 of F2 » en worden de woorden « klasse I, II en III » vervangen door « klasse I, II, III en IV ».
Art. 13. Artikel 30 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art. 14. Artikel 31 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 april 2003, wordt aangevuld met een punt 6, luidende :
« 6. een advies overleggen uitgaande van de federale overheidsdienst Financiën, waaruit blijkt dat hij al zijn vaststaande en onbetwiste belastingsschulden heeft voldaan. ».
Art. 15. In artikel 32 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 april 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de inleidende zin wordt aangevuld met de woorden « niet alleen blijven voldoen aan de voorwaarden opgesomd in het artikel 31, maar tevens »;
2° het artikel wordt aangevuld met een punt 5, luidende :
« 5. de kansspelen of kansspelinrichtingen waarvoor een vergunning is verleend daadwerkelijk exploiteren. ».
Art. 16. Artikel 35 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art. 17. Artikel 36 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 april 2003, wordt aangevuld met een punt 7, luidende :
« 7. een advies overleggen uitgaande van de federale overheidsdienst Financiën waaruit blijkt dat hij al zijn vaststaande en onbetwiste belastingschulden heeft voldaan. ».
Art. 18. In artikel 37 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 april 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de eerste zin van het eerste lid wordt aangevuld met de woorden « niet alleen blijven voldoen aan de voorwaarden opgesomd in het artikel 36, maar tevens »;
2° het eerste lid wordt aangevuld met een punt vijf, luidende als volgt :
« 5. de kansspelen of kansspelinrichtingen waarvoor een vergunning is verleend daadwerkelijk exploiteren in de zin van artikel 2, 2°, van deze wet. ».
Art. 19. Artikel 40 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art. 20. Artikel 41 van dezelfde wet wordt aangevuld met wat volgt :
« De aanvrager moet een advies overleggen uitgaande van de federale overheidsdienst Financiën waaruit blijkt dat hij al zijn vaststaande en onbetwiste belastingsschulden heeft voldaan. »
Art. 21. In hoofdstuk IV van dezelfde wet wordt een afdeling IV ingevoegd, luidende :
« Afdeling IV. - Weddenschappen en kansspelinrichtingen klasse IV. ».
Art. 22. In hoofdstuk IV, afdeling IV, van dezelfde wet wordt een onderafdeling I ingevoegd, die de artikelen 43/1 tot 43/3 bevat, luidende :
« Onderafdeling I. - Weddenschappen : inrichting van weddenschappen.
Art. 43/1. Het is verboden een weddenschap in te richten omtrent een gebeurtenis of activiteit die strijdig is met de openbare orde of de goede zeden.
Het is verboden weddenschappen in te richten op evenementen of gebeurtenissen waarvan de uitslag reeds gekend is of waarbij de onzekere gebeurtenis reeds heeft plaatsgevonden.
Art. 43/2. § 1. Inzake paardenwedrennen worden enkel volgende weddenschappen toegelaten :
1° de onderlinge weddenschappen op paardenwedrennen die in België plaatsvinden en die worden georganiseerd door een renvereniging die erkend is door de bevoegde federatie;
2° de onderlinge weddenschappen op paardenwedrennen die in het buitenland plaatsvinden onder de door de Koning te bepalen voorwaarden;
3° de weddenschappen tegen vaste of conventionele notering op paardenwedrennen die in België plaatsvinden en die worden georganiseerd door een renvereniging die erkend is door de bevoegde federatie;
4° de weddenschappen op paardenwedrennen die in het buitenland plaatsvinden, hetzij volgens de resultaten van de onderlinge weddenschappen, hetzij volgens de conventionele notering waarnaar de partijen verwijzen. De aanneming van deze weddenschappen is voorbehouden aan de exploitanten van de vaste kansspelinrichtingen bedoeld in artikel 43/4, § 2, tweede lid.
§ 2. Inzake paardenwedrennen kunnen :
1° de weddenschappen zoals bedoeld in artikel 43/2, § 1, 1°, enkel worden ingericht door of mits toestemming van de renvereniging die de betreffende wedren organiseert. Deze vereniging mag de vorm aannemen van een vereniging zonder winstoogmerk;
2° de weddenschappen zoals bedoeld in artikel 43/2, § 1, 2°, enkel worden ingericht onder de door de Koning bepaalde voorwaarden door de inrichter van de weddenschappen bedoeld in het 1°;
3° de weddenschappen zoals bedoeld in artikel 43/2, § 1, 3°, enkel worden ingericht binnen de omheining van een renbaan met toestemming van de renvereniging die de betreffende wedren organiseert. Deze vereniging mag de vorm aannemen van een vereniging zonder winstoogmerk.
Art. 43/3. § 1. De inrichters van de weddenschappen moeten beschikken over een vergunning klasse F1.
§ 2. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het maximum aantal inrichters van weddenschappen.
De Koning stelt dit aantal, voor de periodes die hij bepaalt, vast op basis van criteria die ertoe strekken het aanbod te beperken ter bescherming van de speler en ter garantie van een doeltreffende controle. De Koning kan de procedure bepalen voor het behandelen van vergunningsaanvragen in overtal. ».
Art. 23. In afdeling IV van dezelfde wet wordt een onderafdeling II ingevoegd, die het artikel 43/4 bevat, luidende :
« Onderafdeling II. - Kansspelinrichtingen klasse IV
Art. 43/4. § 1. Kansspelinrichtingen klasse IV zijn plaatsen uitsluitend bestemd voor het aannemen van weddenschappen die overeenkomstig deze wet zijn toegestaan voor rekening van de vergunninghouders F1.
Het aannemen van weddenschappen vereist een vergunning klasse F2.
Behoudens de uitzonderingen bepaald in § 5, is het verboden weddenschappen aan te nemen buiten een kansspelinrichting klasse IV.
§ 2. De kansspelinrichtingen klasse IV zijn vast of mobiel.
Een vaste kansspelinrichting is een permanente inrichting, duidelijk afgebakend in de ruimte, waarin de weddenschappen worden geëxploiteerd.
Een vaste kansspelinrichting is uitsluitend bestemd voor het aannemen van weddenschappen, behoudens :
-de verkoop van gespecialiseerde bladen, sportmagazines en gadgets;
- de verkoop van niet alcoholische dranken;
- de exploitatie van maximaal twee automatische kansspelen die weddenschappen op soortgelijke activiteiten aanbieden als deze die aangegaan worden in het wedkantoor. De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder deze kansspelen kunnen worden uitgebaat.
Een mobiele kansspelinrichting is een tijdelijke inrichting, duidelijk afgebakend in de ruimte, die wordt geëxploiteerd ter gelegenheid, voor de duur en op de plaats van een evenement, een sportwedstrijd of eensportcompetitie. Zij dient duidelijk te worden afgescheiden van de gelegenheden waar alcoholische drank wordt verkocht voor verbruik ter plaatse.
Een mobiele kansspelinrichting mag geen andere weddenschappen aannemen dan deze die betrekking hebben op dat evenement, die wedstrijd of die competitie.
§ 3. Alle weddenschappen toegelaten overeenkomstig deze wet en waarvoor een inzet werd gedaan die het bedrag of de tegenwaarde bepaald door de Koning overschrijdt, dienen door de aannemer van de weddenschappen te worden geregistreerd, in een geïnformatiseerd systeem, waarbij de opgeslagen gegevens gedurende vijf jaar moeten worden bewaard.
De Koning bepaalt de gegevens die terzake moeten worden geregistreerd en de wijze waarop de registratie moet gebeuren.
§ 4. De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad het maximum aantal vaste en mobiele kansspelinrichtingen, evenals de criteria die ertoe strekken een spreiding van deze inrichtingen te organiseren. Hij kan een procedure met criteria van voorrang voor de behandeling van de aanvragen in overtal bepalen.
§ 5. Buiten voormelde kansspelinrichtingen klasse IV mogen tevens worden aangenomen :
1° de onderlinge weddenschappen op paardenrennen en weddenschappen op sportevenementen andere dan paardenrennen en windhondenrennen, bij wijze van nevenactiviteit door de dagbladhandelaars, natuurlijke personen of rechtspersonen, die als commerciële onderneming zijn ingeschreven in de Kruispuntbank voor ondernemingen, voor zover ze niet worden aangenomen in gelegenheden waar alcoholische dranken worden verkocht voor verbruik ter plaatse. De Koning bepaalt de nadere voorwaarden waaraan de dagbladhandelaars moeten voldoen. Zij dienen te beschikken over een vergunning klasse F2;
2° de onderlinge weddenschappen op paardenrennen zoals bedoeld in artikel 43/2, § 2, 1° en 2°, die worden georganiseerd binnen de omheining van een renbaan, onder de door de Koning te bepalen voorwaarden. De vereniging dient te beschikken over een vergunning klasse F2. ».
Art. 24. In afdeling IV van dezelfde wet wordt een onderafdeling III ingevoegd, die de artikelen 43/5 tot 43/7 bevat, luidende :
« Onderafdeling III. - algemene bepalingen.
Art. 43/5. Om een vergunning klasse F1 of F2 te kunnen verkrijgen, moet de aanvrager :
1. indien het gaat om een natuurlijke persoon, aantonen dat hij onderdaan is van een lidstaat van de Europese Unie en, indien het gaat om een rechtspersoon, aantonen dat hij deze hoedanigheid naar Belgisch recht of naar het recht van een lidstaat van de Europese Unie bezit;
2. indien het gaat om een natuurlijke persoon, aantonen dat hij het volle genot heeft van zijn burgerlijke en politieke rechten, en indien het gaat om een rechtspersoon, aantonen dat de bestuurders en zaakvoerders deze rechten genieten. In alle gevallen dienen de aanvrager, de bestuurders en de zaakvoerders zich te gedragen op een wijze die beantwoordt aan de vereisten van de functie;
3. het reglement van de weddenschappen evenals iedere wijziging hiervan aan de commissie mededelen en zich ertoe verbinden dat een exemplaar ervan zal worden uitgehangen in iedere kansspelinrichting of plaats waar de weddenschappen worden aangenomen;
4. een advies overleggen uitgaande van de federale overheidsdienst Financiën waaruit blijkt dat hij al zijn vaststaande en onbetwiste belastingsschulden heeft voldaan.
De aanvrager van de vergunning klasse F1 moet daarenboven :
1. de lijst opgeven van de aard of de soort van de weddenschappen die worden ingericht;
2. het bewijs leveren van zijn kredietwaardigheid en financiële draagkracht;
3. het reglement van de weddenschappen evenals iedere wijziging hiervan aan de commissie mededelen en zich ertoe verbinden dat een exemplaar ervan zal worden uitgehangen in iedere kansspelinrichting waar de weddenschappen worden aangenomen;
4. de lijst opgeven van de kansspelinrichtingen of plaatsen waar de weddenschappen zullen worden aangenomen.
Art. 43/6. Om houder van een vergunning klasse F1 of F2 te kunnen blijven, moet de aanvrager niet alleen blijven voldoen aan de voorwaarden opgesomd in het artikel 43/5, maar tevens :
1. indien het gaat om een natuurlijk persoon die op enigerlei wijze, rechtstreeks of onrechtstreeks, persoonlijk of door middel van een rechtspersoon deelneemt aan de exploitatie van een kansspelinrichting klasse IV of een plaats waar weddenschappen worden aangenomen, op ondubbelzinnige wijze kunnen geïdentificeerd worden. Zijn identiteit moet doorgegeven worden aan de commissie;
2. de commissie de mogelijkheid bieden om alle andere natuurlijke personen die op enigerlei wijze, rechtstreeks of onrechtstreeks, persoonlijk of door middel van een rechtspersoon deelnemen aan de exploitatie van een kansspelinrichting klasse IV of een plaats waar weddenschappen worden aangenomen, te allen tijde te identificeren en de identiteit van de personen te kennen;
3. aan de commissie alle inlichtingen verstrekken die haar de mogelijkheid bieden de transparantie van de exploitatie en de identiteit van de aandeelhouders, alsook de latere wijzigingen daaromtrent te controleren;
4. de weddenschappen waarvoor de vergunning is verleend daadwerkelijk blijven inrichten of aannemen en de kansspelinrichtingen daadwerkelijk exploiteren;
5. aan de commissie alle wijzigingen verstrekken die moeten worden aangebracht aan de lijst van de kansspelinrichtingen of plaatsen waar de weddenschappen zullen worden aangenomen.
Art. 43/7. De Koning bepaalt :
1. de vorm van de vergunningen klasse F1 en F2;
2. de wijze waarop de aanvragen van een vergunning F1 en F2 moeten worden ingediend en onderzocht;
3. de verplichtingen waaraan vergunninghouders F1 en F 2 moeten voldoen inzake beheer en boekhouding;
4. de werkingsregels van de weddenschappen;
5. de regels van toezicht op en controle van de weddenschappen eventueel door middel van gebruik van een passend informaticasysteem. ».
Art. 25. In dezelfde wet wordt een hoofdstuk IV/1 ingevoegd, dat artikel 43/8 bevat, luidende :
« Hoofdstuk IV/1. - De aanvullende vergunningen of kansspelen via informatiemaatschappij-instrumenten
Art. 43/8. § 1. De commissie kan, aan een vergunninghouder klasse A, B of F1 maximaal één aanvullende vergunning toekennen, respectievelijk A+, B+ en F1+, voor het uitbaten van kansspelen via informatiemaatschappij-instrumenten. De aanvullende vergunning kan enkel betrekking hebben op de uitbating van spelen van dezelfde aard als deze die in de reële wereld aangeboden worden.
§ 2. De Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad :
1° de kwaliteitsvoorwaarden die door de aanvrager dienen te worden vervuld en welke minstens betrekking hebben op de volgende elementen :
a) de kredietwaardigheid van de aanvrager;
b) de veiligheid van het betalingsverkeer tussen de exploitant en de speler;
c) het beleid van de exploitant ten aanzien van de toegankelijkheid van de kansspelen voor sociaal kwetsbare groepen;
d) de klachtenregeling;
e) de nadere regels betreffende de reclame;
f) de nakoming van al zijn fiscale verplichtingen;
2° de voorwaarden waaronder de spelen kunnen worden aangeboden en welke minstens betrekking hebben op de registratie en identificatie van de speler, de controle van de leeftijd, de aangeboden spelen, de spelregels, de wijze van betaling en de wijze van verdeling van prijzen;
3° de nadere regels van toezicht op en controle van de geëxploiteerde kansspelen en die minstens betrekking hebben op de voorwaarde dat de servers waarop de gegevens en de website-inrichting worden beheerd, zich bevinden in een permanente inrichting op het Belgisch grondgebied;
4° welke spelen mogen worden uitgebaat;
5° de nadere regels betreffende de informatie ten behoeve van de spelers over de wettigheid van de kansspelen via informatiemaatschappij-instrumenten;
§ 3. De geldigheidsduur van de aanvullende vergunningen is gekoppeld aan de respectievelijke geldigheidsduur van de vergunningen klasse A, B of F1.
§ 4. De commissie houdt een lijst bij van de afgegeven aanvullende vergunningen die kan worden ingezien door eenieder die daarom verzoekt.
Art. 26. In dezelfde wet wordt een hoofdstuk IV/2 ingevoegd, dat de artikelen 43/9 tot 43/15 bevat, luidende :
« Hoofdstuk IV/2. - Mediaspelen
Afdeling I. - algemene bepalingen
Art. 43/9. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
- spelduur : periode begrepen tussen de inzet en het definitief afsluiten van het spel met winst of verlies;
- operator : iedere persoon die, in eigen naam en voor eigen rekening, diensten of netwerken voor elektronische of telefonische communicatie levert of doorverkoopt;
- organisator : iedere persoon die een spel organiseert zoals bepaald in dit hoofdstuk, of de inhoud ervan vastlegt;
- spelaanbieder : iedere persoon die een spel aan de speler aanbiedt door elk soort middel;
- facilitator : iedere persoon die zijn infrastructuur ter beschikking stelt en/of medewerking verleent voor het beheer en de afhandeling van de communicatie uitgaande van de speler.
Art. 43/10. Om een vergunning G1 of G2 te kunnen verkrijgen, moet de aanvrager :
1. indien het gaat om een natuurlijke persoon, onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie; indien het gaat om een rechtspersoon, die geen vereniging zonder winstoogmerk mag zijn, deze hoedanigheid naar Belgisch recht of naar het recht van een lidstaat van de Europese Unie bezitten;
2. indien het gaat om een natuurlijke persoon, volledig zijn burgerlijke en politieke rechten genieten en zich gedragen op een wijze die beantwoordt aan de vereisten van de functie; indien het gaat om een rechtspersoon, moeten de bestuurders en zaakvoerders volledig hun burgerlijke en politieke rechten genieten en zich gedragen op een wijze die beantwoordt aan de vereisten van de functie;
3. bij de commissie een volledig dossier indienen waarin de organisatie, de wijze van selecteren en de methodiek van het spel volledig worden uiteengezet. In dit aanvraagdossier dient eveneens duidelijk te worden weergegeven wie de desbetreffende operator, organisator, spelaanbieder en facilitator is. Deze personen, indien het gaat om natuurlijke personen, moeten ook volledig hun burgerlijke en politieke rechten genieten; indien het gaat om rechtspersonen, moeten de bestuurders en zaakvoerders volledig hun burgerlijke en politieke rechten genieten;
4. een advies overleggen uitgaande van de Federale overheidsdienst Financiën waaruit blijkt dat hij al zijn vaststaande en onbetwiste belastingschulden heeft voldaan.
Art. 43/11. Om houder van een vergunning klasse G1 of G2 te kunnen blijven, moet de aanvrager niet alleen blijven voldoen aan de voorwaarden opgesomd in het vorige artikel, maar tevens :
1. indien het gaat om een natuurlijke persoon die op enigerlei wijze, rechtstreeks of onrechtstreeks, persoonlijk of door middel van een rechtspersoon deelneemt aan de exploitatie van een mediaspel, te allen tijde en op ondubbelzinnige wijze door de commissie gekend zijn; zijn identiteit moet doorgegeven worden aan de commissie;
2. de commissie de mogelijkheid bieden om alle andere natuurlijke personen die op enigerlei wijze, rechtstreeks of onrechtstreeks, persoonlijk of door middel van een rechtspersoon, deelnemen aan de exploitatie van een mediaspel, te alle tijde en op ondubbelzinnige wijze te identificeren en de identiteit van die personen te kennen;
3. aan de commissie alle inlichtingen verstrekken die haar de mogelijkheid bieden te allen tijde de transparantie van de exploitatie en de identiteit van de aandeelhouders, alsook latere wijzigingen daaromtrent te controleren.
Afdeling II. - Televisieprogramma's via nummerreeksen van het Belgisch nummerplan en die een totaalprogramma inhouden
Art. 43/12. De spelaanbieder moet over een vergunning klasse G1 beschikken om televisieprogramma's via nummerreeksen van het Belgisch nummerplan te exploiteren waarvoor hij de oproeper niet alleen de prijs van de communicatie maar ook een betaling voor de inhoud mag aanrekenen, doch alleen voor de reeksen waarop het eindgebruikerstarief geen functie is van de tijdsduur van de oproepen en die een totaalprogramma inhouden.
.....