Interessante, en pijnlijke, column:
Voetbal International - De ene voetbalrrevolutie is duidelijk de andere niet
De grootste Nederlandse (en Europese voetballer) sinds de jaren 70 kreeg in Barcelona iets voor elkaar wat hij voor zijn eigen club, Ajax, nooit voor elkaar zal kunnen krijgen.
Toen Joan Laporta acht jaar geleden zijn machtsovername bij Barcelona voorbereidde, koesterde de onlangs vertrokken voorzitter een bijzonder ritueel. Iedere week organiseerde Laporta een bijeenkomst op zijn advocatenkantoor, waar hij met geloofsgenoten de val van de toenmalige president Joan Gaspart in de steigers zette.
Na afloop van iedere vergadering bewaarde hij de notulen op een speciaal plekje, tussen de twee belangrijkste boeken in zijn leven. Het ene boek was de biografie van Joan Gamper, de Zwitserse voetbalpionier die in 1899 FC Barcelona had opgericht.
Het andere heette M'agrada el futbol en bevatte de voetbalvisie van Johan Cruijff. Ingeklemd tussen de geschriften van die twee clubiconen vonden de plannen van Laporta hun beste voedingsbodem, zo was zijn heilige overtuiging. En hij kreeg gelijk.
Na de machtswisseling Gaspart-Laporta in 2003 klom Barcelona in recordtijd uit een diep dal omhoog en veroverde de club voetbalharten over de hele wereld, thuisprovincie Catalonië voorop.
De mensen die Laporta destijds om zich heen verzamelde, hadden twee dingen gemeen: ze hielden hartstochtelijk van Barcelona en ze predikten revolutie. Eén van hen, het latere bestuurslid Albert Vicens, omschreef het gezelschap treffend als 'een krakerscollectief'.
De groep kwam voort uit het oppositiecomité Elefant Blau, dat onder leiding van dezelfde Laporta enkele jaren eerder voorzitter Josep Lluis Núñez de tent al had uitgewerkt. Mannen met macht dus. En zonder vrees. Een groot pleitbezorger van het verzet tegen eerst Núñez en later Gaspart was Johan Cruijff.
Sinds Laporta als advocaat van Cruijff aan de slag was gegaan, groeide een hechte vriendschap. Tijdens de Catalaanse voetbalrevolutie sneed het mes aan twee kanten. Laporta had zijn verkiezingszege in 2003 grotendeels te danken aan de steun van El Salvador.
Voor Cruijff was het een ideale gelegenheid definitief af te rekenen met zijn aartsvijanden Núñez en Gaspart. Bovendien had hij na de aanstelling van Laporta direct invloed op het beleid van Barcelona.
De aanstellingen van Frank Rijkaard en diens opvolger Pep Guardiola als trainer hadden de zegen van Cruijff, net als de benoeming van Txiki Begiristain als technisch directeur. Waarom hij zich het voetbalbeleid door Cruijff liet influisteren, legde Laporta enkele maanden geleden rond zijn vertrek als voorzitter uit:
'Hij gaf mij, als twaalfjarig jochie, mijn Catalaanse identiteit een gezicht. Als speler en trainer was Cruijff revolutionair en hij heeft deze club met zijn filosofie een eigen voetbalidentiteit gegeven. Voor mij is dat een onmisbare pilaar onder deze club.'
Gestoeld op attractief offensief voetbal, wedstrijden controleren, maximaal tweemaal raken en veel doelpunten maken. Stijlvol voetbal is het belangrijkste, met het risico dat je soms niet wint. Zoals het Nederlands elftal op het WK van 1974 overkwam.'
Zie hier hun belangrijkste overeenkomst: ze stellen de schoonheid van het spel voorop. Wat Cruijff in samenwerking met Laporta in Barcelona voor elkaar kreeg, wil hij ook bij zijn andere grote voetballiefde Ajax bewerkstelligen: de directieburelen kraken met zijn eigen mensen. Het zal hem niet lukken, want de ene revolutie is de andere niet. Bij Ajax is de macht van de Ledenraad veel minder groot dan die van de socios bij Barcelona.
En het rücksichtslos ontslaan van de huidige machthebbers, zoals in zijn column geopperd werd, is juridisch onmogelijk. Cruijff is dus afhankelijk van een handreiking van de mensen die hij weg wil hebben.
Diezelfde mensen kunnen verwijzen naar tweede plaats van Ajax, de terugkeer in de Champions League en de investeringen in de jeugdopleiding. Vind dan maar eens nieuwe bezems om de zaak in Amsterdam schoon te vegen.