a. De goederen die ter beschikking staan van het Koningshuis:
• ongeveer de helft van de oppervlakte van het park van Laken en de koninklijke
serres30;
• het Belvédèrekasteel, met park (de woning van koning Albert II en koningin Paola);
• Stuivenberg, met park; in het park is ook een villa gebouwd voor het gezin
van prinses Astrid;
• de voormalige woning van prinses Astrid aan de achterkant van het palies
in Brussel;
• villa Clémentine, woning van prins Laurent en prinses Claire, te Tervuren;
• de kastelen en parken van Ciergnon, Fenffe en Villers-sur-Lesse. Deze
dienen als buitenverblijven van de koninklijke familie;
• de jacht- en visrechten van 2.500 hectare van het 6.700 hectare grote
koninklijk domein in de Ardennen;
• het kasteel van Hertoginnedal te Oudergem met de Sint-Annakapel; de
kastelen staan op dit moment ter beschikking van de regering;
• het landgoed van Ferage (momenteel met toestemming van de koning aan
derden verhuurd als privé-woning);
• verschillende woningen in Laken en in de Ardennen, die worden betrokken
door personeelsleden.
b. De goederen met een functie van openbaar belang en die dus openstaan voor het
publiek:
• het Dudenpark te Vorst;
• de Japanse toren en het Chinese paviljoen te Laken; die worden toevertrouwd
aan de zorgen van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis;
• het Elisabethpark, de koloniale tuin te Laken en de tuinen van de florist aldaar;
• het arboretum in Tervuren;
• een deel (2 hectare) van het Leopold II-park te Nieuwpoort en een gedeelte
van het Maria-Hendrikapark te Oostende;
• de kapel van Küssnacht, aan het Vierwoudstedenmeer in Zwitserland. Die
grond werd door de Zwitserse Confederatie aan de Schenking gegeven alwaar
koningin Astrid in 1935 om het leven kwam. De “Koninklijke Schenking”
verwierf ook aanpalende terreinen;
• het herenhuis “Bellevue” (annex rechterkant paleis te Brussel). Daar bevinden
zich het Bellevue-museum en het Museum van de dynastie.
c. De opbrengstgoederen:
De overige bestanddelen van het onroerende patrimonium van de instelling
kunnen worden beschouwd als privé-domein en worden dienovereenkomstig beheerd.
Deze goederen worden aan de best haalbare voorwaarden verhuurd. De opbrengsten
moeten toelaten dat de Koninklijke Schenking, zoals de wet het heeft voorgeschreven,
haar uitgaven dekt met haar eigen inkomsten.
De voornaamste bestanddelen zijn de volgende onroerende goederen:
• Ardenne: landbouwgronden (700 ha) gespreid over 11 landbouwexploitaties
en 850 ha in pacht door de plaatselijke bevolking. Het jachtrecht op circa
4.200 ha (land en bos). De opbrengst van de jaarlijkse houthakken van circa
4.800 ha bossen. Het golfterrein in het park van het voormalige Kasteel van Ardenne;
• Tervuren: golf en kasteel van Ravenstein. De gronden van de British School
of Brussels;
• Postel: het jachtrecht op zowat 500 ha land en bossen evenals de jaarlijkse
houthakken;
• Kust: de gewezen koninklijke villa met gaanderijen en park te Oostende;
de gronden ingelijfd bij de Wellingtonrenbaar te Oostende, de Noorse stallen
te Oostende, de “eerste” koninklijke residentie Langestaat te Oostende en
de golf van Klemskerke;
• Brussel en omgeving: Dudenpark te Vorst, kasteel (Narafi) en sportstadion
(Royale Union); vijvers te Bosvoorde; de installaties van de Bruxelles Royal
Yacht Club te Laken, de gronden van het sportcentrum van Financiën “Inter
Nos” te Strombeek-Bever, de bioscoop Vendôme te Elsene, de kantoorgebouwen
Coudenberg, Jan Jacobs en Quatre Bras) te Brussel31.
Tenslotte bezit de instelling ook roerende goederen, waaronder een portefeuille
ter waarde van zowat 30 miljoen euro, die een aanzienlijke bron van inkomsten
betekent. Uiteraard is de opbrengst van deze beleggingen sterk gerelateerd met de
evolutie van de aandelen / fondsen op de beurzen. Ook ontving de instelling in het
verleden waardevolle schenkingen.
De opbrengsten en de overschotten van de begroting van de schenking zijn bestemd
voor de werking. Dit patrimonium staat dus volledig los van het private bezit van de
Koninklijke familie.
Het meest renderende deel zijn de gebouwen die gebouwd zijn op de Coudenberg
(1958), Jan Jacobsplein (1970) en de “Vier Armen” (1974) te Brussel. Zij werden
verhuurd aan diverse F.O.D.’s en de Ecosoc van de Europese Unie. De laatste jaren is
dit onroerende patrimonium sterk onderhevig aan de leegstand te Brussel, het vertrek
van de hurende administraties naar modernere gebouwen en de noodzaak voor een
sanering van deze gebouwen.
De opbrengsten van de beleggingsportefeuille waren in 2001 en 2002 een
tegenvaller als gevolg van de slechte beursjaren en ook door de lage rente. Zowat 2/3
van de ontvangsten van de schenking komen uit de huuropbrengsten van gebouwen.
De enorme kost van de noodzakelijke moderniseringen van de gebouwen dwingt de
Koninklijke Schenking tot het nemen van strategische beslissingen.