14. DE ERKENNING VAN DE ISLAMITISCHE EREDIENST INTREKKEN
De islamitische godsdienst is een anti-Europese en onverdraagzame godsdienst. De jongste jaren is duidelijk gebleken dat er een fundamentele en onoverbrugbare tegenstelling bestaat tussen de islam en het Europese waardengoed. In tegenstelling tot de Europese maatschappijordening maakt de islam geen onderscheid tussen het politieke, culturele en godsdienstige leven. Als dusdanig tast de islam de openbare orde ernstig aan en vertroebelt deze godsdienst de verhoudingen tussen de religieuze gemeenschap en de lekenstaat. Het Vlaams Blok is dan ook van oordeel dat de erkenning met de daaraan gekoppelde betoelaging van de islamitische eredienst onmiddellijk moet ingetrokken worden. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling van het Vlaams Blok te raken aan het beginsel van de godsdienstvrijheid en de individuele godsdienstbeleving.
Er kan trouwens op gewezen worden dat in dit land maar vijf godsdiensten erkend zijn, namelijk de rooms-katholieke, de protestantse, de Grieks-orthodoxe, de joodse, en de islamitische godsdienst; andere godsdiensten zijn in dit land niet erkend. Deze niet-erkenning houdt echter geen aantasting in van de godsdienstvrijheid; deze niet-erkende godsdiensten kunnen hier immers in volledige vrijheid beleefd worden.
15. HET AANTAL MOSKEEËN DRASTISCH VERMINDEREN
De wildgroei van moskeeën moet gestopt worden. Overal rijzen moskeeën als paddestoelen uit de grond. Aangezien het sociale leven van de islamgemeenschap zich concentreert in en rond de moskee, betekent de inplanting van een moskee in een wijk of gemeente een belangrijke factor van vervreemding en een aanzet tot gettovorming. Het Vlaams Blok wil deze gettovorming zoveel mogelijk tegengaan. In afwachting van de begeleide terugkeer, is het Vlaams Blok er echter wel van overtuigd dat de hier verblijvende moslims het recht hebben om hier hun godsdienst te belijden. Het Vlaams Blok stelt dan ook een moskeestop voor. Polyvalente ruimten buiten de stads- en woonkernen kunnen ter vervanging van de moskeeën in die kernen gebruikt worden als gebedsruimte.
16. RECHT EN ORDE HERSTELLEN IN DE GETTOWIJKEN
De beste manier om de gettovorming in onze grootsteden tegen te gaan, is uiteraard de begeleide terugkeer naar de landen van herkomst. In afwachting van deze terugkeer is het echter noodzakelijk om er op toe te zien dat deze getto's niet verworden tot zones die ontoegankelijk zijn voor politie en rijkswacht, waar alleen de terreur van de straat nog geldt. In wijken met hoge vreemdelingenconcentraties is dan ook een verhoogde politieaanwezigheid noodzakelijk en dienen op systematische wijze identiteitscontroles te gebeuren. Het is noodzakelijk dringend in deze gettowijken recht en orde te herstellen.
17. HET MOSLIMFUNDAMENTALISME TERUGDRINGEN
De ontworteling van de niet-Europese vreemdelingen werkt het fundamentalisme in de hand. Fundamentalistische organisaties kunnen nochtans, zonder enige belemmering, hier bij ons hun activiteiten ontplooien. Een streng beleid ten overstaan van deze organisaties dringt zich dan ook op.
Momenteel zijn op het grondgebied van ons land verschillende fundamentalistische organisaties actief. Een recent rapport van de Staatsveiligheid toont aan dat ons land een draaischijf van fundamentalisme en radicaal islamisme dreigt te worden. Organisaties zoals 'Milli Görüs' en de 'Moslimbroeders' breiden hun invloed binnen de islamitische gemeenschap steeds verder uit.
18. DE RITUELE SLACHTINGEN VERBIEDEN
In onze Europese samenleving bestaat terecht een groeiende aandacht voor het welzijn der dieren, die zich ook vertaalt in wetgevende initiatieven. Nochtans blijven de dierenbeschermingswetten onverdoofde rituele slachtingen uitdrukkelijk toestaan. Wanneer wreedheden tegen dieren in het kader van wetenschappelijke experimenten aan banden kunnen worden gelegd, moeten zij zeker in het godsdienstige kader worden verboden. In afwachting van het verbieden van rituele slachtingen, dient het slachten te gebeuren door deskundige, geautoriseerde slachters in de daartoe voorziene slachthuizen.
32. HET SYSTEEM VAN FAMILIEHERENIGING AFSCHAFFEN EN DE NA 1974 AFGESLOTEN BILATERALE AKKOORDEN DIE DE FAMILIEHERENIGING AANMOEDIGEN OPHEFFEN
De familiehereniging is een van de mogelijkheden om de sinds 1974 afgekondigde immigratiestop te omzeilen. Aangezien het verblijf van het merendeel van de niet-Europese vreemdelingen hier toch maar tijdelijk is, wordt de mogelijkheid tot familiehereniging afgeschaft. Het Vlaams Blok is uiteraard wel voorstander van gezinshereniging in de landen van herkomst.
Alhoewel er in 1974 een algemene immigratiestop werd afgekondigd, werden er in 1976 nog verschillende bilaterale akkoorden goedgekeurd met Turkije en met een aantal Noord-Afrikaanse landen (Marokko, Tunesië en Algerije) die de familiehereniging mogelijk maakten en aanmoedigden. Artikel 8 van het EVRM voorziet voor iedereen in het recht op eerbiediging van zijn privé-leven, zijn gezinsleven, zijn huis en zijn briefwisseling. Het tweede lid van dit artikel laat inderdaad geen inmenging van enig openbaar gezag toe bij de uitoefening van dit recht, tenzij bij wet voorzien is dat dit nodig is voor het economisch welzijn en de openbare orde van het betreffende land. Het omzeilen van de immigratiestop van 1974 door het systeem van de gezinshereniging tast het economisch welzijn en de openbare orde ernstig aan. De afschaffing van dit systeem is dus in overeenstemming met artikel 8, tweede lid. Tussen 1990 en 1995 alleen al maakten 15.155 vreemdelingen gebruik van de gezinshereniging om zich hier te vestigen; 8.126 onder hen hadden de Marokkaanse nationaliteit.
33. SCHIJNHUWELIJKEN STRENG BESTRAFFEN
Een verstrenging van de wetgeving ter beteugeling van de problematiek van de schijnhuwelijken is noodzakelijk om de immigratiestop waterdicht te maken. De bevoegdheden van de ambtenaar van de Burgerlijke Stand dienen uitgebreid te worden zodanig dat hij terzake een betere controle kan uitoefenen; tevens moeten de Belgische partners en de tussenpersonen, die dergelijke schijnhuwelijken regelen, strenger bestraft worden.
34. DE AKKOORDEN VAN SCHENGEN EN DUBLIN AFWIJZEN
Door de akkoorden van Schengen en Dublin werden de binnengrenzen afgeschaft, de buitengrenzen van de Europese Unie blijken echter zo lek als een zeef. Ons land moet zo vlug mogelijk afstand nemen van de akkoorden van Schengen en Dublin. De bepalingen in verband met de immigratie en clandestiene immigratie zijn zo laks dat de overheid op geen enkele manier de immigratie van niet-Europese vreemdelingen afkomstig uit andere landen dan diegene behorende tot de Europese Unie zal kunnen tegenhouden of afremmen.
Het akkoord van Schengen is een overeenkomst tussen verschillende Europese landen over de afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen. De overschrijding door personen van de Europese binnengrenzen is principieel totaal vrij, de controles dienen te gebeuren aan de buitengrenzen van Europa. Een degelijke controle van iedere betreder van het Belgisch grondgebied aan de binnengrenzen wordt hierdoor onmogelijk gemaakt. Het akkoord van Dublin voorziet voor een aantal Europese landen een gelijklopende asielprocedure. Indien een asielzoeker een asielaanvraag indient bij een Dublin-lidstaat, dan wordt aan de hand van een aantal criteria vastgesteld welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek. Deze lidstaat is dan verplicht het asielverzoek te behandelen in overeenstemming met zijn eigen recht, met uitsluiting van andere asielverzoeken in andere lidstaten. Tevens heeft de behandelende lidstaat, in geval van weigering van het asiel, de taak de vluchteling te verwijderen. Door dit akkoord neemt de overheid de verplichting op zich om elke asielaanvraag te behandelen, hetgeen vroeger niet het geval was. Bovendien zal dit leiden tot een aanpassing van de strengere wetgevingen aan de meer liberale nationale wetgevingen.
35. STRENGE GRENSCONTROLES INVOEREN
Enkel via strenge grenscontroles kan de stroom illegalen en zogenaamde politieke vluchtelingen gestopt of toch minstens afgeremd worden. In plaats van de grensposten af te schaffen, moet er meer bewaking aan de grenzen van ons land voorzien worden.
36. INSCHRIJVEN VAN HET TERRITORIALITEITSPRINCIPE IN DE CONVENTIE VAN GENEVE
De overheid moet het initiatief nemen opdat het territorialiteitsprincipe in de Conventie van Genève ingeschreven zou worden. Het statuut van politiek vluchteling kan dan enkel nog toegekend worden aan Europeanen. De politieke vluchtelingen uit andere werelddelen moeten hun toevlucht zoeken in de regio van het land dat ontvlucht wordt. Door het invoeren van het territorialiteitsprincipe zal de illegale immigratie sterk afnemen. In afwachting van de inschrijving van dit principe in de Conventie van Genève, stelt het Vlaams Blok een aantal overgangsmaatregelen voor, zoals het invoeren van een lijst van politiek onveilige landen en de oprichting van gesloten opvangcentra voor asielzoekers.
Het Vlaams Blok werd hier reeds in bijgetreden door de EU-top van Edinburg (12.12.92) die stelt: "Ontheemden zouden moeten aangemoedigd worden in het dichtst bij hun woonplaatsen gelegen veilige gebied te blijven." Ook Mark Bossuyt, VN-Commissaris-Generaal voor vluchtelingen en staatlozen, is voorstander van dit territorialiteitsprincipe. "Het is immers veruit verkieslijker er voor te zorgen dat zoveel als mogelijk vluchtelingen opgevangen worden in een buurland van het land dat zij ontvluchten, eerder dan hen opvang te moeten verlenen in een ver land. Zowel om redenen van internationale solidariteit als in het belang van onze eigen landen, moet de opvang in buurlanden van het ontvluchte land worden aangemoedigd." Liberalisme, 1993, nr. 13.
49. DE SOCIALE ZEKERHEID SPLITSEN
Een splitsing van het systeem in een sociale zekerheid voor Europese gerechtigden en een sociale zekerheid voor niet-Europese gerechtigden, zal de reïntegratie van de niet-Europese vreemdelingen in hun landen van herkomst bespoedigen. Een autonome financiering betekent eveneens dat onze bevolking niet langer zal moeten opdraaien voor het onderhoud, via de sociale zekerheid, van een al te grote groep niet-actieve vreemdelingen. Deze splitsing van de sociale zekerheid zal uiteraard gerealiseerd moeten worden via een nieuwe wet en aanpassing of afschaffing van wetten die de toepassing van dit principe in de weg staan.
Dat is al ouder dan velen hier.