ABC van het Belgisch bankgeheim
l België een van de weinige landen waar discretieplicht nog bestaat l Regeringspartijen niet eensgezind over versoepeling
PIETER BLOMMe, LARS BOVÉ en ellen cleeren
Het voorstel van minister van Financiën, Didier Reynders (MR), en zijn staatssecretaris Bernard Clerfayt om het bankgeheim te versoepelen roept veel vragen op. Een poging tot antwoord.
Wat mag de belastinginspecteur vandaag al?
Er wordt in ons land wel gesproken van ‘bankgeheim’, maar in feite gaat het om een ‘discretieplicht’. Dat betekent dat bankiers geen straf riskeren als ze die discretieplicht schenden. Toch houden bankiers zich eraan en verstrekken ze niet zomaar informatie over rekeningen van klanten. Al is het maar om te vermijden dat hun klanten een schadevergoeding zouden eisen.
Er gelden andere regels als er sprake is van fraude met btw of inkomstenbelastingen. Voor btw-dossiers geldt het bankgeheim niet. Bij elk vermoeden van belastingontduiking mag de gewestelijke belastingdirecteur de rekeninggegevens opvragen. Al gebeurt dat in de praktijk heel weinig. De Bijzondere Belastinginspectie (BBI) ging in 2008 slechts 76 keer over tot opheffing van het bankgeheim.
Het bankgeheim geldt wel nog voor inkomstenbelastingen van privépersonen. In die dossiers moet de bank de rekeninggegevens vrijgeven als er een vermoeden is dat de bank medeplichtig is aan de fraude. Bij de BBI is te horen dat ook voor die beperkte gevallen bijna nooit bankrekeningen worden ingekeken.
Wat mag het gerecht?
De parketten houden zich nog uitsluitend bezig met gevallen van ernstige en georganiseerde fraude. Elke parketmagistraat kan in het kader van zijn onderzoek de bankrekeningen van de verdachten inkijken. Hij heeft daarvoor geen onderzoeksrechter nodig, wat bijvoorbeeld wel het geval is voor een huiszoeking of een telefoontap.
Wat stellen Reynders en Clerfayt voor?
De belastingadministratie zou ook voor de inkomstenbelasting de bankrekeningen mogen inkijken. Maar er worden een aantal nieuwe drempels ingevoerd, die ook zullen gelden voor btw-dossiers. De gewestelijke belastingdirecteur mag de gegevens enkel opvragen wanneer hij een positief advies krijgt van de fiscale bemiddelingsdienst van Financiën. De directeurs zijn er niet over te spreken dat ze die bevoegdheid uit handen zouden moeten geven en al zeker niet aan een politiek samengestelde ombudsdienst.
En dan nog zal de belastingplichtige een onderzoek van zijn rekeningen kunnen vermijden door zijn situatie te regulariseren. Om zo’n regularisatie aantrekkelijk te maken, willen Reynders en Clerfayt de belastingverhoging laten zakken van 50 procent naar 20 procent of meer.
In welk geval zou het bankgeheim opgeheven worden?
Bij ‘ernstige aanwijzingen’ van fiscale fraude die ‘concreet’ en ‘controleerbaar’ zijn. ‘Dat is strenger geformuleerd dan in het huidge artikel 333 van het Wetboek Inkomstenbelasting’, zegt Dirk Van Belle, advocaat gespecialiseerd in fiscaal recht op het kantoor Dauginet. ‘Nu kan de fiscus volgens dat artikel een onderzoek voeren bij aanwijzingen inzake belastingontduiking. Dat is bijvoorbeeld het geval als de belastingplichtige voorkomt op een lijst van buitenlandse rekeninghouders en in zijn aangifte nooit een rekening in het buitenland heeft aangegeven. Aanwijzingen zijn er nu ook als de fiscus vaststelt dat een bedrijf fictieve facturen verstuurde, dus facturen waar geen reële prestatie tegenover staat. Uiterlijke tekenen van welstand worden niet als aanwijzingen van fiscale fraude beschouwd, bijvoorbeeld als iemand een werkloosheidsvergoeding krijgt, maar met een Porsche rijdt.’ Dat is onvoldoende om bankgegevens te controleren.
Volgens Michel Maus, professor fiscaal recht aan de Vrije Universiteit Brussel, zal het bankgeheim slechts in een beperkt aantal gevallen kunnen worden opgeheven indien het voorstel het haalt. Bijvoorbeeld als de fiscus een lijst met fraudeurs in handen krijgt. Recent gebeurde dat: een ex-werknemer van de Zwitserse bank UBS bood een lijst met explosieve bankgegevens aan de Duitse fiscus aan.
Welke data kunnen bij de bank worden opgevraagd?
Het bankrekeningnummer van een persoon of titularis van een rekening, rekeninguittreksels over een bepaalde periode en de volmachthouders van de rekening.
Waarom komt Reynders nu met dit voorstel?
Hij wilde duidelijk zijn regeringspartners in snelheid pakken. Hij weet dat het Belgische bankgeheim vroeg of laat wordt afgeschaft. Ons land is een van de weinige landen waar zo’n systeem nog bestaat. Door de uitwisseling van bankgegevens en belastingverdragen met andere landen verhoogt de druk om ons bankgeheim op te heffen. Doordat België bijvoorbeeld een belastingverdrag heeft afgesloten met de VS, kan de Amerikaanse fiscus aan de Belgische fiscus bankgegevens opvragen van een Belg die in Amerika woont. Maar van zijn eigen inwoners kan de Belgische fiscus dat niet.
Wat stellen de andere partijen voor?
CD&V is niet te spreken over het voorstel van Clerfayt en Reynders. Jenne De Potter, Kamerlid voor CD&V, meent dat ze de opheffing van het bankgeheim ‘nog moeilijker maken’. ‘Doordat de fiscale bemiddelingsdienst wordt ingeschakeld, wordt de procedure veel te log’, zegt hij. CD&V is bovendien voorstander van een soepeler criterium om het bankgeheim te kunnen opheffen. Belastingambtenaren moeten banken kunnen ondervragen ‘indien ze over één of meer aanwijzingen beschikken dat inkomsten niet werden aangegeven. Dat was ook de aanbeveling van de onderzoekscommissie naar fiscale fraude. Ook oppositiepartij sp.a is voorstander van zo’n soepel criterium.
Ook de regeringspartij PS schiet het voorstel van Reynders en Clerfayt af. Op het kabinet van vicepremier Laurette Onkelinx is te horen dat er geen consensus over bestaat. ‘Er worden veel te veel filters ingebouwd alvorens het bankgeheim kan worden opgeheven, waardoor het een maat voor niets dreigt te worden. ‘Alleen de Vlaamse liberalen reageren niet afwijzend. Open VLD-Kamerlid Luk Van Biesen noemt het een ‘goede aanzet’ tot discussie.
06:00 - 20/03/2010 Copyright © De Tijd