BlueSkyraider
Legacy Member
Bron: deredactie.be - OPINIE Blog Archive De computerrevolutie verbrijzelt communisme en kapitalismeDe computerrevolutie verbrijzelt communisme en kapitalisme
22 / 11 / 2009
Bij het analyseren van het huidige wereldgebeuren zijn we ons meestal onvoldoende bewust van de fabelachtige omwentelingen die zich in alle domeinen voordoen.
Deze omwentelingen danken hun coherentie aan de wetenschappelijk-technologische stuwkracht van de ICT (informatie en communicatietechnologieën)-revolutie en haar afgeleide effecten in alle aspecten van het menselijk denken en handelen.
In de handboeken van wereldgeschiedenis betekent BC en AC niet langer before Christ en after Christ, maar wel before en after computer. De kennismaatschappij, die hieruit voortspruit, vormt het nieuwe wereldwijde paradigma, althans voor een elite. Want het blijkt dat de kenniseconomie ook veel onwetendheid afscheidt. Overinformatie leidt tot desinformatie.
‘Globalistan’, ons werelddorp
De maatschappij is onontwarbaar complex geworden. En er bestaat zoiets als ‘de wet van de afnemende relatieve kennis’: het gekende neemt toe, maar het kenbare neemt nog veel sneller toe. Hierdoor ontstaat een kloof tussen wat we kennen en wat we zouden kunnen of moeten kennen.
De kenniseconomie opent ondanks een aantal nieuwe vormen van discriminatie, nochtans weergaloze perspectieven inzake menselijke lotsverbetering. De wereldwijde kennismaatschappij leidt tot een versnelde eenwording van de wereld, die ons ‘werelddorp’ wordt. Ik noem het ‘Globalistan’.
De aan de gang zijnde ICT-revolutie heeft een verbrijzelende invloed op de twee dominerende politiek-economische systemen van de 20e eeuw: het marxistisch-leninistisch geïnspireerde communisme en het liberaal-democratische marktkapitalisme.
Decollectivisering en deprivatisering
De kenniseconomie sorteert twee wereldwijde mutaties: een van ‘decollectivisering’ en een van ‘deprivatisering’, gepaard gaande met ‘dodelijk’ concurrentie.
* Zodra de menselijke kennis, gevoed door onmetelijke informatiestromen en communicatiekanalen, en de daaruit voortvloeiende creativiteit, de belangrijkste productiefactoren worden, verliest het collectivisme van socialistisch-communistische inslag elk steunpunt. Om de eenvoudige reden dat kennis en creativiteit niet vatbaar zijn voor ‘socialistische’ collectivisering en onteigening van de productiefactoren.
Geld en machines kunnen bij wet of met dictatoriale methoden worden ontnomen aan de welgestelden en kapitalisten en worden herverdeeld en beheerd door de Staat. Kennis en de zin voor creativiteit, die individueel zijn, kunnen echter niet worden gecollectiviseerd. Kennis moet bovendien niet worden gedeeld en verdeeld maar vermenigvuldigd (onder mee via onderwijs en onderzoek). Meteen beleven we het exit van de socialistisch-communistische herverdelings- en collectiviseringsrecepten en verbleekt de droom van de maakbaarheid van de maatschappij volgens het marxistische recept.
* De aanhangers van het liberale marktkapitalisme onderschatten van hun kant evenzeer de impact van de aan de gang zijnde mutaties, die zich uiten in een verspreide ‘deprivatisering’ van de voornaamste productiefactoren. Kennis en creativiteit kunnen heel moeilijk worden gebrevetteerd, vastgehouden, opgeslagen. Elke uitvinding, elk idee circuleert ongehinderd en planetair via de talrijke ICT-kanalen. Denken we maar aan internet, google en facebook.
Het kapitalisme steunde vooralsnog op het Romeinsrechtelijke concept van het privé-eigendom. Hiervan blijft niet veel meer overeind als men het heeft over de bescherming van de intellectuele eigendom (copyright wordt gelezen als’ the right to copy’) in een wereld die ontgrensd is, gevirtualiseerd, gedeterritorialiseerd en zelfs gedematerialiseerd wat zijn belangrijkste productiefactor betreft (kennis + creativiteit). Daarbij komt een fenomeen van ‘desintermediatie’, waarbij vraag en aanbod elkaar rechtsreeks vinden (e-bay) zonder tussenpersonen en de marktwerking volledig wordt gedesinstitutionaliseerd en onttrokken aan het staatsgezag (BTW is bij elektronisch handelsverkeer moeilijk te innen).
Als gevolg van de eenwording van de planeet op wetenschappelijk en technologisch gebied is de wereld ook één groot economisch speelveld geworden – een wereldmarkt – waarop reuzenbedrijven elkaar dodelijk beconcurreren. De Amerikanen hebben het over de ‘cut the throat over competition’. Economen spreken van een oligopoliemarkt. KMO’s zijn gesatelliseerd rond de grotere.
Multinationals hebben enorme financiële behoeften, wat leidde tot enorme concentraties in de financiële sector. De ICT en de computertechnologie maken het mogelijk een hele reeks nieuwe financiële producten op de markt te brengen die vaak heel speculatief zijn, zorgen voor grote beursvolatiliteit en daardoor de geloofwaardigheid van het financiële kapitalisme ondermijnen. De crisis van het woonkrediet in Amerika uitgebroken in 2007 bevestigt dit op een dramatische wijze. Om te zwijgen van de misbruiken, de kolossale afscheidspremies van managers, de fraudes en tradingschandalen.
Internationale regulering vereist
Communisme en kapitalisme, voedstervaders van de maatschappelijke ideologieën, de politieke regimes en de economische systemen van de 19e en 20e eeuw, worden derhalve grondig ontredderd door de aanstormende en aanzwellende wetenschappelijk-technologische wervelwinden.
De Verenigde Staten van Amerika, de Europese Unie en China zijn wellicht in de wereld van morgen de belangrijkste testgebieden waar, met vallen en opstaan, zal worden uitgezocht welk maatschappelijk systeem het best is aangepast aan de nieuwe noden en uitdagingen.
Een nieuwe, internationaal uitgebouwde regulering en bewaking van de vooral financiële markten is vereist. Die nood vertoont een onontkoombare ethische dimensie. De allerbelangrijkste uitdaging voor ons werelddorp, ‘Globalistan’, bestaat erin alle veranderingen, die zo overweldigend op ons afkomen, om te zetten in echte menselijke vooruitgang.
Maar dit veronderstelt dat men een consistente en bruikbare opvatting heeft over wat men bedoelt met menselijke vooruitgang. Het betreft een in wezen ethische vraagstelling: wat is goed voor de mens? En wie is ‘men’, die deze vraag moet beantwoorden? Het toetsen van economische, technologische en dus grotelijks materiële vooruitgang aan een waardenschaal wordt aldus een essentiële opdracht.
Mark Eyskens Gewezen minister, eerste minister, en minister van Staat
Interessant stukje opinievan Dhr Eyskens.
Zal het kapitalisme en/of communisme in de toekomst verdwijnen? Naar welke vormen van bestuur zullen we dan groeien?
Is het huidige politieke systeem - algemeen gezien - van besturen niet te log en te traag? Kan het niet mogelijk zijn dat er op een veel snellere en flexibele manier gereguleerd wordt en ingespeeld wordt op nieuwe trends en technologieën?
.
