Dobbelsteen
Legacy Member
D@SîR0 zei:FOUT
de stelling van pythagoras gaat ervan uit dat a en b staan voor de rechthoekszijden en c voor de schuine zijde van een rechthoekige driehoek. Dit is echter geen universeel geldende wet die van toepassing is op alle vergelijkingen waar onbekenden worden voorgesteld door de letters a, b en c
als ik bijvoorbeeld de schuine zijde definieer als b en de andere µ en @, dan is µ² gelijk aan b² - @² en b² - @² - µ² = 0 (dit natuurlijk in de stelling dat het over een rechthoekige driehoek gaat)
Meneer, ik zit op d'unief, ik ga naar de bieb, ik ga studeren, dus uw argument is ongeldig!


that chick

