477
Een vrouw heeft twee eierstokken die links en rechts naast de baarmoeder in de buikholte liggen. De eierstok zit vast aan enkele bandjes (ligamenten), namelijk: ligamentum suspensorium ovarii (met bloedvaten voor de eierstok: a. & v. ovarica), ligamentum ovarii proprium, en ligamentum latum uteri (met bloedvaten vanuit baarmoeder naar eierstok, en de urineleider (ureter)).
Een ovarium is amandelvormig en heeft een lengte tot 4 cm, breedte van 1,5 tot 2 cm, een dikte van 1 cm en wegen 2,5 - 7,5 gram (met name afhankelijk van leeftijd van de vrouw). In een ovarium zijn twee lagen te onderscheiden, namelijk de schors (cortex) en het merg (medulla). In de cortex liggen de follikels met daarin de toekomstige eicellen (oöcyten). Het merg bestaat uit vaatrijk losmazig bindweefsel. Er is geen duidelijke grens tussen de schors en het merg.
Het stroma van de schors wordt gevormd door spoelvormige bindweefselcellen en fijne collagene vezels. Dicht onder het oppervlak ligt de tunica albuginea. Dit laagje geeft het ovarium een witte kleur (albuginea=witmakend).
(Voor diegene die de vrouwen iets meer trachten te begrijpen)