Sinds juli 2016 zijn de maandelijkse neerslagtotalen in Ukkel (op november 2016 na) lager dan
gemiddeld. Tussen 10 en 26 juni viel er in Ukkel geen neerslag en de maand juni 2017 was
uitzonderlijk warm (19.2°C bij een normaal van 16.2°C). De laatste vier dagen van juni viel in Ukkel 31
van de 50.8 mm. In juli viel in Ukkel tot op heden 28.2 mm neerslag. De grootste
neerslaghoeveelheden vielen tussen 10 en 13 juli, met de grootste hoeveelheden op 12 juli. Ook deze
neerslag was erg ongelijk verdeeld, en viel vooral over het noorden van onze regio. In het noorden
viel meer dan 50 mm neerslag, waar in de Waalse en Franse deelstroomgebieden van IJzer (ongeveer
10 mm), Boven-Schelde en Leie veel minder neerslag viel (5-10mm).
3.1 IJzerbekken
Op de IJzer te Haringe is de afvoer momenteel ongeveer 0.5 m³/s. Deze afvoer is nog steeds laag, al
boden de buien van het begin van de maand de kans om tijdelijk weer het streefpeil van 3.14 m TAW
in Lo-Fintale te halen. Momenteel is het peil aldaar alweer een vijftal centimeter gezakt. Door de
aanhoudende lage afvoeren is ook aandacht nodig voor de zoutproblematiek. Recreatievaart wordt
sinds 13 juli opnieuw geschut, zij het gegroepeerd met maximale wachttijden van 1u. Voor de sluizen
die grenzen aan zout water geldt de regel dat recreatievaart énkel mee met de beroepsvaart wordt
geschut. Dit geldt voor Gravensluis, Veurnesluis, maar ook de Verbindingssluis in Brugge en de
Demeysluis in Oostende (Haven van Oostende).
Een overzicht van maatregelen in West-Vlaanderen is op dit moment beschikbaar via
Waterschaarste in West-Vlaanderen. De huidige situatie met zeer lage (basis-)afvoer van
de IJzer blijft nog zeker tot het einde vande maand aanhouden.
3.2 Bekkens van de Brugse Polders, Gentse Kanalen, Leie en BovenSchelde
Deze bekkens worden samen behandeld. De aanvoer van Leie en Boven-Schelde wordt immers rond
Gent kunstmatig verdeeld richting Oostende (Kanaal Gent-Oostende), Heist (Afleidingskanaal van de
Leie), Terneuzen (Kanaal Gent-Terneuzen) en de Zeeschelde.
Zoals hoger besproken, viel er in het bovenstrooms gebied van Leie en Boven-Schelde (samen emt
Dender) minder neerslag dan in de rest van onze hydrologische regio tijdens de buien in de eerste
decade van juni. Er is op Leie en Boven-Schelde dan ook geen toename van de afvoer vast te stellen
sinds het begin van de maand. De afvoeren in Menen (Leie) en Helkijn (Boven-Schelde) liggen nog
steeds ronde minima sinds het begin van de metingen.
De gezamelijke bovenafvoer van Leie en Boven-Schelde samen ligt sinds het begin va de maand rond
20 m³/s en dat vertaalt zich ook naar de afvoeren in de afwaterende kanalen. In Varsenare, op het
kanaal Gent-Oostende, was er op meerdere dagen geen afvoer in de maand juni.
De waterwegbeheerder (W&Z nv) blijft waterbesparende maatregelen nemen. Zo wordt er bij een
aantal sluizen gegroepeerd geschut (met maximale wachttijd van 1u). Het beschikbare water wordt
zo goed mogelijk verdeeld richting Brugge, Kanaal Gent-Terneuzen en de Zeeschelde. De
referentiepeilen op het Groot Pand en het Kanaal Gent-Terneuzen kunnen, na een kortstondige
opflakkering in het begin van de maand, niet meer volledig gehouden worden door gebrek aan water
en de debietslevering aan Kanaal Gent-Terneuzen en de Zeeschelde is (te) beperkt.
3.3 Denderbekken
Ook op de Dender in Overboelare ligt de afvoer momenteel weer rond de minima sinds het begin van
de metingen en is er geen effect meer merkbaar van de regenbuien in de eerste decade.
3.4 Zennebekken
Op de Zenne te Eppegem is worden afvoeren gemeten die ongeveer rond de minima (4 m³/s) liggen
sinds het begin van de metingen. De debietsberekening werd aangepast sinds het vorige
laagwaterbericht.
3.7 Maasbekken
De onverdeelde Maasafvoer te Luik (‘Monsin’) is sinds het begin van de maand ongeveer stabiel rond
45-50 m³/s. Dat is voor half juli ongeveer de P10-waarde sinds 1911en onder de waarde van de droge
zomer van 2011 (60 m³/s). In de zomer van 1976 was het debiet wel nog een stuk lager (22 m³/s).
De Vlaamse Waterweg NV neemt de nodige maatregelen om te voldoen aan het Maasafvoerverdrag
(waarin de waterverdeling bij lage afvoeren tussen Vlaanderen en Nederland bepaald wordt) en
poogt de peilen in de kanaalpanden voor scheepvaart te handhaven. Zo wordt er op het Albertkanaal
water teruggepompt aan de sluiscomplexen van Ham en Olen, zijn een aantal watercaptaties ten
behoeve van natuur en landbouw gedeeltelijk beperkt en werd de waterkrachtcentrale in het
sluizencomplex van Wijnegem stilgelegd. Gegroepeerd schutten voor beroepsvaart en pleziervaart
werd ingevoerd op het sluiscomplex van Wijnegem (maximum wachttijd 1 uur). Pleziervaart wordt
gegroepeerd geschut op de beide sluizen van de Zuid-Willemsvaart en de sluizen 1,2 en 3 van het
kanaal Bocholt-Herentals (maximum wachttijd 2 uur). Alle vergunninghouders van watercaptaties
werden geïnformeerd over de huidige periode van lage Maasafvoeren en verzocht hun waterverbruik
zoveel mogelijk te beperken. Momenteel kan het streefpeil op het Albertkanaal behouden blijven.
Peilen op de Zuid-Willemsvaart en het Kanaal Bocholt-Herentals zijn stabiel op de ondergrens
Ondanks al deze maatregelen wordt vastgesteld dat het waterpeil op het Albertkanaal opwaarts
Genk (-30 cm)en op de Zuid-Willemsvaart en het kanaal Bocholt-Herentals (-6 cm) daalt.