Synoptische ontwikkeling:
Zowel op hoogte als aan de grond zien we een vrij complex lagedruk systeem met meerdere secundaire laagjes die daar omheen cirkelen. Run na run komt dit gehele systeem langzaam iets verder oostwaarts te liggen en tevens beweegt het geheel langzaam verder oostwaarts. Eerst krijgen we te maken met een zuidelijke stroming met de aanvoer van behoorlijk zachte lucht. Vanaf het weekeinde lijken de secundaire laagjes over het aandachtsgebied heen te trekken. Na het weekeinde bouwt boven Scandinavie een hoog op, in de loop van de volgende week loopt de kerndruk op tot boven de 1050 hPa en krijgt het hoog invloed op het stromings patroon in het aandachtsgebied. Vanaf volgende week laten de meeste members dan ook arctische lucht binnenkomen en zien we de temperaturen flink onderuit gaan.
Modelbeoordeling en onzekerheden:
De clusters zijn tot het komende weekeinde behoorlijk eenduidig. Vanaf dan wordt het vanwege de overtrekkende secundaire laagjes een stuk wisselvalliger. De oplossingen in de pluim lopen vanaf dan ook sterker uiteen. Vooral in de windsnelheid en richting zien we dan grote onzekerheden met in het komende weekeinde een aantal leden met uitschieters tot rond de 30 m/s, 5-10 %. De operationele run zit significant lager met ca 15 m/s. Vanaf het komende weekeind is het scenario behoorlijk omgegooid, lieten in vorige runs slechts een beperkt aantal members een koudere oplossing zien met een hoog boven Scandinavie, in deze laatste run Zien we een grote spreiding in het patroon met circa 30% inclusief de operationele run, aan de koude zijde. In de verwachte windrichting is de verdeling ongeveer 50-50, dus het koude scenario staat dus nog helemaal vast, maar vanwege deelname van de operationele run, hier toch specifiek omschreven.
_________
van knmi