Overeenkomstig artikel 8, § 5, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 wordt elke verbouwing van een voertuig waardoor het niet meer overeenstemt met het goedkeuringscertificaat bekrachtigd met een afwijking ervan. Wanneer de verbouwing echter wordt uitgevoerd door een andere persoon dan de fabrikant of zijn gemachtigde, wordt de aanvraag alleen in aanmerking genomen met de instemming van de fabrikant of van zijn gemachtigde.
Onder verbouwingen verstaat men grondige veranderingen, bijvoorbeeld, ter hoogte van de stuurinrichting, het ophangings-, uitlaat- of remsysteem, of fundamentele veranderingen aan het chassis of het zelfdragend koetswerk, die strijdig zijn met het bestaande goedkeuringscertificaat, proces-verbaal van goedkeuring (PVG) of certificaat van overeenstemming (C.O.C.).
Deze omzendbrief heeft als doel de verbouwingen te omschrijven die niet als dusdanig worden aanzien en waarop bijgevolg artikel 8, § 5, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968, niet van toepassing is. Voor deze verbouwingen is dan ook geen akkoord van de fabrikant of diens gemachtigde vereist.