merle zei:
Hoge iso waarden als het donkerder wordt toch ook?
De sensor in een digicam bevat 1 lichtcel per pixel in het uiteindelijke beeld. Zo'n lichtcel zet binnenkomend licht om in elektriciteit: hoe meer licht erop valt, hoe hoger de intensiteit van de geproduceerde stroom.
De digitale foto wordt gevormd door de intensiteit van de stroom van iedere lichtcel op te meten en dit voor te stellen op een schaal met een vast aantal waarden (256 waarden voor JPEG): voor iedere intensiteit heb je dan 1 waarde op die schaal.
Om een zo goed mogelijke foto te krijgen moet je zo veel mogelijk van de waarden op de schaal gebruiken (dus liefst zowel pixels met waarde 0 als pixels met waarde 255 en zo veel mogelijk van alle waarden daartussen). Op die manier heb je een foto met een maximaal hoeveelheid contrast.
Er zijn verschillende manieren om dit te bereiken:
- Zorgen dat er meer licht op de lichtcellen valt:
- Diafragma: het diafragma is een reeks lamellen die in cirkelvorm geplaatst zijn en open of toe kunnen gedraaid worden. Je kan die vergelijken met de iris in het menselijk oog. Hoe meer het diafragma open is, hoe meer licht er doorgelaten wordt. Ieder objectief heeft echter een maximale diafragma-opening waardoor je dus niet oneindig veel licht kan binnenlaten. De opening van het diafragma wordt aangegeven door de zogenaamde F-stop (hoe lager het getal nà de F, hoe groter het diafragma). Een diafragma van f/2,8 laat bijvoorbeeld tweemaal zoveel licht door als een diafragma van f/4.
- Sluitertijd: door een langere belichtingtijd te nemen kan je ook meer licht op de sensor laten vallen. Nadeel is natuurlijk dat als je een te lange sluitertijd neemt, je hand of het onderwerp kan bewegen waardoor die wazig wordt op de foto.
- De stroom van de lichtcellen versterken:
- ISO gevoeligheid: je kan de stroom afkomstig van de lichtcellen versterken vóór die opgemeten wordt. Stel dat de intensiteit (zonder versterking) tussen 0 en 127 zou uitkomen als die wordt opgemeten, dan kan je de signaalsterkte verdubbelen waardoor de aflezing dan tussen 0 en 254 zou uitkomen.
Nadeel hier is dat een lichtcel waar geen licht op valt ook wat stroom kan produceren (o.m. door interferentie, ...): we noemen dit "ruis". Normaal is de stroomsterkte van ruis zó laag dat het niet opgemeten wordt bij de digitale conversie. Als je de stroom echter gaat versterken, dan wordt ook de ruis mee versterkt en wordt het zichtbaar op de foto.
Bij het nemen van een foto wordt met deze 3 variabelen gespeeld. Wil je een foto uit de hand nemen, of je neemt een foto van levende/bewegende onderwerpen, dan zal je sluitertijd nooit veel lager dan ongeveer 1/60s uitkomen. Om daartoe te geraken gebruik je dan best een zo laag mogelijke ISO gevoeligheid (om ruis te voorkomen) en kies je de diafragma-opening waarbij voldoende licht binnenvalt. Kan het diafragma niet voldoende open, dan verhoog je de versterking/ISO wat...