apa
Legacy Member
In 1986 (of toch: in die buurten) werd door een aantal grote internationale standaard-comités (waaronder ISO en IEEE) B-ISDN gepresenteerd. B-ISDN is de opvolger van de (weinig succesvolle) ISDN.
ISDN moest de enige data-transmissie technologie zijn die op termijn nog gebruikt zou worden. ISDN bleek daartoe echter over veel te weinig capaciteit te beschikken.
B-ISDN moest dit oplossen door over te stappen op glasvezel als transmissiemedium. B-ISDN betreft een technologie voor de verbinding tot in de huizen (de zgn. "local loop").
B-ISDN vindt je nagenoeg nergens omdat het nog steeds veel te duur is. Glasvezel heeft immers een aantal nadelen:
ISDN moest de enige data-transmissie technologie zijn die op termijn nog gebruikt zou worden. ISDN bleek daartoe echter over veel te weinig capaciteit te beschikken.
B-ISDN moest dit oplossen door over te stappen op glasvezel als transmissiemedium. B-ISDN betreft een technologie voor de verbinding tot in de huizen (de zgn. "local loop").
B-ISDN vindt je nagenoeg nergens omdat het nog steeds veel te duur is. Glasvezel heeft immers een aantal nadelen:
- Het ligt nog nergens tot in de huizen. Het openbreken van straten en huizen kost massa's geld. Dat is de reden waarom breedband via kabel en telefoon zo snel gegroeid is.
- 2 glasvezel kabels met elkaar verbinden is een zeer dure zaak. De kabels moeten aan elkaar gesmolten worden en moeten *perfect* op elkaar aansluiten. Alleen met zéér dure aparatuur kan zoiets verwezenlijkt worden. Iedereen zo'n aansluiting geven is dan ook onbegonnen werk op dit moment.
- Mede door bovenstaand probleem (de aansluittechniek) is het niet makkelijk om 3 glasvezels met elkaar te verbinden. Glasvezel is een typisch medium dat goed geschikt is voor point-to-point verbindingen maar erg onhandig is voor point-to-multipoint verbindingen.




.