Methode twee: Verbinding met een parallelle kabel
Volg deze stappen in de aangegeven volgorde om het apparaat met behulp van een parallelle kabel te installeren.
OPMERKING: De computer en de printer moeten voorzien zijn van een parallelle poort om een parallelle kabel te kunnen gebruiken.
1.
Schakel de computer uit.
2.
Sluit de parallelle kabel aan op computer en de printer.
3.
Start de computer opnieuw op en schakel vervolgens de printer in. Windows vindt de printer en opent het venster Nieuwe hardware gevonden .
4.
Selecteer Stuurprogramma vinden en installeren .
OPMERKING: Als het venster Gebruikersaccountbeheer verschijnt, klikt u op Toestaan om door te gaan.
Windows controleert of er een driver beschikbaar is.
*
Als een driver beschikbaar is, volgt u de instructies op het scherm om de driver te installeren en klik vervolgens hier om naar de procedures voor een tijdelijke oplossing in dit document te gaan .
*
Als Windows geen driver vindt, klikt u op Annuleren en gaat u vervolgens verder met de volgende stappen.
5.
Klik op de taakbalk van Windows op het Windows-pictogram ( ) en klik vervolgens op Configuratiescherm .
6.
Klik op Hardware en geluid .
OPMERKING: Deze stap is niet noodzakelijk in de klassieke weergave van Vista.
7.
Klik op Printers .
8.
Klik bovenaan het venster Printers op Een printer toevoegen . De wizard Printer toevoegen verschijnt.
OPMERKING: Als het venster Gebruikersaccountbeheer verschijnt, klikt u op Toestaan om door te gaan.
9.
Klik op Een lokale printer toevoegen en op Volgende . Het venster Selecteer een printerpoort wordt geopend.
10.
Selecteer Gebruik een bestaande poort , laat de standaardpoort LPT1: (printerpoort) staan en klik vervolgens op Volgende . Het venster Het printerstuurprogramma installeren wordt geopend.
11.
Klik op HP in de lijst met fabrikanten.
12.
Klik op uw HP product in de lijst met printers en klik op Volgende . Het venster Geef de printer een naam wordt geopend.
OPMERKING: Als uw printer niet wordt vermeld, klikt u op HP Deskjet 500c . Deze alternatieve driver biedt mogelijk basisfunctionaliteit.
13.
Typ een naam voor het apparaat in het vak Printernaam of accepteer de standaardnaam voor de printer en klik vervolgens op Volgende . De printerdriver wordt geïnstalleerd.
14.
Klik op Een testpagina afdrukken als de installatie is voltooid.
15.
Klik op Voltooien wanneer de testpagina wordt afgedrukt of klik op Problemen oplossen als de testpagina niet goed wordt afgedrukt.