De timings zullen bij DDR3 zeker niet veel lager zijn als bij DDR2 of DDR1 hoor... Timings worden steeds aangegeven t.o.v. de kloksnelheid van het geheugen. Een timing-waarde "2" voor geheugen op 200 MHz geeft dezelfde vertraging weer als een timing-waarde "3" voor geheugen op 300 MHz. De vertraging in absolute termen bereken je als volgt:
Code:
absolute wachttijd = timing / kloksnelheid
Voor de 2 bovenstaande voorbeelden wordt dit:
- latency "2" voor RAM aan 200 MHz: 2 / 200.000.000/s = 0,00000001s
- latency "3" voor RAM aan 300 MHz: 3 / 300.000.000/s = 0,00000001s
Een latency-waarde van "3" voor geheugen dat werkt op 300 MHz is dus niet slechter als een latency-waarde "2" voor geheugen dat werkt op 200 MHz.
De kloksnelheden die ik hier vermeld heb zijn natuurlijk de ware kloksnelheden (zoals "200 MHz" voor PC3200 DDR-SDRAM) van het geheugen en niet de effectieve snelheid (zoals "DDR400" voor PC3200 DDR-SDRAM).
SDR-SDRAM kan maximaal 1 keer per kloktik data oversassen; DDR-SDRAM kan dat 2 keer, DDR2 kan dat 4 keer en DDR3 kan dat 8 keer. Wat dat betekent is het volgende:
De memory-controller kan slechts 1 keer per kloktik data ontvangen van het geheugen (read) of data naar het geheugen sturen (write).
Afhankelijk van het type RAM dat gebruikt wordt, zal er 1, 2, 4 of 8 keren effectief data versast worden vóór de eerstvolgende kloktik. Het probleem met die tussentijdse transfers is dat niet perfect bepaald kan worden wanneer die plaatsvinden: de eerste van die tussentijdse transfers kan langzamer zijn dan de 2 die zelf sneller kan zijn dan de derde, etc. Het enige wat wel geweten is, is dat alle tussentijdse transfers afgelopen zullen zijn tegen de volgende kloktik.
De onvoorspelbaarheid va nde tussentijdse transfers is een probleem voor moderne computers: die werken tegenwordig allen synchroon. Synchrone computers vereisen dat ieder component op precies voorspelbare tijdstippen kan reageren op commando's.
Om dit probleem op te lossen, zal de computer enkel op de kloktiks data transfereren van of naar het geheugen.
Hoe meer tussentijdse transfers er kunnen plaatsvinden, hoe moeilijker het wordt om te garanderen dat de tussentijdse transfers allen hebben plaatsgevonden vóór de volgende kloktik. Om problemen te vermeiden wordt dan een grotere speling genomen. Vandaar de hogere latency bij die types geheugen. Het valt dan ook te verwachten dat de latencies bij DDR3 nog hoger zullen zijn dan die bij DDR2.