Ik sper mijn mond open zo ver ik kan, tot het zelfs pijn doet, en tegelijk steek ik ook mijn tong uit. Soms gebruik ik mijn vingers om hem nog meer open te rekken. Daardoor krijg ik scheurtjes in mijn mondhoeken die dan vaak ontsteken. Ik heb altijd zalf bij om er op te doen.
Ik sper ook mijn ogen open, knijp in mijn neus met duim en wijsvinger en trek er dan aan. Als ik praat lijk ik steeds verkouden.
Waarom doe ik dat? Tja, ik krijg een tintelend gevoel dat begint in mijn mond, dus sper ik hem open. Dan verplaatst de tinteling zich naar mijn hoofd en dan in mijn hoofdhuid en het stopt wanneer ik mijn haren uittrek.
Dit gebeurt meestal wanneer ik teveel werk heb voor school of wanneer er teveel volk om me heen is en soms ook wanneer ik me verveel. Soms trek ik 1 enkel haar uit, soms een pluk. Ik trek ze niet zomaar uit en gooi ze dan weg, nee, ik bekijk ze aandachtig. Er moet liefst een wortel aanzitten.
Soms begin ik aan een woord of een cijfer te denken. Ik moet het in gedachten steeds herhalen tot ik er gek van wordt. Wanneer ik dan een haar uittrek ben ik er vanaf. Het uittrekken van haren doet pijn, maar het niét doen is voor mij nog veel erger. Soms heb ik grote kale plekken. In het begin vroegen mijn ouders vaak: "Waarom doe je dat?" en ik antwoordde: "Doe ik wat?" precies of ik het niet wist.