Een béétje filmnerd die aan Clash of the Titans denkt, krijgt niet meteen visioenen van Sam Worthington die zich een weg hakt door peperdure computermonsters. Nee, hij wordt teruggevoerd naar de jaren 80. Een tijd waarin men nog veel op het scherm kon brengen met heel weinig. Wanneer er dan een slordige 150 miljoen dollar in de bodemloze zak van Hollywood brandt, gooien ze die tegen een remake die nauwelijks meer boeide dan de gemiddelde actiefilm die na luttele maanden nog een eurootje kost bij de Blokker. Desondanks werd hij met een opbrengst van net geen half miljard dollar zo maar eventjes de tachtigste best opbrengende film aller tijden. Een vervolg was dus onvermijdelijk en dat is deze Wrath of the Titans geworden. Een kolossaal budget, een sterrentheekransje als cast en aan het roer een volstrekt onbekende regisseur. What’s not to like?
Nadat hij de wereld redde tussen de spreekwoordelijke soep en patatten, is de halfgod Perseus (Sam Worthington) opnieuw teruggekeerd naar zijn nederig vissersbestaan. Als weduwnaar probeert hij samen met zijn zoontje Helius (John Bell) zo goddeloos mogelijk door het leven te gaan. Dit lukt wonderwel, tot papalief en oppergod Zeus (Liam Neeson) op de koffie komt om hem te vertellen dat hij met flinke kopzorgen zit. Dankzij Perseus bidden de mensen namelijk niet meer voor de goden en daardoor verliezen ze hun macht.
Precies de bedoeling, zou je denken, ware het niet dat in de diepten van de Tartarus er zich een gevaar roert dat zelfs boven het petje van de Olympische goden gaat. Kronos, de vader van de broers Zeus, Hades en Poseidon, staat op het punt te ontsnappen en het einde van de wereld tot stand te brengen. Even de handen in elkaar slaan, daar een stokje voor steken en terug thuis voor het eten, was het maar allemaal zo simpel. Zwart schaap Hades (Ralph Fiennes) kiest samen met Ares (Édgar Ramírez) pappies kant. Stront aan de knikker dus, en natuurlijk is het aan Perseus om het op te lossen. Om de wereld andermaal te redden, moet hij drie voorwerpen samenbrengen tot een machtig wapen. De handen uit de mouwen dus, dat wij er ook snel vanaf zijn.
Wrath of the Titans volgt een aantal beproefde receptjes uit grootmoeders kookboek voor moderne actiefilms. Het eerste aspect is dat er plaats moet zijn voor humor. Die krijgen we in de gedaante van Agenor (Toby Kebbell), een irritant ventje dat voor de buddy comedy moet zorgen. Iets wat een onschuldige introductie van een jong talent moest worden, draait hiermee uit op een fiasco van Jar Jar Binks-achtige proporties. Gelukkig is het meespelen in slechte films Kebbell niet vreemd: we kennen hem nog uit het ronduit schofferende Alexander van Oliver Stone.
Het tweede ingrediënt is de verhaallijn die – zoals het een goeie breinloze actiefilm anno 2012 betaamt – recht uit een videospel weggerukt lijkt te zijn. In de eerste vijf minuten kennen we zo goed als de volledige toedracht van het verhaal, onze held moet op zoek naar enkele voorwerpen (fetch quests, zoals we dat noemen in gamejargon) en niet te vergeten enkele grootschalige eindbaasgevechten. Overgiet alles met een decadente saus van special effects en u begrijpt waarom we eventjes twijfelden of we een 3D-bril, dan wel een controller ter hand moesten nemen om ten volle van deze prent te kunnen genieten.
Tenslotte permitteert de prent zich niet de luxe om het verhaal deftig te vertellen. Dat mag immers tegenwoordig niet meer. Met een speelduur van nauwelijks anderhalf uurtje moet er heel wat afgehaspeld worden op korte tijd. Het resultaat is een soort aftikken van een checklist van mythologische figuren, net zoals in zijn voorloper. Daar waar we in Clash of the Titans onder meer de gorgon Medusa en de kraken op ons bord kregen, serveert men ons in Wrath cyclopen, een chimaera en nog wat ander berucht Oudgrieks ongedierte. Het lijkt alsof de schrijvers achter deze film een bende achtjarige “drukke” jongetjes waren, die heel chaotisch hun dag in geuren en kleuren trachten uiteen te zetten tegen hun ouders en daarbij grote stukken narratief verloren laten gaan. Wellicht is dat deels de verdienste van regisseur. Schaamt u zich vooral niet als u nooit van hem heeft gehoord: wij namelijk ook niet. Na een roemrijke carrière in de remakes van remakes van remakes kreeg hij plots een gigantisch project als dit toegewezen. Het kan verkeren in Hollywood.
In deze film wordt er vooral heel veel gedreigd en gewaarschuwd à la “de reis is lang en gevaarlijk” of “we maken geen enkele kans”. Dit om vervolgens vijf minuten later niet alleen op de plek van bestemming te staan, maar die ook al van eventueel vijandelijk gespuis te hebben ontdaan. Elke futiele poging om drama te creëren wordt dus op den duur hol en nietig, en de kijker neemt na enkele minuten best genoegen met het feit dat hij gewoon naar mooie 3D-beeldjes zit te kijken.
Want ja, mooi zijn ze wel. In tegenstelling tot de halfslachtige conversie in postproductie van het vorige deel, is dit vervolgdeel volledig in 3D geschoten. Dat levert een zeer merkelijk verschil in het eindresultaat: de effecten zijn af en toe goedkoop en geheel onnodig, maar springen wel duidelijk naar de voorgrond. Als dit het enige positieve punt is dat we zo snel even kunnen aanhalen, is de acht à tien euro die u zou uitgeven aan de 2D-versie van deze prent al helemaal sneu geld.
Dankzij de Michael Fassbenders en Christopher Waltzen van deze wereld zal Sam Worthington nooit op eigen verdienste een Oscar binnenhalen, maar hij heeft zo’n afgelikte karakterkop die kennelijk goed past bij de derde dimensie en torenhoge budgetten. Toen hij net van Avatar kwam – u weet wel, de film die de mensheid collectief opnieuw naar de bioscoop moest lokken dankzij adembenemende 3D – werd Clash of the Titans zijn eerste echte vehikel als jonge held van Hollywood. Hier bewijst hij echter opnieuw dat het begrip “acteur” heel breed beschouwd kan worden.
De verdere acteerprestaties zetten dat alleen maar meer in de verf: ook Neeson en Fiennes stellen teleur in hun relatief kleine rolletjes. Venezolaanse wonderboy Ramírez zou zeker een podiumplaats veroveren in de wereldkampioenschappen dreigend naar de camera staren, maar hoeft verder geen toevoegingen aan de trofeeënkast te verwachten. Gelukkig is er wel nog Bill Nighy, die op eigen houtje de vreselijke vervolgjes op Pirates of the Caribbean nog draaglijk wist te maken en nu met zijn kenmerkende Britse nonchalance lekker op eenzame hoogte zijn ding doet.
Wrath of the Titans is precies datgene geworden wat we ervan hadden verwacht en dat is geen bijster goeie zaak. Leuke 3D-effecten en een vanouds heerlijke Bill Nighy zijn helaas niet voldoende om deze prent de moeite waard te maken. Soms moet een recensent zich afvragen of een film zelfs zou mogen bestaan, en als het geheel niets meer dan de opstapeling van wat clichés is, hebben we daar zeker onze twijfels over.
Misschien waren de ons omringende 450 lege stoeltjes dan tóch een teken aan de wand.