Grand Hotel - 9/10 (Edmund Goulding, 1932)
Fenomenaal stukje cinema, dit. Tegelijkertijd een van de meest voorbeeldige klassieke Hollywood-films die ik al heb gezien, maar Grand Hotel is ook een serieuze voorloper op de ensemble-stijl waar ik zo veel van hou. Het narratief in deze film wordt voortgezet door het volgen van enkele gasten in een hotel in Berlijn. Er is niet echt sprake van een eenvoudig plot, maar de 'character configuration' in deze film is echt prachtig en deed me met momenten terugdenken aan Stagecoach. Het gaat hier om een observatie van een groep mensen in een bepaalde locatie, hun onderlinge communicaties en hoe hun handeling elkaar beïnvloeden. Dat, gepaard met heel knappe cinematografie die me sterk deed terugdenken aan de long-take esthetiek van Jean Renoir, PT Anderson en Robert Altman. Het is niet alsof Grand Hotel boordevol wondermooie en lange takes zit, maar je kan wel herkennen hoe Goulding wil dat zijn ruimte op een fluide manier verkend wordt. De camera trekt doorheen het hotel en plukt hier en daar onderdelen van het verhaal op, zodat we een mooi totaalbeeld krijgen van wat er in het Grand Hotel gebeurt. Hier en daar zijn er wel kleine minpuntjes op te merken, zoals bvb de over-the-top prestatie van Garbo en de ietwat repetitieve dialogen van Lionel Barrymore. Zijn acteerwerk was wel schitterend, Joan Crawford is echt prachtig en John Barrymore breekt de harten van bijna alle vrouwmensen die hiernaar kijken.
Carnage - 7.5/10 (Roman Polanski, 2011)
Zeer leuke en zeer korte film van Polanski, waar vier typische moreel superieure New Yorkers een dik uur lang staan te kibbelen over een conflict tussen hun respectievelijke zonen. Het is duidelijk dat dit niet een film is om de kunst van cinema een stap verder te zetten; het is eerder een leuk maar veelzeggend intermezzo in de carrières van de cast en crew. Dit gezegd zijnde, de film moet helemaal niet afdoen aan integriteit doordat ze er zowat raprap doorgaan. Het punt van de film is al vrij snel duidelijk: de ouders willen een geciviliseerde discussie houden over het gedrag van kinderen, maar hun gesprek evolueert naar een kibbelspel dat niet minder kinderachtig is als het incident dat hen in de eerste plaats samenbracht. De film toont duidelijke invloeden van Who's Afraid Of Virginia Woolf? en Cat On A Hot Tin Roof, en wat mij betreft had Carnage heel wat brutaler gemogen. Het was allemaal zeer luchtig en braafjes, wat de film uiteindelijk meer naar komedie deed neigen dan iets anders.