Der Tiger von Eschnapur & Das Indische Grabmal - 5/10 & 5.5/10 (Fritz Lang, 1959)
Deze film werd bestempeld als een kleurrijk en avontuurlijk spektakel in het kielzog van Black Narcissus (Powell & Pressburger) en The River (Jean Renoir). Dat laatste is misschien wel waar, maar er is niets indrukwekkends aan deze film. Het kleurenpalet is niet bepaald schitterend, het avonturengehalte is dat van een Amerikaanse Poverty Row productie en het spektakel in deze film is degelijk op zijn beste momenten. Jammer dat mijn newfound Fritz Lang-obsessie van zo'n korte duur was.
Hunger - 8/10 (Steve McQueen, 2008)
Zeer sterke maar uitermate vuile film van McQueen. Hij toont ons op een zeer heldere, no-bull manier wat er gebeurt in een gevangenis in Noord-Ierland en hoe de gevangenen proberen een politieke status te verkrijgen. Dit doen ze door een hongerstaking te starten. De film is met momenten zeer onaangenaam om naar te kijken, maar de pracht van de beelden en de intens geladen long takes maken Hunger een uitstekende film. Zeker een van de betere moderne Britse films.
Bronson - 8/10 (Nicolas Winding Refn, 2008)
Wel, met momenten is deze film absoluut geniaal, en met momenten vind ik dit een adrenalinegeladen piece of shit. Deze shitty moments zijn zeer gering, al een geluk, maar toch kan ik er niet helemaal overkijken. De odes aan A Clockwork Orange zijn misschien net iets te duidelijk en te talrijk, en de asylum-sequentie vond ik integraal slecht. Voor de rest is Bronson gewoon een plezier om naar te kijken. De scenes in de "Showroom of the Subconscious" waren echt heel interessant. De staging zat perfect en de belichting was prachtig daarvoor. En de fenomenale acteerprestatie van Hardy bleef ook niet onopgemerkt. Ik ben blij dat Refn gekozen heeft om deze wel zeer gestoorde film te maken exact hoe hij is, maar ik ben tegelijkertijd ook blij dat hij nooit meer zo'n film wil maken.
Native Land, 8.5/10 (Paul Strand, 1942)
Wat een schitterende documentaire over het Amerikaanse leven en hoe de arbeidersunies door de jaren heen worden onder druk gezet door "the rackets" en "the corporations". Hier kunnen de lachwekkende hedendaagse conspiracy theory documentaries echt heel wat van leren. In plaats van het voorlezen en het tonen van oersaaie documenten waar niemand in geïnteresseerd is, gaan de filmmakers op zoek naar iets dat veel effectiever een boodschap kan overbrengen. Net zoals Paul Strand's geniale Manhatta, maakt hij de camera het belangrijkste instrument van de docu. Hij toont ons prachtige beelden van het land, en tussen deze beelden (die niet zomaar archiefbeelden zijn, maar echt door Strand zelf geschoten) brengt hij een anthologie van verhalen die de strijd tussen het goedwillige Amerikaanse volk en de machtgierige eigenaars erg duidelijk maken. Het enige minpunt voor mij is dat een van de verhaaltjes net iets te lang duurt, en dat op het einde de film net iets te veel teruvalt op de simpele conclusie dat alle kwaad tegen een union man deel is van een samenzwering.
Steamboat Round The Bend - 7/10 (John Ford, 1935)
Na Judge Priest komt deze leuke komedie met Will Rogers over een stoomboot-race en de redding van een ter dood veroordeelde jongeman. Als Ford-enthousiast vond ik deze film bijzonder interessant omdat Rogers - meer dan andere Ford-sterren Wayne, Fonda, Carey of Stewart - echt aanvoelt als een soort spreekbuis voor Ford zelf. Een geweldig gevoel voor humor, maar met een bijzonder goed inzicht in de goedheid van de mens. Net zoals Judge Priest toont hij een liefde voor het Zuiden, voor de Republikeinen en voor een harmonie tussen de blanke en zwarte gemeenschap. Ook is Ford's liefde voor goede Amerikaanse volksmuziek erg duidelijk en het taalgebruik in het diepe Zuiden is gewoon om van te smullen. Maar deze elementen komen net iets minder naar boven dan gags die deze film zo leuk maken om naar te kijken. En ook op vormelijk vlak is Steamboat niet Ford's beste. Maar zeker een van de leukste.