De Leeuw van Vlaanderen (1985)
De Guldensporenslag. De Brugse Metten. Jan Breydel, Pieter De Coninck en Robrecht van Bethune. Als Vlaamse of Nederlandse scholier heb je al deze namen wellicht minstens één keer gehoord en de kans is groot dat De Leeuw van Vlaanderen, een "historische" roman van de hand van Hendrik Conscience (alias "de man die zijn volk leerde lezen") verplichte lectuur was voor school. Ik, zonderling die ik was, deed niet de moeite om een samenvatting op internet te zoeken en las het boek. Ik ontdekte een wervelende ridderroman met kleurrijk beschreven gevechten en ellenlange hoofse dialoog, zij het doordrongen van een sterk chauvinisme en nogal eenzijdig beeld van goed en kwaad. Hugo Claus (helaas sinds vorig jaar wijlen) zou het over dit boek hebben als zijnde een leuk boek voor pubers, doordrongen met de naar eigen zeggen "kwalijke dampen" van het Vlaams-nationalisme. Desondanks achtte hij het boek toch een verfilming waardig. Of deze geslaagd is, valt nog maar te bekijken.
In het jaar 1300 wordt het graafschap Vlaanderen onder druk gezet door het Franse hof om de staatskas te spekken. Sinds jaar en dag is Vlaanderen de rijkste provincie van het Franse rijk en heeft meer geld dan alle andere provincies van het koninkrijk te samen, maar door de hebzucht van de Fransen valt er nu ook in Vlaanderen zo goed als niets meer te rapen. Heerser van Vlaanderen is de graaf Gwijde van Dampierre, dooppeter en oom van de Franse koning. Na enkele gewelddadige rooftochten door de Franse troepen besluit de graaf samen met zijn edelmannen naar het Franse hof te gaan. Daar treft het gezelschap de koning aan, zijn geest vergiftigd door zijn gemalin Johanna van Navarra (Josine van Dalsum), een Spaanse furie met een bloedhekel aan de Vlamingen. Robrecht van Bethune (Frank Aendenboom), ook wel de Leeuw van Vlaanderen genoemd naar zijn eerdere wapenfeiten in de oorlog van Sicilië, besluit openlijk de vlag van de revolte te hijsen en wordt vanuit zijn gevangenschap aan het Franse hof een boegbeeld voor alle onderdrukte Vlamingen.
Ook het gepeupel zit niet stil. Wanneer de koning een grootscheepse moordtocht op de stad Brugge goedkeurt als vergeldingsactie voor de moord op een Franse edelman, wordt de familie van Jan Breydel (Jan Decleir), de leider van de beenhouwersgilde, gedood. Breydel zelf zat op dat moment samen met de andere mannen van de stad in de bossen van Damme om op een aanvalsplan te broeden. Zijn vriend Pieter De Coninck (Julien Schoenaerts), aanvoerder van de gilde der wevers, kan het leed van Jan en de anderen niet meer verdragen en besluit dat de tijd rijp is om aan te vallen. De volgende morgen lanceren zij een grootscheepse aanval op de Fransen, wat uitloopt op een klinkende overwinning. De Vlamingen kraaien victorie, maar weten dat dit slechts de stilte voor de storm is.
Als men tegenwoordig in Hollywood een grootschalige "historische" film wil draaien, scharrelt men een miljoentje of 200 bij elkaar, huurt de grootste sterren van het moment in, een crew van een paar duizend mensen en men is vertrokken. Helaas lag het in 1985 in onze natte platte kikkerlandje net niet zo eenvoudig... of misschien was het net eenvoudiger omdat het kleinschaliger was en met een beperkt budget en... och, je snapt het wel. De Leeuw van Vlaanderen was een ambitieus project voor iedereen die eraan meewerkte: in die tijd was het de duurste film die ooit op Vlaamse bodem werd gedraaid en dat zelfs op locatie in Noord-Duitsland. Kijk, dat is filmmagie. De prent had een prijskaartje van 65 miljoen frank, wat zich ongeveer vertaalt naar 1,6 miljoen euro. Dat lijkt tegenwoordig geen geld meer, maar toen kinderen, toen! Toen at men op de catering nog tulpenbollen!
Een film als deze zou alles toch mee moeten hebben zou je denken: de verfilming van één van de grootste literaire epossen uit onze vaderlandse geschiedenis, een voor die tijd astronomisch budget, de meest bekroonde schrijver in het Nederlandse taalgebied in de regisseursstoel en niet te vergeten: een cast met zeer bekende tot bekende en totaal onbekende acteurs die later bekend zouden worden maar het toen nog niet waren en dat soort gedoe. Maar hoe is de film dan uitgedraaid? Is het de film van de eeuw, die ons land voor eeuwig en altijd op de wereldkaart zou zetten? Is het onze Smulstronstället, onze La Vita è Bella, onze Metropolis of zelfs nog maar onze Flodder?
Nee hoor.
De Leeuw van Vlaanderen is waarschijnlijk mede dankzij de haat van Claus jegens het bronmateriaal en zijn eerder gefaalde pogingen tot regisseurtje spelen, een incoherent rommelboeltje geworden dat er alleszins niet uitziet alsof er zoveel geld en talent is ingepompt. Hoe is het zo'n rommeltje geworden? Laat ons beginnen bij het begin.
Of het een beslissing van de heer Claus was weet ik niet, maar men heeft er blijkbaar voor gekozen om het talent van de toch wel aanzienlijke cast zo minimaal mogelijk te benutten. De shots zijn statisch en in één take opgenomen om het dat theatergevoel mee te geven dat eerder onder meer terug te vinden was in de klassieke Vlaamse series zoals Wij, Heren van Zichem. Het grote probleem daarmee is echter dat zulke films meestal niet waardig ouder worden. Wanneer we naar films uit dezelfde periode kijken (ik noem een Hector, Koko Flanel, De Witte) bemerken we toch een iets modernere en meer competente manier van filmmaken die paste bij de toenmalige zeitgeist. Niets van dat in deze prent, die niet oubolliger en stoffiger gemaakt kon worden als ze het geprobeerd hadden. De vechtscènes zijn hilarisch met een hoofdletter HaHa, de "speciale effekten" zijn zo goed als onbestaand en alles verloopt als een slecht geoliede machine die piept en kreunt onder zijn ouderdom.
De volgende ietwat bevreemdende dramaturgische beslissing bestaat erin dat voor alle Franse rollen Nederlanders gecast werden. Een op zijn minst gezegd onorthodoxe beslissing, zelfs al sta ik voor veel gekkigheid open. Gelukkig zijn alle Fransen meesters in het Poldernederlands, anders zouden ze nog moeilijker uit elkaar te halen zijn. Het feit dat enkele later bekend geworden Vlaamse acteurs (ik noem bijvoorbeeld Karel "dieje van Familie" Deruwe) als Fransen gecast zijn draagt alleen bij tot de verwarring.
De acteerprestaties schommelen tussen bedroevend en meeslepend, vaak ook bij dezelfde acteurs. De twee beste acteerprestaties komen gelukkig ook van twee van de hoofdpersonages. Jan Decleir en Julien Schoenaerts voelen zich duidelijk goed in hun vel als de twee grootste volkshelden in de Vlaamse geschiedenis, Jan Breydel en Pieter De Coninck. Zo goed als alle andere vertolkingen in deze prent verdienen een welgemikt "bleh" van mijn kant.
De Leeuw van Vlaanderen is een zooi geworden, maar het soort zooi waardoor je zo gefascineerd wordt dat je niet kunt stoppen met kijken. Klotefilm of niet, het bronmateriaal alleen al maakt het voor de gemiddelde kijker interessant om de film uit te kijken, waarbij de warrige structuur, matige acteerprestaties en historische onnauwkeurigheden over het hoofd gezien worden. De film is verder een relatief ééndimensionale weergave van het boek waar niet echt iets interessants over te vertellen valt buiten datgene wat jullie door het lezen van deze recensie al weten.
De enige dvd die ooit de twijfelachtige eer heeft gehad om deze film te bevatten is de laatste tijd erg moeilijk te vinden, maar wie om de een of andere reden toch zin heeft gekregen om hem te lenen en te bekijken: wees niet verlegen om het te laten weten.
Ik twijfel er overigens sterk aan dat Claus zijn sceptische houding tegenover het Vlaams-nationalisme wist uit te drukken door deze film, gezien de duidelijke zwart-witstructuur tussen respectievelijk de Fransen en de Vlamingen. Iedereen die deze film ziet, zal het op het einde willen uitschreeuwen:
"VLAANDEREN DE LEEUW! DOOD AAN DE HOLL... EUH, FRANSEN!"