Chungking Express
Het is een tijdje geleden dat we in deze thread nog met velen wat alinea's hebben neergetypt, en lange tijd heb ik met lede ogen de kwaliteit hierin moeten zien afnemen. Daarom dat ik een paar lijnen wil laten vallen voor die paar kadees die toch dat beetje meer willen dan een mededeling van een titel of twee lijnen met een impressie.
We volgen twee flikken in de metropool die de naam Hong Kong draagt, elk met hun eigen weg, elk met hun eigen verhaal. De eerste (Takeshi Kaneshiro) probeert op een originele en grappige manier z'n liefdesverdriet te verteren. En we ontmoeten eerst zijn prelude, de heroïne - beide betekenissen van toepassing - die met een woelig avontuur haar leven kan behouden om zo op te botsen tegen onze melancholische held. De tweede agent (Tony Leung) ontmoet onbewust een geschifte meid die halsoverkop verliefd op hem wordt. Onwetende van haar hilarische obsessie over hem, moet ook hij op een geinige manier zijn verlies van liefde projecteren tegen levenloze voorwerpen. Het meisje met de starende blik en de onverzadigbare nood aan The Mamas and the Papas ontpopt zich tot een nerveuze stalkster. Voor een artistieke en tragere film is deze best humoristisch te noemen.
Een gebroken hart kennen we vast allemaal. Hoe we het allemaal verwerken is bij eenieder anders. Bij de prestaties van Tony Leung (Infernal Affairs, Hero) en Takeshi Kaneshiro (House of Flying Daggers, Returner) vinden we onszelf een beetje terug, maar toch niet helemaal. Ze hebben iets geestig en zijn prettig gestoord. Maar we zijn overtuigd van hun beleving en het is nooit lastig of pijnlijk om te zien, integendeel, het is best lollig. De gladde Kaneshiro heeft in deze de uitstekende gelegenheid gehad om zijn polyglottisch kunde te bewijzen met het Mandarijns, Cantonees en Japans. Gebrekkig soms als een lokale Pakistaanse winkeluitbater, maar verstaanbaar voor een tieneridool. Ook Tony Leung bevestigt hiermee zijn plaats in het WKW universum en ik krijg niet genoeg van zijn prestaties, ik kijk al uit naar Lust, Caution.
De vierde van Wong Kar Wai is een ruwe diamant. Het schittert nog niet, maar je weet zo zeker dat het een rijkdom bevat die je nog moet ontdekken en die zelf in je hoofd kan polijsten. Rijkelijk gestrooid met licht, kleur en geluid. Snelle, schijnbaar onbeheerste camerabewegingen sleuren je mee in de neonovergoten stad. Improvisatie en creativiteit prompt uit een bijna vervallen blikje betrekken je bij het schouwpel. Het is een oogstrelende genot en je wil niet dat het sprookje eindigt.
Ik hoef meestal maar één prachtige shot van Christopher Doyle en één natuurlijke lijn van Wong Kar Wai om mij totaal in de sfeer te laten komen van de hele film. En bij Chungking Express is dat niet anders, telkens bij de eerste cruciale scene herinner ik me mijn eerste coup-de-foudre met zijn stijl. Het perfectionistisch gecomponeerde beeld, de balans tussen scherpte en wazigheid, gesatureerde kleuren en het spel tussen lagen reflectie, transparantie en troebelheid. De cineast en zijn vaste cinematograaf zijn ongetwijfeld mijn favoriete filmmakers, het is visuele poëzie. 2046 en In the Mood for Love zijn de terecht gerenommeerde werken, maar ook deze prijkt hoog in m'n delicatesselijstje.