sorry voor eventuele typos en stuff... had echt geen zin om het allemaal te herlezen.
1. Apocalypse Now (Francis Ford Coppola, 1979)
Ik heb het hier al vaker vermeld, en het blijft waar. Apocalypse Now is voor mij de beste film ooit gemaakt. Ik zou, net als Conradus, er de Redux-versie bij hebben gezet, maar voor mij maakt dit niet zo heel veel uit. Want hoewel ik de Redux versie nóg beter vind dan de oorspronkelijke release, vind ik de theatrical versie nog steeds de beste film aller tijden. Ik had nl. besloten dat AN mijn favoriete film werd tijdens het bekijken van de non-redux versie.
Nu, het is moeilijk om hier nog wat aan toe te voegen aangezien Conradus al veel heeft gezegd over AN waar ik het absoluut mee ens ben en tevens de redenen zijn waarom ik deze als No 1 kies. Voor mij gaat het hem vooral over de sfeer. Er is wat mij betreft geen enkele andere film die je zo kan meeslepen in een verhaal, in een plaats, in een tijd als Apocalypse Now. Want er is een erg groot verschil tussen doorsnee oorlogsfilms en AN. In tegenstelling tot meeste oorlogsfilms wordt er hier niet zomaar 'getoond' hoe het moet zijn om in een oorlog te zitten: battle na battle, hier en daar wat gezaag over de futiliteit van de oorlog in kwestie, goede soldaat sterft eervolle dood etc etc...
Dit alles komt ook aan bod in Apocalypse Now, maar het verschil ligt hem in hoe je jezelf plaatst tenmidden van de crew van PBR Streetgang (de boot waar ze de Nung-rivier mee opvaren). Want Willard zelf heeft een speciale missie, het is niet zijn verantwoordelijkheid om mee deel te nemen aan dezelfde oorlog die alle soldaatjes aan de oevers van de rivier aan het vechten zijn. Het zijn net zijn zaken om er een zekere afstand van te houden zodat hij zich kan focussen op zijn eigen missie. Maar de madness van Vietnam zorgt er eenmaal voor dat hij zich op geen enkele manier volledig kan afschermen van alles wat er gebeurt en wordt daarom keer op keer gezogen in de ene of andere situatie waardoor zijn leven in gevaar wordt gebracht, evenals zijn missie, die stapsgewijs belangrijker wordt naargelang zijn interesse en zelfs admiratie voor Col. Kurtz toeneemt. Hij kan niet anders dan nadenken of Kurtz' methodes al dan niet verantwoord zijn; gezien hoe geniaal de Vietnamezen oorlog voeren en gezien het Amerikaanse leger daar gewoonweg niets tegen kan beginnen (en het lijkt alsof ze dit ook niet willen, gedenk de USO scene met de Playboy Bunnies). Is Kurtz effectief gek? Of zijn wij zelf allemaal zo fout bezig dat Kurtz gelijk krijgt in zijn barbaarse tirades?
Deze centrale vraagstelling, samen met de opeenvolging van de meest grootse battle scenes, geweldig acteerwerk, ongelooflijk sterke cinematografie, een kippênvel-veroorzakende soundtrack, legendarische bijrollen en een einde om van in applaus te schieten maken Apocalypse Now voor mij de beste en de coolste film aller tijden. De meest intense film-ervaring die je kan hebben, me dunkt.
2. Ran (Akira Kurosawa, 1985)
Sinds ik Seven Samurai had gezien op mijn vijftien, wist ik dat Akira Kurosawa een regisseur ging zijn wiens werk ik ten zeerste zou apprecieren. Maar het was niet totdat ik Ran zag vooraleer ik doorhad wat een poeet deze man eigenlijk was. Om op 75-jarige leeftijd nog zo een film te kunnen maken kan het niet anders dan dat hij een van de grootste genieën in cinema is. Men denke van hem wat men wil, maar in mijn ogen blijft Kurosawa de beste regisseur ooit en ik denk dat hij dit het meeste demonstreert met Ran. De visuele indrukken die Ran achterlaat zijn niets minder dan spectaculair, en het is dan ook leuk te zien hoe hij beelden uit John Ford's westerns (John Ford was zijn idool) in het goudgele Monument Valley weet te transponeren naar het beeldschone groene landschap van het Japanse gebergte waar Ran werd gefilmd. Net als bij Stagecoach en The Searchers komen er hier beelden in voor die je gewoonweg nooit zal vergeten.
Natuurlijk is het visuele aspect van Ran niet de enige reden waarom ik zoveel van die film hou, anders zou ik ze nooit op de tweede plaats in mijn Top 10 zetten... Het verhaal, gebaseerd op King Lear van Shakespeare, behoudt al het nodige uit de Shakespeariaanse sfeer van wanhoop en chaos, maar combineert dit op een meest indrukwekkende manier met de Japanse feodale cultuur, de levensopvatting van de oude Japanners waardoor de contradicties tussen eer en brutaliteit mooi naar boven komen.
Het verhaal is er een van wanhoop: een groot heerser vertrouwt zijn land toe aan zijn oudste zoon en besluit zich terug te trekken zodat hij zijn oude dagen kan leven in het bijzijn van zijn drie zoons zonder zelf de grote verantwoordelijkheid van Heerser te moeten dragen. Zijn jongste zoon waarschuwt hem voor rivaliteit tussen de zoons, omdat hij niet gelooft in een simpele machtsoverdracht. Voor zijn ongeloof in het plan van zijn vader wordt hij verbannen. De rest van de film is een reis dieper en dieper in de falende en wanhopende geest van de grote heerser totdat hij loslaat en de gekheid volledig aanvaardt.
Ran bevat dus een prachtig verhaal van familiale ontrouw, machtsgierigheid en een verlangen naar simpele tijden van vrede die nooit veraf lijken maar ook nooit bereikt kunnen worden. Dit alles wordt geplaatst tenmidden van een ongelooflijk mooi landschap waarin battlescenes komen die nog steeds ongeëvenaard blijven in hun visuele pracht, ondanks de erg gewelddadige aard ervan.
3. Pulp Fiction (Quentin Tarantino, 1994)
Zoals de titel al vermeldt: het gaat hier om pure pulp. Alleen kan je er niet van zeggen dat het "niets meer of minder is dan...". Want deze film is echt pakken meer dan gewone pulp. Ik denk niet dat het nodig is om het verhaal te situeren, want ik denk dat zowat iedereen hier Pulp Fiction minstens twee keer heeft gezien. Pulp Fiction blijft voor mij een van de beste films aller tijden voor verschillende redenen, en niet de minste daarvan is het dialoog. Het is tegenwoordig wat cliché om een Tarantino film de hoogte in te prijzen voor zijn dialoog, maar in het geval van Pulp Fiction kan dit echt niet anders. Als je het mij vraagt is Pulp Fiction vlekkeloos in zijn dialoog. In de meeste scenes zit je er met een permanente glimlach die vaker dan niet je echt in het lachen doet schieten. Maar af en toe komt Tarantino erg mooi uit de hoek met een esthetisch verheven gesprekje en hij weet perfect zijn tijd te nemen om alles op een perfecte manier te verwoorden.
Niet alleen uit dialoog, maar ook de camera zelf getuigd van Tarantino's obsessie met Amerikaanse pop-cultuur en schaamt zich er niet voor deze tentoon te stellen als iets prachtigs en merkwaardigs. Dit blijkt uiteraard uit de scene in Jack Rabbit Slim's restaurant waar je als het ware een tour krijgt van een uitgebreid themarestaurant waarin de muzikale en beeldende cultuur van Amerika op een kleine schaal wordt nagebootst. Deze wordt als het ware gecelebreerd met een dansje op Chuck Berry, een van de mede-uitvinders van rock and roll, de stijl waar Amerika o zo trots op is (en terecht!).
Maar naast deze lofzang op de esthetica Americana, wordt je ook geconfronteerd met een meer kwalijke en duistere keerzijde hiervan: SM kelders, overdoses heroine en heel wat bloederig geweld. Niemand heeft deze graag, maar we weten allemaal dat deze shit gebeurt en Tarantino speelt met dit idee en slaagt er toch in dit op een aangename manier aan ons te tonen.
Nu, het zou niet mogen dat ik al deze elementen opsom en enkel en alleen Tarantino de eer geef. Het is geen geheim, en maar goed ook, dat Tarantino heel erg veel inspiratie heeft gehaald bij gansterfilms uit de Franse Nouvelle Vague. Het praten over koetjes en kalfjes, het kalmpjes gedragen van moddervette gangsters en hoe ze zo luchtig met hun leven omgaan. Elk van de drie verhalen van Pulp Fiction trekt wel wat uit films van Godard, een van Tarantino's grootste idolen. De liefdesaffaire die Butch heeft met Fabienne in The Gold Watch is een pure transformatie van Jean-Paul Belmondo en Jean Seberg uit A Bout De Souffle, en daar stopt het ook niet bij. Het is maar een klein deel van de magie van Pulp Fiction die keer op keer slaagt mij te entertainen gelijk geen enkele andere film dat kan.
4. Taxi Driver (Martin Scorsese, 1976)
Taxi Driver is zeker een van de meest interessante films die ik al heb gezien, en staat samen met Pulp Fiction al het langste in mijn all time Top 10. De reden dat ik hem toen al zo geniaal vond, is omdat de thematiek van die film zo perfect in beeld wordt gebracht, zonder al te veel complexe scenes errond gebouwd. Het is een vrij simpel verhaal dat de eenzaamheid van een vrij marginaal persoon tenmidden van New York jaren zeventig illustreert. Dit is wat mij in de eerste plaats aantrekt tot deze film, maar nadat ik Taxi Driver onlangs nog eens heb herbekeken, besefte ik weer hoe goed deze film is en ontdekte er pakken meer in dan vroeger.
Ten eerste ben ik nu pakken meer onder de indruk van de beelden uit Taxi Driver, hoe ze uit een relatief lage hoek de voorkap van de taxi filmen brengt een extra kracht bij het belang van de taxi in het verhaal. Het toont echt geweldig hoe Travis Bickle zich een weg baant tussen al de rotzooi en de onmensen van de grootstad, en zijn best doet er een afstand van te behouden, maar deze maar met moeite kan behouden, aangezien hij niet al te ver verwijderd is van de mensen die hij zo haat. Hij maakt doorheen de film pogingen om de afstand tussen hem en de schandalige onderwereld van New York, zoals een romance te beginnen met een welgestelde jonge vrouw, door die gefaalde romance te compenseren met een assassinatie van de man waarvoor zij werkte, en door het trachten te redden van een jong stoephoertje uit de klauwen van de pooiers. Stap voor stap maken ze Travis' afgunst van de wereld rondom hem duidelijk en het is dan ook meer dan boeiend om te zien wat Travis op z'n eentje daar probeert aan te doen.
Maar uiteraard gaat het hier niet enkel om het verhaal en de thematiek van de film: zonder het gemeenschappelijke talent van Scorsese die New York van binnen en buiten kent zoals enkel Woody Allen en Sidney Lumet dat ook kenden, Schrader die zijn liefde voor Bresson hier niet kan verstoppen, Herrmann die hier zowat de meest sfeervolle score ooit heeft geschreven, De Niro in de beste rol uit zijn carriere, Chapman en Schoonmaker was deze film niet half zo goed geweest.
5. Vertigo (Alfred Hitchcock, 1958)
Vertigo is toch wel de meest ultieme mystery movie ooit gemaakt. En dat is wel een beetje raar, aangezien het helemaal geen whodunit is. Noch is het een film noir of een politiefilm of een horror film. Het mysterie in deze film is helemaal niet zo duidelijk: je kan helemaal geen vinger plaatsen op een centrale vraag. De mysterieuze aard van deze film zit hem volledig in de gedragingen van de personages in de film: de keuzes die ze maken en de interacties die ze met elkaar hebben. Het is nooit volledig duidelijk hoe de personages echt denken of zelfs of wat ze waarnemen effectief de realiteit is. Er wordt dus heel erg subtiel omgegaan met de handelingen van de hoofdpersonages, en dit te proberen te doorgronden is al een hele karwei op zich. (
https://www.beyondgaming.be/forums)
Nu het zou maar al te saai zijn moest dit het enige sterke punt zijn van de film. Gelukkig is er nog heel wat aan Vertigo dat dit versterkt. De betoverende muziek van Herrmann voegt heel wat waarde toe aan het bizarre en van realiteit verwijderde gevoel dat de film je bezorgt. Zoals boogje al zei, de muziek van Vertigo, samen met die van Taxi Driver maakt het onmogelijk om Bernard Herrmann niet een van de beste filmmuzikanten ooit te noemen.
De film is opgenomen op een heel erg typische Hitchcock-manier, maar met één belangrijk verschil: er wordt hier toch pakken meer gelet op de visuele indruk die de shots op je achterlaten. Niet alleen krijg je een rode draad doorheen de film betreffende de locaties en de objecten die je te zien krijgt, maar de fantastische balans van rode en groene tinten doorheen de film is echt om tranen in de ogen van te krijgen. Tot in het kleinste detail zit het frame goed, zowel qua staging als betreffende het gebruik van kleuren. Om deze reden is het bekijken van Vertigo heel erg aangenaam.
6. Blue Velvet (David Lynch, 1986)
Blue Velvet verdient een positie in mijn Top 10 omdat hij, vergelijkbaar met Vertigo, een knaller van een mysterie met zich mee brengt. Hier is het al wat gemakkelijker om van noir te spreken, maar uiteraard is er hier veel meer aan. Ten eerste is de beeldende stijl van Blue Velvet meer dan in orde, maar het is verre van het sterkste element uit deze film. Wat zo zalig is aan Blue Velvet is de erg duistere schaduw die continu over de film hangt. Wat ik hier mee wil zeggen is dat je door de nieuwsgierige aard van Jeffrey mee wordt ondergedompeld in een onderwereld die gewoon te gek voor woorden is. Je wordt vanaf vrij vroeg in de film al geconfronteerd met Frank Booth, de personificatie van het kwaad (geniaal gespeeld door Dennis Hopper) die zijn eigen ziekelijke seksuele fantasieën uitoefent op het weerloze slachtoffer Dorothy die gewoon zo ver in de situatie is gedreven dat ze zelf niet meer echt de lijn kan trekken tussen goed en fout gedrag.
Maar net omdat ze zo’n meelijwekkend persoon is, laat Jeffrey zich meezuigen in die perverse en criminele wereld, zodat hij zelf al een beetje corrupt wordt en dus ook voor hem de lijn tussen goed en kwaad een beetje troebel wordt. Gedurende heel het verhaal en het zieke spel van interacties tussen Dorothy, Frank en Jeffrey is er maar een aanknooppunt met de mooie en heldere wereld van vroeger: Sandy. Zij is het meisje dat als enige het goede en het pure belichaamt en ze probeert dan ook om Jeffrey terug te trekken uit zijn obsessie met het mysterie , zelfs wanneer dat mysterie opgelost lijkt te zijn.
7. Citizen Kane (Orson Welles, 1941)
Het heft een tijdje geduurd vooraleer ik Citizen Kane een plaatsje gunde in mijn Top 10, maar na en derde keer de film te hebben bekeken, had ik door date r echt niets anders op zat. De film vertelt ten eerste een erg sterk verhaal van de ‘rise and fall’ van een krantenmagnaat, geniaal gespeeld door Welles zelf. De film begint bij zijn dood, en vanaf dan beginnen reporters zich vragen te stellen over zijn laatste woorden. In een zoektocht naar de betekenis daarvan gaan ze allerlei vrienden en kennissen van Kane interviewen. In een verhaal dat bestaat uit continue flashbacks naar het leven van Kane en confrontaties die hij had met anderen, zoals medewerkers, concurrenten en vrouwen, kom je meer en meer te weten over het personage van Kane en kan je de wereld door zijn ogen zien; je begrijpt zijn motivaties en dus ook zijn handelingen, al ben je er meestal niet mee akkoord. Het heel erg tevreden stellende einde van de film bezorgt je toch wel een soort excuus voor Kane’s gedrag doorheen zijn latere leven.
Maar Citizen Kane is waarschijnlijk het ultiem voorbeeld van een film wiens waarde zoveel verder gaat dan enkel het verhaal, personage en acteerwerk. Zoals Orson Welles zelf zei, een film maken is zoals spelen met ’s werelds grootste speelgoedtrein. En dat toont hij in Citizen Kane meer dan eender welke andere film uit die tijd. De technische snufjes die hij (samen met Gregg Toland) in Kane aan ons toont zijn werkelijk verbluffend (voor zijn tijd zeker, en zelfs nu merk ik nog steeds de kracht van Kane in films), gaande van de ontwikkeling van deep focus (waar voor-, middel- en achtergrond allen in focus zijn) tot het mengen van deze techniek met erg low-key belichting (waardoor je een lekker hoog contrast krijgt tussen zwart en wit). Dit alles resulteert in fantastische beelden doorheen de film die het leven van Kane mee illustreren.
En dan heb je natuurlijk ook het historische gegeven dat de film extra interessant maakt: het personage van Kane was losjes gebaseerd op het leven van irl krantenmagnaat William Randolph Hearst. En Orson Welles gebruikte dus heel wat elementen uit het publieke leven van Hearst en verzon er een hoop private situaties bij, maar het bleek dus dat Hearst hier allesbehalve tevreden mee was, omdat hij uiteraard voelde dat zijn eer geschonden werd als voorbeeldige Amerikaan. Er ontstond een heuse strijd tussen Welles en Hearst, die zelfs had geprobeerd om alle kopieën van Citizen Kane te verbranden voordat die gedistribueerd kon worden, maar er jammer genoeg niet in is geslaagd de film te vernietigen. Dankzij deze clash tussen twee Amerikaanse grootheden is de film enorm belangrijk geworden voor het toenmalige publiek, maar jammer genoeg heeft Welles’ carriere hierbij serieus geleden.
8. It's A Wonderful Life (Frank Capra, 1946)
Ah, nu zijn we gekomen tot wat ik beschouw als de meest feel-good film ooit gemaakt. Het is het verhaal van George Bailey een typische, goedhartige Amerikaan die ervan droomt om op reis te kunnen gaan en de wereld te zien, te studeren en om wereldlijke kennis te kunnen opdoen. Maar keer op keer, wegens omstandigheden die hij niet kan verhelpen, vergaat zijn droom als het ware voor zijn ogen. Zo ziet zijn wereld er voor hem meer en meer miserabel uit omdat hij helemaal niet kan doen wat hij al zo lang wou en omdat hij meer en meer wordt lastiggevallen door de moderne ‘dorpstiran’ die hem failliet wil zien gaan. Maar tenmidden van al die meelijwekkende situaties slaagt George er nog steeds in een familie op te bouwen waardoor hij wel gelukkig kan zijn. Maar op een dag slaat het noodlot toe, en op dat moment ziet George geen enkele uitweg meer en hij probeert zelfmoord te plegen.
Nu, omdat ik al zei dat het een ultieme feel-good film is, kan je al raden dat de film goed afloopt, maar het is gewoon erg belangrijk om door te hebben hoe uitzichtloos George’s situatie wel is op het moment dat hij neerstort. Ware het niet voor de engel die hem toont hoe goed zijn leven wel niet was, zou dit zeker de meest miserable film ooit zijn geweest. Maar net door de mooie Amerikaanse idealen van work ethic en family values zie je in hoe fantastisch George’s leven wel was. Dit zijn belangrijke thema’s in het oeuvre van Frank Capra, maar het is met deze film waar hij ze op hun mooiste aan ons toont.
9. 2001 - A Space Odyssey (Stanley Kubrick, 1968)
2001 – A Space Odyssey is zeker de meest complexe en vermoeiende film uit mijn Top 10 en het heeft even geduurd voor ik had besloten ze er terug in te steken. Maar de diepgang in deze film samen met de ongelooflijke visuals en set designs valt echt niet te ontkennen en maakt de ervaring van het bekijken ervan een van de meest lonende van alle films. Het begint al fantastisch met The Dawn Of Man, waar de verschijning van een mysterieuze monoliet een nieuwe stap in de evolutie van homo erectus

rofl

aankondigt.
Het tweede deel van de film is het meest conventionele qua narratief, maar het visuele aspect van dit deel is echt onvoorstelbaar. Prachtige beelden van heel mooi uitgewerkte symmetrische composities in het frame, geniaal gebruik van kleuren en een verhaallijn die niet alleen erg boeiend is, maar ook op een erg poetische manier mediteert op de relatie tussen man en machine.
Maar het is de opeenvolging van de drie hoofdstukken die 2001 zo’n kijkplezier maakt. Deel drie neemt je echt weg van je stoel/zetel/bed en voert je als het ware echt mee naar Jupiter (and beyond). Het is zeker niet mijn bedoeling om te verklaren wat je allemaal te zien krijgt in dat derde hoofdstuk, maar je kan ook niet ontkennen dat het een zeer curieus stukje cinema is. Ik denk zelf niet dat het niets te betekenen heeft, maar om er een specifieke verklaring aan te geven is volledig onnodig. Het geniale aan dit deel is dat het je zodanig meeneemt op een trip dat jezelf een invulling kan geven aan de beelden, begeleid door de constructies van Clarke en Kubrick. Sommigen gaan hier een meer intellectuele richting op bij het bekijken van het 2001, anderen benaderen de film op een puur artistieke manier. Voor mij zit daarin het genie van deze film: hoe je het draait of keert, de film blijft een van de meest interessante ooit gemaakt.
10. Network (Sidney Lumet, 1976)
Als laatste in mijn Top 10, moet ik er wel bij toevoegen dat ik di teen van de meest stimulerende films is die ik al heb gezien. En in dit geval gaat het puur om de woorden van Chayefsky. Sidney Lumet’s regie is geweldig uiteraard, en de fotografie van Roizman is ook heel erg lekker, zeker de manier waarop hij stilletjes aan de corruptie in het verhaal laat blijken door valse belichting en cinematografische trukjes. Natuurlijk moet er ook heel wat gezegd worden van de cast van Network. Van alle films die ik heb gezien, vind ik dat Network zonder twijfel de meest indrukwekkende ‘ensemble performance’ geeft. Er zijn veel films waar alle acteurs niet alleen geweldig hun rol spelen, maar ook geweldig onder elkaar interageren wat de film een zeer sterke waarde toekent (ik denk dan aan beide Godfathers, L. A. Confidential, Who’s Afraid Of Vriginia Woolf?, ...) . Maar toch is er geen enkele groep acteurs bijeengebracht in een film, die een zelfde niveau van kunde tonen.
Maar het briljante acteren terzijde gelaten, moet ik zeggen dat de voornaamste reden voor mijn Network-fanboyism, komt uit het scenario. Vanaf het begin van de productie van Network werd het duidelijk gemaakt dat dit Paddy Chayefsky’s film is. Het is volledig zijn idee en zijn scenario is bijna volledig onaangepast gebleven tijdens heel de opnames. Dit getuigt van een meesterschap van dialoog, verhaal en thematiek. En dat laatste is zeker en vast het sterkste in Network. Het gaat om de ondergang van respectabel journalisme in network television, gepaard met een decadentie die TV dan zou adopteren om gewoon een show te brengen aan de kijkers, in plaats van het echte nieuws. De personages in de film zijn fantastisch goed geschreven en hun woorden zijn de meest authentieke die ik ooit heb gehoord in een film. Dankzij deze authenticiteit lijkt het nog meer alsof wat je te zien krijgt dan ook volledig waargebeird is. En et gekke aan heel dat verhaal is, dat buiten de laatste minuut van de film, alles in het ehte leven effectief al gebeurd is. Paddy Chayefsky heeft bijna op z’n eentje het verloop van televisie en de bedrijven die achter de schermen werken voorspeld.