Renegadexxripxx zei:
Jpv,
Een gerechtsdeurwaarder of notaris is per definitie een openbare ministeriële ambtenaar.
ja, en?
Art. 44 WPA. De politiediensten lenen de sterke arm wanneer zij daartoe wettelijk worden gevorderd.
Wanneer de politiediensten worden gevorderd om aan de officieren van gerechtelijke politie en aan de ministeriële ambtenaren de sterke arm te lenen, staan zij hen bij om hen te beschermen tegen gewelddaden en feitelijkheden die tegen hen kunnen worden gepleegd of om hen in staat te stellen de moeilijkheden weg te nemen waardoor zij zouden worden belet hun opdracht te vervullen.
enkel wanneer ze wettelijk gevorderd worden, kunnen ze optreden als ministeriele ambtenaar.
Zie omzendbrief 1 december 2006 voor de gevallen:
Art. M4. III. Samenwerking Politie -Gerechtsdeurwaarders.
Bepaalde artikelen van het gerechtelijk wetboek leggen de tussenkomst of de aanwezigheid van een politieambtenaar of agent van politie op in het kader van de betekening van gerechtsdeurwaardersexploten, vaststellingen van overspel, gedwongen tenuitvoerleggingen en uitvoerend beslag op onroerende goederen (de artikelen 35, 37, 1016bis, 1504, 1505, 1507, 1580).
In het kader van de opdrachten die hen worden toevertrouwd kunnen de ministeriële ambtenaren eveneens overeenkomstig artikel 44 van de Wet op het Politieambt, in alle omstandigheden de politiediensten vorderen om hen te beschermen tegen gewelddaden en feitelijkheden die tegen hen kunnen worden gepleegd of hen in staat stellen de moeilijkheden weg te nemen waardoor zij zouden worden belet hun opdracht te vervullen.
In bijlage 2 aan deze omzendbrief vindt u een kaderprotocol dat werd gesloten tussen de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders en de Ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie en waarin de principes en modaliteiten worden omschreven volgens de welke de politiediensten de hiervoor vermelde wettelijke opdrachten geacht worden uit te voeren. Rekening houdend met de kenmerken en de specificiteit van elke politiezone, kan een bijkomend protocol gesloten worden tussen elke arrondissementskamer en de politiezone, door tussenkomst van de syndicus-voorzitter en de korpschefs of hun respectievelijke afgevaardigden, zonder evenwel af te wijken van de regels van deze omzendbrief of de inhoud van het kaderprotocol. Een kopie van dit bijkomend protocol zal naar de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken en naar de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders worden gestuurd.
De belangrijkste principes uit het kaderprotocol kunnen als volgt worden samengevat :
- de preventieve vordering tot het verlenen van de sterke arm dient door de gerechtsdeurwaarder op voorhand geëvalueerd te worden op basis van de elementen van het dossier of enige andere aanwijzing waarover hij beschikt. Uit deze evaluatie moet het bestaan blijken van een ernstig risico m.b.t. de fysieke integriteit of een dermate uitzonderlijke omstandigheid dat de aanwezigheid van de politie noodzakelijk is. Deze vordering mag geen automatisme worden;
- indien bijstand wordt gevorderd voor niet dringende
rechtsplegingen, zal de gerechtsdeurwaarder de korpschef of de terzake verantwoordelijke hiervan tijdig verwittigen zodat de politiedienst zich kan organiseren;
- ingeval van dringende
rechtsplegingen, is de politiedienst gehouden tot onmiddellijke tussenkomst doch ook in deze gevallen zal de gerechtsdeurwaarder de politiedienst binnen de kortst mogelijke tijdspanne verwittigen;
- vooraleer bij de politiediensten informatie in te winnen over de verblijfplaats van een persoon, zal de gerechtsdeurwaarder zelf alle mogelijke middelen waarover hij wettelijk beschikt aanwenden om deze informatie te bekomen. Wat betreft de andere vragen om informatie van de gerechtsdeurwaarders aan de politie, buiten de adresaanvragen, is de politie niet gehouden hieraan gevolg te geven.
Indien zou blijken dat systematisch afgeweken wordt van de richtlijnen in deze omzendbrief en de afspraken gemaakt binnen het kaderprotocol, dient de korpschef dit te melden aan de syndicus-voorzitter van de arrondissementskamer.