Tr1ploid zei:
Da's al probleem 1: Je gaat uit van een simplistisch economisch concept dat bedacht is voor mensen, en dat probeer je te extrapoleren naar machines,
Comparatieve voordelen is niet bedacht voor mensen. Het is bedacht voor productiemiddelen met verschillen in productiviteit, onder andere mensen en machines.
terwijl machines heel andere eigenschappen bezitten, namelijk dat het mogelijk is om er veel bij te maken op korte termijn.
Dat is niet mogelijk. Het aantal autofabrieken is vrij vast. Je kan niet van vandaag op morgen meer autofabrieken hebben. Hetzelfde geldt voor scooba's. Je kan niet van vandaag op morgen 200 000 extra scooba's produceren. Er is een strenge beperking qua productiecapaciteit. Uw stelling dat het mogelijk is om veel machines op korte termijn bij te maken is feitelijk onjuist.
Het gaat niet over oneindigheid,
Toch wel. Het enige dat ik vereis is dat op een bepaald ogenblik alle mogelijke machines die op dat moment beschikbaar zijn, in gebruik zijn. Dat er een maximale productiecapaciteit is die op een bepaald moment op is. Jij lijkt te denken dat je altijd maar machines bij kan krijgen.
da's een absurd concept ('oneindige behoeften' ook trouwens)
Voor alle praktische doeleinden zijn oneindige behoeften een goed begrip.
Kijk, hier komt je gebrek aan wetenschappelijke kennis weer schrijnend naar boven. Het feit dat er zo'n verschil zit in de verschillende industrietakken is immens belangrijk. Iedere sector zal andere grondstofbehoeften nodig hebben. Terwijl de ene sector het voor zijn automatisatie moet hebben van staal, heeft de andere eerder meer obscuurdere transitiemetalen en halfgeleiders nodig, of nog een andere koolstofbindingen. Op gebied van grondstoffen is er dus al minder concurrentie tussen sectoren. Investeer je veel in industrie 1, zullen de grondstoffen die je daarvoor nodig hebt schaarser worden en zul je dus ook meer moeten investeren om dezelfde winst te krijgen.
Maar we hebben het hier over de economie als geheel. We vergelijken niet enkel Machine A met Machine B. Maar Machina A met alle mogelijke andere machines die we met deze grondstoffen kunnen maken. Het bouwen van machine A heeft zeker een opportuniteitskost. Ik denk niet dat er erg veel grondstoffen enkel gebruikt worden voor 1 enkele machine. Vanaf het moment dat een grondstof voor meer dan 1 machine kan gebruikt worden, is er een opportuniteitskost. Ik had dus echt wel door dat niet elke machine concurreert met een andere voor grondstoffen. Dat was ook mijn punt niet. Mijn punt was eerder: "Het bouwen van 1 machine gebruikt grondstoffen waarmee je een andere machine (of een combinatie van machines) had kunnen bouwen".
Daarnaast heb je nog een wetenschappelijk gerelateerd argument: Wetenschappelijke kennis vergroten is een intellectuele arbeid. Vaak zullen wetenschappelijke uitvindingen toepassingen vinden in veel verschillende sectoren. Als je investeert in de automatisatie/machinering van Machine A, zal je vaak ook machine B verbeteren. Denk bijvoorbeeld aan de steeds grotere processorkracht van computers, die wordt gedreven door bepaalde industrietakken die zwaar in de ontwikkeling investeren (pc's voornamelijk) maar daarnaast ook hun toepassingen vinden in veel andere sectoren waar men nooit die investering (namelijk investeren in het vergroten van de kennis over processoren) op zich zou gedaan hebben, gespecialiseerde robots in een fabriek bvb, of animatiefilms, of zelfs speelgoedjes. Kennis over een bepaald onderwerp dringt uiteindelijk door in alle takken van de maatschappij.
Ja ok, maar dat is niet relevant.
Ik zal mijn punt nog eens proberen samenvatten:
1) de maximale hoeveelheid machines in de wereld is eindig.
Ok, op termijn kan je wel machines bij bouwen, maar ook die extra groei is eindig. Vandaag zijn er x-aantal autofabrieken in de wereld, morgen x+n, overmorgen x+n², etc... maar zelfs dan nog is op iedere dag het aantal machines eindig.
2) Machines worden gemaakt van dezelfde (ook eindige) grondstoffen
Als je 1 bepaalde soort machine bouwt, dan gebruikt deze grondstoffen die ook voor andere machines hadden kunnen gebruikt worden. Als je dus meer van die ene soort machines maakt, dan kan je minder machines van een andere soort bouwen. Als je gronddstoffen beperkt zijn, moet je keuzes maken. Dit doe je door de winstgevendheid van alle soorten machines die je met die grondstoffen had kunnen maken te vergelijken. Met de grondstoffen van 1 robotarm had je bvb 10 scooba's kunnen bouwen of 0,001 raketmotoren. Natuurlijk is het wel onwaarschijnlijk dat 1 robotarm exact dezelfde grondstoffen gebruikt als 10 scooba's. Waarschijnlijk hebben ze wel een aantal grondstoffen gemeenschappelijk (energie is het meest voor de hand liggend), maar hebben ze ook een aantal grondstoffen niet-gemeenschappelijk. Het is dan ook maar een voorbeeld ter illustratie. Het onderliggende concept blijft wel geldig, nl. als je staal gebruikt in een robotarm, dan kan je niet datzelfde staal nog eens gebruiken in een scooba.
3) Met al die machines kan je verschillende dingen produceren
Je laat machines eerst die dingen produceren waar ze het best in zijn. Dwz als je een machine kan bouwen voor een investeringproject, dan kies je eerst dat investeringsproject dat je het meeste winst geeft. Heb je nog een machine dan kies je het investeringsproject dat je het tweede meeste winst geeft etc... Je gaat zo het rijtje af van veel winst naar weinig winst tot je uiteindelijjk op die dag/jaar/decennium geen machines meer kan bijbouwen. Op een bepaald moment zijn alle beschikbare machines in gebruik.
Als je meer Machine A's hebt, dan hebt je minder Machine B's. De kost van Machine A kan dus uitgedrukt worden in alle andere machines die door de bouw van Machine A niet meer gebouwd kunnen worden. We vergelijken dus de opbrengst die al deze machines zouden gehad hebben met de opbrengst van Machine A. Is de opbrengst van A groter, dan bouwen we A, anders bouwen we die andere machines.
4) Menselijke arbeid als aanvulling op machine arbeid
Zelfs wanneer machines altijd productiever zijn dan mensen, dan nog is het winstgevend om toch mensen te gebruiken in je productie. Wanneer je mensen gebruikt voor de dingen waar machines niet zo goed in zijn. Dan gebruik je daar minder machines. Met de grondstoffen die je daar bespaart, kan je in de plaats machines inzetten voor dingen waar machines wel erg goed in zijn. Zo creëer je je winst. Je verliest een deel productie waar je machines weghaalt, maar in ruil krijg je meer productie waar je machines bijzet. De totale productie zal stijgen omdat je machines weghaalt daar waar ze weinig produceren en ze bijzet daar waar ze veel produceren.
Met deze extra winst kan je dan werknemers betalen. De productiviteit van deze werknemers is hoog. Werknemers produceren niet alleen hun eigen arbeid, maar ze stellen de producent ook nog eens in staat zijn machines efficiënter te gebruiken.
Schematische weergave van de situatie zonder werknemers:
N machines produceren dingen waar machines heel goed in zijn, iedere machine creëert hier een winst = W1
M machines produceren dingen waar machines minder goed in zijn, iedere machine creëert hier een winst = W2
Totale winst is: W1*N+W2*M
Met W1>W2
Schematische weergave van de situatie met werknemers:
N+M machines produceren dingen waar machines heel goed in zijn
Totale winst: (N+M)W1
Waarbij: (N+M)W1 >W1*N+W2*M