Knoxie
Legacy Member
Misschien is het geen slecht idee om een thread op te starten met poker jargon, die typische woorden die gebruikt worden bij online poker of poker programma's zoals HSP die voor beginners vaak niet te verstaan zijn.
ik geef er alvast enkele:
- pocketcards: de 2 persoonlijke kaarten die elke speler in begin van elke ronde toegedeeld krijgt.
- communitycards: de 5 gemeenschappelijke kaarten die op tafel gelegd worden.
- (to) muck: uw pocketkaarten weggooien zonder ze te laten zien, bv. je hebt een hand gewonnen omdat je tegenstanders gefold hebben, dan kan je mucken om je eventuele bluf niet bekend te maken.
- thight: iemand die thight speelt is iemand die enkel speelt als die een goeie kans heeft om de hand te winnen. (om zo weinig chips te verliezen bij slechtere kaarten)
- loose: iemand die veel hands speelt, (om zo veel hands te winnen)
- a mouse: iemand die zeer thight speelt
- a jackall: iemand die heel loose speelt of domme calls/raises maakt.
- hole cards: idem als pocketcards
- flop: de eerste 3 kaarten van de community
- turn: of 4th street: de 4e kaart van de community
- river: of 5th street: de 5e
- burn: een kaart die wordt weggelegd door de dealer om valsspelen moeilijker te maken, voor de flop en de turn wordt er telkens een kaart geburned.
- bad beat: je denkt dat je de beste kaarten hebt van alle spelers in de hand, maar je wordt verslagen door iemand die nog betere kaarten heeft. bv. 4x 8 wordt verslagen door 4x 10. of wanneer je met een sterke hand verliest tegen iemand die dankzij de turn en river plots ook een sterke hand krijgt.
- downswing: een opstapeling van verloren hands, veel geld verliezen zonder iets te winnen.
- trips : 3 of a kind = a set
- quads : 4 of a kind
- pocket pair : een pre-flop pair.
- Pocket Rockets : American Airlines = pocket pair van Aces
- The Cowboys : pocket pair van Kings
- San Francisco wedding : Siegfried and roy : dikes : pocket pair van Queens
- The Big Slick : pocket van Ace en King
- The Big Chick : pocket van Ace en Queen
- Ajax : Ace-Jack
- Fishhooks : pocket pair van Jacks ( de J lijkt op een vishaakje)
- Snowmen : Frog Eyes : pocket pair van 8en
- Ducks : pocket pair van 2's
- to felt someone: iemand blut spelen
- (a flush, a straight,..) draw: de mogelijkheid om een flush of straight ofzo te maken in de 4th of 5th street.
- inside straight draw: bv. je hebt pocket 5 en 6, de flop brengt 8 en 9. je hebt dus de 7 nodig die in't midden ligt
- outside straight draw: bv. je hebt pocket 5 en 6, de flop brengt 7 en 8. hier heb je 2 mogelijkheden om je straight te maken, nl. een 4 en een 9.
- backdoor draw: je kan een flush of straight ofzo maken maar je hebt er nog 2 kaarten voor nodig, de turn en de river dus.
- slow playing: je hebt een goeie hand, maar je doet alsof je maar middelmatige kaarten hebt om zo de pot te vergroten. (andere spelers gaan denken dat zij de beste kaarten hebben en gaan inzetten). in het nederlands: onderbluffen.
- overcards: bv. je hebt 'dikes', en de flop brengt bv. Ace, King, 10. De Ace en de King zijn overcards omdat andere spelers je pair kunnen overtreffen met een beter pair als ze een ace of een king hebben.
- limping: de flop willen zien zonder veel geld/chips te verliezen als je middelmatige kaarten hebt, bv. de minimum inzet callen maar geen raises callen.
- majority play hands: pockets cards die je kan uitspelen als je in late positie zit, als je door checks van al je voorgangers weet dat zij geen goeie kaarten hebt. bv. een pocket pair van 5en.
- freeze-out: geen mogelijkheid tot rebuy.
- sattelite: een kwalificatie-tornooi voor een groot tornooi. De buy-in van dat grote tornooit kan 10.000 dollar zijn. Dan kan er een sattelite gestart worden met 10 deelnemers met een buy-in voor 1000 dollar. De winnaar krijgt de 10.000 dollar om zich in te schrijven voor het grote tornooi.
- supersattelite: zelfde systeem maar dan 100 deelnemers en 100 dollar buy-in
- straddle: gebeurt meestal door de eerste speler (links van de big blind dus), die speler zet 2x het bedrag van de big blind in, preflop in the dark, om een leuke pot te maken. (zie je héél vaak bij high stakes poker)
- donk: slechte plays maken
- donkey: een zwakke pokerspeler
- fish: een onervaren pokerspeler
- the nuts: een hand dat niet kan verliezen, bv. je hebt Ace of spades en Jack of spades in je pocket en de flop brengt 2 of spades, 6 of spades en 10 of diamonds. dan heb je een 'nut flush draw', brengt de turn of de river je nog een spade dan heb je de 'nut flush' als de andere kaart geen 2, 6 of 10 is. Er kan geen 4 of a kind gemaakt worden, en je hebt de hoogst mogelijke flush want je hebt de ace in bezit. je bent dus mathematisch 100% zeker van winst.
- Kicker: een kicker is je hoogste kaart buiten een combinatie, bv. je hebt in je pocket Ace - Jack, de flop brengt je nog een Jack. dan heb je een pair met de ace als kicker. als er nog iemand een pair van jacks heeft gemaakt dan beslist de kicker wie wint. als die andere bv. King - Jack had verliest hij door zijn lagere kicker.
- rainbow flop: een flop die 3 kaarten brengt van verschillende suits bv. 3 of spades, jack of clubs en 5 of diamonds.
- connectors: 2 opeenvolgende kaarten, bv. 4 & 5
- suited connectors: 2 opeenvolgende kaarten van dezelfde suit, bv. 4 of spades & 5 of spades
- full tilt: als een gek beginnen spelen omdat je een groot verlies probeert te compenseren, hierdoor maak je domme plays.
- calling station: iemand die bijna altijd callt (en dus niet fold of raised) om zo veel hands te spelen, en dus veel kansen te krijgen om een pot te winnen. hoe slecht zijn kaarten ook zijn..
- paint: een 'beeleke' in't vlaams, dus een ace, king, queen of jack.
- on the button: de dealer (in games zonder croupier)
---
***edited by Malkavian : wat grotere start posts gemaakt***
ik geef er alvast enkele:
- pocketcards: de 2 persoonlijke kaarten die elke speler in begin van elke ronde toegedeeld krijgt.
- communitycards: de 5 gemeenschappelijke kaarten die op tafel gelegd worden.
- (to) muck: uw pocketkaarten weggooien zonder ze te laten zien, bv. je hebt een hand gewonnen omdat je tegenstanders gefold hebben, dan kan je mucken om je eventuele bluf niet bekend te maken.
- thight: iemand die thight speelt is iemand die enkel speelt als die een goeie kans heeft om de hand te winnen. (om zo weinig chips te verliezen bij slechtere kaarten)
- loose: iemand die veel hands speelt, (om zo veel hands te winnen)
- a mouse: iemand die zeer thight speelt
- a jackall: iemand die heel loose speelt of domme calls/raises maakt.
- hole cards: idem als pocketcards
- flop: de eerste 3 kaarten van de community
- turn: of 4th street: de 4e kaart van de community
- river: of 5th street: de 5e
- burn: een kaart die wordt weggelegd door de dealer om valsspelen moeilijker te maken, voor de flop en de turn wordt er telkens een kaart geburned.
- bad beat: je denkt dat je de beste kaarten hebt van alle spelers in de hand, maar je wordt verslagen door iemand die nog betere kaarten heeft. bv. 4x 8 wordt verslagen door 4x 10. of wanneer je met een sterke hand verliest tegen iemand die dankzij de turn en river plots ook een sterke hand krijgt.
- downswing: een opstapeling van verloren hands, veel geld verliezen zonder iets te winnen.
- trips : 3 of a kind = a set
- quads : 4 of a kind
- pocket pair : een pre-flop pair.
- Pocket Rockets : American Airlines = pocket pair van Aces
- The Cowboys : pocket pair van Kings
- San Francisco wedding : Siegfried and roy : dikes : pocket pair van Queens
- The Big Slick : pocket van Ace en King
- The Big Chick : pocket van Ace en Queen
- Ajax : Ace-Jack
- Fishhooks : pocket pair van Jacks ( de J lijkt op een vishaakje)
- Snowmen : Frog Eyes : pocket pair van 8en
- Ducks : pocket pair van 2's
- to felt someone: iemand blut spelen
- (a flush, a straight,..) draw: de mogelijkheid om een flush of straight ofzo te maken in de 4th of 5th street.
- inside straight draw: bv. je hebt pocket 5 en 6, de flop brengt 8 en 9. je hebt dus de 7 nodig die in't midden ligt
- outside straight draw: bv. je hebt pocket 5 en 6, de flop brengt 7 en 8. hier heb je 2 mogelijkheden om je straight te maken, nl. een 4 en een 9.
- backdoor draw: je kan een flush of straight ofzo maken maar je hebt er nog 2 kaarten voor nodig, de turn en de river dus.
- slow playing: je hebt een goeie hand, maar je doet alsof je maar middelmatige kaarten hebt om zo de pot te vergroten. (andere spelers gaan denken dat zij de beste kaarten hebben en gaan inzetten). in het nederlands: onderbluffen.
- overcards: bv. je hebt 'dikes', en de flop brengt bv. Ace, King, 10. De Ace en de King zijn overcards omdat andere spelers je pair kunnen overtreffen met een beter pair als ze een ace of een king hebben.
- limping: de flop willen zien zonder veel geld/chips te verliezen als je middelmatige kaarten hebt, bv. de minimum inzet callen maar geen raises callen.
- majority play hands: pockets cards die je kan uitspelen als je in late positie zit, als je door checks van al je voorgangers weet dat zij geen goeie kaarten hebt. bv. een pocket pair van 5en.
- freeze-out: geen mogelijkheid tot rebuy.
- sattelite: een kwalificatie-tornooi voor een groot tornooi. De buy-in van dat grote tornooit kan 10.000 dollar zijn. Dan kan er een sattelite gestart worden met 10 deelnemers met een buy-in voor 1000 dollar. De winnaar krijgt de 10.000 dollar om zich in te schrijven voor het grote tornooi.
- supersattelite: zelfde systeem maar dan 100 deelnemers en 100 dollar buy-in
- straddle: gebeurt meestal door de eerste speler (links van de big blind dus), die speler zet 2x het bedrag van de big blind in, preflop in the dark, om een leuke pot te maken. (zie je héél vaak bij high stakes poker)
- donk: slechte plays maken
- donkey: een zwakke pokerspeler
- fish: een onervaren pokerspeler
- the nuts: een hand dat niet kan verliezen, bv. je hebt Ace of spades en Jack of spades in je pocket en de flop brengt 2 of spades, 6 of spades en 10 of diamonds. dan heb je een 'nut flush draw', brengt de turn of de river je nog een spade dan heb je de 'nut flush' als de andere kaart geen 2, 6 of 10 is. Er kan geen 4 of a kind gemaakt worden, en je hebt de hoogst mogelijke flush want je hebt de ace in bezit. je bent dus mathematisch 100% zeker van winst.
- Kicker: een kicker is je hoogste kaart buiten een combinatie, bv. je hebt in je pocket Ace - Jack, de flop brengt je nog een Jack. dan heb je een pair met de ace als kicker. als er nog iemand een pair van jacks heeft gemaakt dan beslist de kicker wie wint. als die andere bv. King - Jack had verliest hij door zijn lagere kicker.
- rainbow flop: een flop die 3 kaarten brengt van verschillende suits bv. 3 of spades, jack of clubs en 5 of diamonds.
- connectors: 2 opeenvolgende kaarten, bv. 4 & 5
- suited connectors: 2 opeenvolgende kaarten van dezelfde suit, bv. 4 of spades & 5 of spades
- full tilt: als een gek beginnen spelen omdat je een groot verlies probeert te compenseren, hierdoor maak je domme plays.
- calling station: iemand die bijna altijd callt (en dus niet fold of raised) om zo veel hands te spelen, en dus veel kansen te krijgen om een pot te winnen. hoe slecht zijn kaarten ook zijn..
- paint: een 'beeleke' in't vlaams, dus een ace, king, queen of jack.
- on the button: de dealer (in games zonder croupier)
---
***edited by Malkavian : wat grotere start posts gemaakt***

