Een aanleg voor allergieën is meestal erfelijk en aangeboren. Iemand kan een aanleg voor een allergie hebben, zonder dat hij/zij klachten heeft. Heeft een kind niet de aanleg om allergisch te reageren, dan zal er nooit een koemelkeiwitallergie ontstaan. Is één ouder allergisch dan is de kans voor een kind om allergisch te worden 25%, zijn er twee ouders of twee gezinsleden allergisch dan is de kans 50%. Als beide ouders allergisch zijn en een ander gezinslid, dan is de kans 75%.
Bij patiënten die een voedselintolerantie hebben, ontstaan de klachten ook na inname van voeding, maar lijkt het afweersysteem niet betrokken te zijn. Vaak gaat het om producten die in een geringe hoeveelheid wel verdragen kunnen worden. In de loop der tijd kunnen 'normale' hoeveelheden ongewenste reacties oproepen. Een bekend voorbeeld is jeuk na het eten van aardbeien of chocolade. Een enkele aardbei wordt dan wel verdragen. Over de oorzaak waarom bepaalde producten klachten geven, wordt veel gespeculeerd. Echte bewijzen zijn er nog niet.
Welke klachten zouden kunnen wijzen op voedselovergevoeligheid?
De volgende klachten kunnen symptomen zijn van voedselovergevoeligheid:
Huid: jeuk, uitslag, eczeem, galbulten (netelroos, urticaria), oedeem (ophoping van vocht in bijv. oogleden, mond, lippen of keel)
Luchtwegen: astma, (astmatische) bronchitis, slijmvorming (bijv. leidende tot veelvuldige oorontstekingen) of chronische verkoudheid
Maag/darm: buikpijn, kolieken, diarree, obstipatie, krampen, misselijkheid, braken
Andere: anafylactische shock, migraine, gedragsklachten, excessief huilen (babies) of groeivertraging.