Angst voor verlies van mannelijkheid speelt daarin een grote rol, want het bastion van de mannelijke suprematie staat op instorten. Om het heel simpel te stellen: als Marokkaans jongetje word je geacht voor jezelf op te komen. Je bent de baas over je zussen en als je vader niet thuis is, ben je zelfs de baas over je moeder.
Je vader is je rolmodel, hij heeft zich zijn leven lang kapot gewerkt, maar dan zie je dat in een matriarchale samenleving als de Nederlandse je vader ineens zijn autoriteit kwijt is. Dus zweer je: dat zal mij niet overkomen! Het heeft natuurlijk ook te maken met de sociale positie waarin veel Marokkaanse jongeren verkeren, de uitzichtloosheid van hun leven en de existentiële leegte die ze op de een of andere manier proberen op te vullen.
Je identiteit hangt altijd af van wat je níét wil zijn. Wat Mohammed B. vooral niet wilde zijn, was: een softie. In zijn afscheidsversje had hij het over "de ridders van de dood" en noemde hij zijn naamgenoot de profeet "de lachende doder". Het is heel krijgshaftig allemaal.'
Bouazza citeert met instemming de Franse filosoof Alain Finkielkraut, die in de aanwezigheid van de westerse vrouw in het openbare leven de belangrijkste reden ziet voor de woede van radicale moslimjongeren. 'Ayaan Hirsi Ali wordt niet alleen verweten dat ze afvallig is, maar ook dat ze een vrouw is - dat is zo mogelijk nog erger.
En als Theo van Gogh Thea had geheten, was zij misschien nog eerder uit de weg geruimd. Meer nog dan een cultuur van schaamte is de islamitische cultuur er een van masculiene trots. Eeuwenlang waren de Arabieren trotse strijders, bedoeïenen die een bepaald aanzien hadden. Op een gegeven moment is dat geknakt. Nu proberen ze op alle mogelijke manieren hun mannelijkheid te heroveren. Het eerste wat de Taliban deden toen ze aan de macht kwamen, was vrouwen letterlijk onzichtbaar maken.'