Een atheïst wandelde door een woud.
“Wat een prachtige bomen!” dacht hij bij zichzelf “ en wat een krachtige rivieren en die mooie dieren”
Plots hoorde hij iets in de struiken en zag hij een enorme grizzlybeer op zich af komen.
Hij draaide zich om en zette het op een lopen. Hij keek over zijn schouder en zag de beer naderen.
Hij zette nog een tandje bij, keek nog eens over zijn schouder en zag de beer nog steeds dichterbij komen…
En dan struikelde hij en viel. Hij probeerde nog overeind te krabbelen maar de beer was al bij hem.
Op het moment dat de beer de man met zijn klauw wilde doden riep de atheïst : “oh God”
De tijd stopte…
De beer stond plots stokstijf…
En heel het woud was stil…
Een fel licht scheen op de man en uit de lucht klonk een stem :
“Jij hebt mijn bestaan al die jaren ontkent, je hebt anderen geleerd dat ik niet bestond omdat er geen
tastend bewijs was van Mijn bestaan. En nu verwacht jij dat ík je uit deze penabele situatie redt?”
“Mag ik hierbij aannemen dat je je bekeerd hebt?”
De man keek rechtstreeks in het licht en zei :
“Het zou inderdaad wel heel hypocriet van mij zijn om U te vragen me plots als een christen te behandelen…
Maar misschien kan U deze heidense beer bekeren?”
Even werd het stil…
“Ok!” zei de stem
Het licht ging uit en de geluiden van het bos kwamen weer tot leven..
De beer liet zijn klauw zakken, bracht zijn voorste poten samen, boog zijn kop en zei :
“Heer zegen deze spijzen, die uw milde hand mij geeft.... Door Christus onze Heer..... Amen”
