Ik zag deze nacht het filmpje van een jonge Vlaming uit Puurs verschijnen in mijn inbox. De jongen moet dansen voor het vermaak van enkele allochtonen. Hij wordt voortdurend geslagen en geschopt. De adrenaline pompt door mijn aderen bij het zien van de beelden. Ik heb nog maar net een intensieve bokstraining en een ontspannende douche achter de rug, maar op enkele seconden voel ik me weer alsof ik door muren kan lopen. Alsof ik een heel leger aankan.
Hoewel ik elke dag overladen word met berichten van Vlamingen over de allochtone terreur, blijft een filmpje waarop je ziet hoe een jonge, weerloze Vlaming in elkaar geklopt en vernederd wordt toch telkens een stevige, haast symbolische slag in het gezicht voor iedereen die inzit met de toekomst van ons volk.
Als ik zie hoe de allochtonen als hyena’s er een zwakke Vlaamse prooi uitkiezen om die te vernederen, dan voel ik de drang om die hyena’s eens te laten zien dat er in Vlaanderen nog leeuwen wonen. Maar ik onderdruk die drang, want het parket zou mij maar al te graag laten oppakken, in tegenstelling tot het allochtone crapuul dat onze jeugd terroriseert. Als het slachtoffer op rechtvaardigheid hoopt, moet hij daarvoor anno 2020 in ieder geval niet meer richting de politiek of justitie kijken. We zijn als volk hoe langer hoe meer op onszelf aangewezen.
Als ik die beelden zie, dan wil ik die jongeman opzoeken, hem aansporen om bij ons te komen boksen, opdat hij nooit nog zo vernederd zou worden. Opdat hij de volgende keer misschien weerbaar genoeg zal zijn om diegene te zijn die tussenbeide komt wanneer hij ziet dat allochtone hyena’s opnieuw een weerloze prooi in hun klauwen hebben.
Ik krijg de neiging om met dat filmpje op mijn gsm naar linkse collega’s te stappen en het zo hard in hun gezicht te duwen dat het nog enkele dagen op hun netvlies gebrand zou staan.
Ik wil het op al mijn sociale media zetten. Het uitschreeuwen: “Hoe vaak moet dit nog gebeuren?!”, “Dit is de toekomst van al onze kinderen als we niet ingrijpen!”, “Wat als het volgende keer jouw kind is?!”.
Maar ik doe niks. Kalm blijven, want ik wil zometeen goed kunnen slapen.
Ik leg mijn gsm weg en pak een boek vast, nochtans goed wetende dat het geen halve pagina zou duren vooraleer mijn gedachten opnieuw zouden afdwalen naar die jongen uit Puurs die moest dansen voor de hyena’s. Of naar die tienduizenden jonge Britse meisjes die werden verkracht door pedofiele moslimbendes, sommige honderden keren nog voor ze 16 werden. Of naar die politieagenten die van het establishment jonge Vlamingen moeten oppakken voor memes, maar zich wel in elkaar moeten laten kloppen door allochtoon crapuul in Anderlecht.
En toch. Ik doe even niks. Ik deel het filmpje niet meteen, want ergens in mij begin ik te twijfelen welk effect het zal hebben.
Zal dat niet gewoon zorgen voor een nog grotere demoralisering van de Vlaming? Hebben al die filmpjes en nieuwsfeiten op den duur niet het omgekeerde effect? Zal de Vlaming op den duur niet gewoon apathisch de schouders ophalen bij het zien van de zoveelste gewelddaad tegen ons volk, in plaats van geschokt en boos te reageren op het onrecht dat ons wordt aangedaan? Zou het kunnen dat er een moment komt waarop de wil om ons te verzetten tegen de vervanging van ons volk niet meer verder groeit, maar dat die wil om ons te verzetten gewoon breekt bij het zien van zoveel vernedering en geweld? Zullen we op den duur niet gewoon kikkers worden in kokend water, die de temperatuur van het water vergelijken met de temperatuur van enkele minuten geleden, in plaats van met de temperatuur van voor het vuur aan ging?
Het zijn vragen die blijven spoken in mijn hoofd.
De stroom aan negatieve berichten heeft de Vlaming doen inzien dat de multiculturele droom een nachtmerrie is. Maar ook al krijgt de Vlaming maar een klein deel van de wérkelijke negatieve gevolgen te zien, toch is die stroom zo groot dat hij de Vlaming heeft gedemoraliseerd.
Ik merk dat ook bij mezelf. Ik krijg zoveel getuigenissen van volgers over de terreur die hen wordt aangedaan, dat ik merk dat die steeds minder effect op mij hebben. De eerste keer dat er bij mijn tante werd ingebroken, was ik geschrokken. De tweede keer was dat al minder. Nu koopt ze gewoon geen juwelen meer. De angst, die gaat bij haar nooit meer weg. Vorige week braken illegalen in in de woonst van een collega van mij, en ik schrok van mezelf dat ik hem - toen ik hem enkele dagen later op het werk tegenkwam - vergat te vragen hoe het met hem ging. We zijn zo gewoon geworden aan die stroom berichten over verkrachtingen, overvallen en geweld door importcrapuul, dat we er op den duur afgestompt door worden. De eerste keren dat ik filmpjes zag van allochtone mannen die op de trein in Brussel in de coupé recht tegenover jonge meisjes gingen zitten om dan openlijk te beginnen masturberen werd ik razend kwaad, maar tegenwoordig klik ik er zelfs niet meer op, ik weet al hoe het gaat. En zo zijn we allemaal geworden. We scrollen voorbij “krantenwinkel voor derde keer overvallen op één jaar tijd” en “jongerenbende achtervolgt tiener na school en slaat hem ziekenhuis in”, zonder dat we er nog kwaad van worden. Het is het nieuwe normaal. En precies dát mogen we nooit aanvaarden.
Mijn generatie beseft niet wat we allemaal verloren hebben.
Als ik met oudere mensen praat en hen hoor vertellen over hoe ze de sleutel in het contact van hun wagen lieten steken en hem niet op slot deden terwijl ze boodschappen deden, dan moet ik denken aan de vele camerabeelden die ik van winkeliers krijg doorgestuurd van allochtonen die portefeuilles en koopwaar stelen alsof het de normaalste zaak ter wereld is. Als ik oudere mensen hoor vertellen dat ze vroeger hun huis nooit op slot deden en iedereen kenden in het dorp, dan moet ik denken aan alle inbraakgolven van de laatste jaren, en aan al die mensen die ’s avonds niet meer buiten durven komen uit angst om overvallen of aangerand te worden.
“Don’t look back in anger”, zongen de Britten nadat er in Manchester bij een concert van Ariana Grande tientallen jonge meisjes met een spijkerbom aan stukken werden gereten door een moslimterrorist. Wel, beste mensen, ik wil jullie het omgekeerde vragen: look back in anger. Wees kwaad, wees heel kwaad voor al hetgeen dat ze ons al hebben afgepakt. Wees razend, telkens wanneer je ziet hoe een Vlaamse jongen wordt vernederd en in elkaar geslagen. Wees woedend, telkens wanneer je leest over een meisje dat werd aangerand in onze grootsteden. Kanaliseer die boosheid, en zet ze om in energie om onze jeugd opnieuw weerbaar te maken. Om onze mede-Vlamingen wakker te schudden, voor het te laat is. Maar ook om een betere versie te worden van jezelf, om een voorbeeld te worden en een impact te hebben op anderen, die het misschien minder goed zien zitten, of die nog altijd op het verkeerde pad zitten.
Ik ga in ieder geval keihard verder, om rechtvaardigheid te bekomen voor alle slachtoffers van de multiculturaliteit, en om te voorkomen dat er nog slachtoffers zullen bijkomen. Ik breid het aantal locaties en momenten waarop we zelfverdedigingslessen organiseren fors uit. Ik zal in het parlement nog harder op tafel kloppen en bovenal, zal ik binnenkort een initiatief lanceren dat de mainstream media die deze multiculturele hel elke dag opnieuw goedpraten, zal doen daveren op hun grondvesten.
Deel gerust.
Dries