Nu:
- historische pedagogiek: wel ja, de geschiedenis van de pedagogiek, zo'n beetje

Op een kritische manier bekeken. Met hoofdstukken over kernpedagogen als De Croly en Dewey en een beetje de geschiedenis van het onderwijs (kleuteronderwijs, onderwijs in Belgisch-Congo, onderwijs tijdens de interbellum en tijdens WOII,...). Vind ik wel superinteressant.
- jeugdbescherming en bijzondere jeugdbijstand: jezus, wat een gedrócht van een vak. Alleen maar regeltjes en wetten en "die kan doorverwijzen naar die maar die niet naar die tenzij in uitzondering abcdefgh en die is bevoegd voor 1234567" en nou ja, beetje de hele structuur van de bijzondere jeugdzorg, jeugdrechtbanktoestanden en integrale jeugdhulp en dan nog de context (oorzaken, gevolgen en krachtlijnen) van de wetten kinderbescherming, jeugdbescherming en die van 2006 en M.O.F en P.O.S en blabla.
Volgend semester:
- grondslagen van de wetenschappelijke pedagogiek: ja, daar weet ik ook niet veel meer over buiten de titel

- sociaal-cultureel werk met jongeren en volwassenen: same, en daarbij weet ik zelfs amper wat sociaal-cultureel werk is :')
In 2de bachelor heb je dan nog het vak sociale agogiek, en da's ook een beetje algemene geschiedenis en basisbeginselen van het sociaal werk. Maar dat vak heb ik nooit gehad (had toen nog minor cultuurwetenschappen), dus daar weet ik ook niet zoveel van. Achteraf gezien beter direct sociaal werk als minor gepakt, misschien had ik dan jeugdbescherming een beetje beter gesnapt

What the fuck, vraagsturing en vraagverheldering en voorstructurering van de zorg, snap er allemaal niks van.