igenschappen van de linker hersenhelft
Verbaal: beschrijven, definiëren, d.m.v. woorden aanduiden.
Analytisch: waarnemingen stap voor stap en deel voor deel uitpluizen.
Symbolisch: weergave d.m.v. symbolen.
Abstract: gebruikt een geselecteerd deeltje om het waargenomen geheel weer te geven.
Tijdgebonden: stapsgewijs, het een na het ander, alles heeft zijn tijd, stipt.
Rationeel: verstandelijk concluderend op grond van feitelijkheden (dit en dit, dus dat).
Digitaal: rekenkundig gebruik van getallen.
Logisch: het een volgt onvermijdelijk uit het ander.
Lineair: het ander volgt rechtstreeks op het een, wat vaak leidt tot convergente conclusies.
Rechtshandig, aansturend, hoekig; 1, 4, 7, modernistisch, gemakkelijk te bevatten, correct, krachtig, polderlandschap, stratenplan, Bauhaus, piramide, toren, zakelijk, mannelijk, nuchter.
Eigenschappen van de rechter hersenhelft
Non-verbaal: besef van dingen, uitermate geringe correctie met woorden.
Synthetisch: waarnemingen worden tot een geheel samengevoegd.
Concreet: refereert aan de dingen in de toestand zoals ze op dat moment zijn.
Analoog: ontdekt overeenstemmingen en begrijpt figuurlijke correlaties.
Los van tijd: zonder gevoel van tijd.
Non-rationeel: behoeft geen rationele of feiten-basis, is bereid om van een beslissing of oordeel af te zien.
Ruimtelijk: ziet waar dingen betrekking hebben met andere dingen en hoe delen zich tot een geheel samenvoegen.
Intuïtief: vult leemten op door plotselinge inzichten, vaak gebaseerd op onvolledige patronen, systemen, modellen, gevoelens of imaginaties.
Holistisch: ziet iets ineens als een geheel, neemt volledige patronen en structuren waar, wat vaak leidt tot divergente conclusies.
Rechtshandig, beweegt, gebogen; 0, 2, 3, 5, 6, 8, 9, soepel, speels, complex, fantasierijk, arabesk, organisch, barok, Gaudi, decoratief, floraal, vrouwelijk, elegant, zwierig, dromerig, heuvellandschap, meren en riviertjes.