Blackend
Legacy Member
Ik zit met een vrij fundamenteel vraagje over staande golven.
Ge hebt uw golfvergelijking, namelijk een vergelijking afhankelijk van plaats en tijd:
z (x,t) = A cos kx cos wt + B cos kx sin wt + C sin kx cos wt + D sin kx sin wt .
(w = omega)
Om de vergelijking van de staande golf (en haar harmonischen) te vinden, waarbij ge beide eindpunten vasthoudt, kunt ge 2 eenvoudige randvoorwaarden opstellen.
1) z ( 0 , t ) = 0 (op alle tijdstippen t houdt ge het linkerdeel (x = 0) vast)
->>>> C en D zijn dan altijd 0 (want sin 0 = 0) dus blijft over dat
z ( 0, t ) = A cos wt + B sin wt = 0
En dat kan enkel als A en B = 0 ....
C en D hebben we nog niet.
Van de vergelijking van daarstraks blijft nog over :
z (x,t) = ( C sin kx cos wt + D sin kx sin wt)
of herschreven (Simpson)
z = z0 cos (wt + phi) sin kx
2) Vermits ge ook het ander/rechter eind vasthoudt (op afstand L):
z (L, t) = 0 <=> sin kL = 0
sin kL = 0 <=> k = n*pi/L met n = 1,2,3,4...
Daarmee hebt ge uw mogelijke golfvergelijkingen in case dat ge beide eindjes vasthoudt.
Ok, tot zover de theorie
Allemaal redelijk straightforward.
Wat nu als ge de golfvergelijking wilt opstellen voor golven waarbij beide uiteinden los zijn?
Ge kunt stellen dat uw middenste punt = 0 (check java applets) en dan komt ge er wel ongeveer... maar in feite kunt ge dat toch niet weten? Of zie ik iets over het hoofd?
Uw middenste punt is trouwens daar niet altijd 0, maar enkel bij de oneven harmonischen...
Dus de vraag is: welke randvoorwaarden moet ge stellen bij de situatie waar beide uiteinden los zijn?
Ge hebt uw golfvergelijking, namelijk een vergelijking afhankelijk van plaats en tijd:
z (x,t) = A cos kx cos wt + B cos kx sin wt + C sin kx cos wt + D sin kx sin wt .
(w = omega)
Om de vergelijking van de staande golf (en haar harmonischen) te vinden, waarbij ge beide eindpunten vasthoudt, kunt ge 2 eenvoudige randvoorwaarden opstellen.
1) z ( 0 , t ) = 0 (op alle tijdstippen t houdt ge het linkerdeel (x = 0) vast)
->>>> C en D zijn dan altijd 0 (want sin 0 = 0) dus blijft over dat
z ( 0, t ) = A cos wt + B sin wt = 0
En dat kan enkel als A en B = 0 ....
C en D hebben we nog niet.
Van de vergelijking van daarstraks blijft nog over :
z (x,t) = ( C sin kx cos wt + D sin kx sin wt)
of herschreven (Simpson)
z = z0 cos (wt + phi) sin kx
2) Vermits ge ook het ander/rechter eind vasthoudt (op afstand L):
z (L, t) = 0 <=> sin kL = 0
sin kL = 0 <=> k = n*pi/L met n = 1,2,3,4...
Daarmee hebt ge uw mogelijke golfvergelijkingen in case dat ge beide eindjes vasthoudt.
Ok, tot zover de theorie
Allemaal redelijk straightforward. Wat nu als ge de golfvergelijking wilt opstellen voor golven waarbij beide uiteinden los zijn?
Ge kunt stellen dat uw middenste punt = 0 (check java applets) en dan komt ge er wel ongeveer... maar in feite kunt ge dat toch niet weten? Of zie ik iets over het hoofd?
Uw middenste punt is trouwens daar niet altijd 0, maar enkel bij de oneven harmonischen...
Dus de vraag is: welke randvoorwaarden moet ge stellen bij de situatie waar beide uiteinden los zijn?