De subsidiering van het volwassenenonderwijs is niet eenvoudig.
Ze moeten meestal zelf instaan voor een deel van de financiering (vb. vanuit de katholieke zuil, het GO!, etc.)
Het grootste deel komt echter van het ministerie onderwijs van de Vlaamse overheid. De basiseenheid is een lesuurcursist. Een cursist ingeschreven voor een vak van 100 lestijden, genereert 100 lesurencursist (LUC). De som van al die LUC's bepaalt hoeveel lesuren de school volgend jaar mag inrichten. Maar
1) Elke richting heeft een bepaalde breuk. Voor de meeste graduaatsopleidingen is dat vb. 13. Dat wil zeggen dat voor het inrichten van een module in die richting de overheid een aantal LUC's neemt van de totale stapel dat gelijk is aan 13*aantal lesuren. Met andere woorden voor elke module waar er dan minder dan 13 cursisten ingeschreven zijn, draait de school "verlies". Ze kost meer lesurencursist dan dat ze opbrengt voor het volgende jaar. Vice versa, winst als er meer dan 13 ingeschreven cursisten zijn. Die breuken variëren tussen de 8 en 15 dacht ik (in
2) Een school mag vrijelijk schuiven met haar LUC's. In de meeste avondscholen is het zo dat er een paar richtingen zijn (NT2, lerarenopleiding, etc.) die de nodige LUC's genereren voor de richtingen met weinig cursisten. En het is de directie die beslist hoe lang ze slecht draaiende opleidingen blijft financieren met de goed draaiende opleidingen. Ze mogen gerust in een klas 50 mensen zetten (vb. lerarenopleiding) om dan een opleiding te financieren die maar 2 ingeschrevenn cursisten heeft. Dit gebeurt trouwens in realiteit.
3) Die LUC's bepalen ook hoeveel ondersteunend personeel er mag zijn en ook hier staatt het de directie vrij om extra LUC's op te offeren voor een extra adunct-directeur, etc.
4) De evolutie van het aantal LUC's wordt begrensd door de overheid. Jaarlijks legt ze een max stijgingspercentage vast (dus pech voor scholen die sterk groeien). Ze houdt ook rekening via ingewikkelde percentageverrekeningen met de historische inschrijvingscijfers (zodat krimpende scholen niet ineens zonder geld vallen).