bever01
Legacy Member
Aan een batterij van 20 V zijn twee weerstanden van respectievelijk 1Ω en 4Ω parallel geschakeld. Hoe groot zijn de individuele spanningen en stroomsterktes en hoe groot is de vervangingsweerstand?
Gegeven:
U = 20 V
R1 = 1 Ω
R2 = 4 Ω
Gevraagd:
Rv = ?
U1 = ?
U2 = ?
I = ?
I 1 = ?
I 2 = ?
Oplossing:
In een parallelschakeling is het omgekeerde van de vervangingsweerstand gelijk aan de som van de omgekeerde individuele weerstanden.
1 = 1 + 1
Rv R1 R2
1 = 1 + 1
Rv 1 Ω 4 Ω
1 = 4 + 1
Rv 4 Ω 4 Ω
1 = 5
Rv 4 Ω
Rv = 4 Ω
5
Rv = 0,8 Ω
Hoe komt men aan die 4 bij de 3de berekening hierboven?
-
4
Gegeven:
U = 20 V
R1 = 1 Ω
R2 = 4 Ω
Gevraagd:
Rv = ?
U1 = ?
U2 = ?
I = ?
I 1 = ?
I 2 = ?
Oplossing:
In een parallelschakeling is het omgekeerde van de vervangingsweerstand gelijk aan de som van de omgekeerde individuele weerstanden.
1 = 1 + 1
Rv R1 R2
1 = 1 + 1
Rv 1 Ω 4 Ω
1 = 4 + 1
Rv 4 Ω 4 Ω
1 = 5
Rv 4 Ω
Rv = 4 Ω
5
Rv = 0,8 Ω
Hoe komt men aan die 4 bij de 3de berekening hierboven?
-
4