FatalX
Legacy Member
Dag 0: Honey, I’m home
Na een lange 360 dagen was het eindelijk weer tijd voor mijn favoriete festival aller tijden: Dour Festival. Ondertussen al de zesde keer dat ik een bezoekje bracht aan de afgelegen wei en elke keer heb ik al heel veel goede groepen en dj’s leren kennen. We kwamen zoals gewoonlijk met de auto aan rond 12 uur en tot onze verbazing zagen we dat er een ellenlange rij stond aan te schuiven. Desondanks ging het allemaal vrij vlot en waren we snel genoeg binnen om ons gebruikelijke plekje op camping B op te eisen. Omdat het de hele rit geregend had en nu eindelijk opklaarde, hadden we er allemaal veel vertrouwen in dat het dit jaar geen herhaling van het modderbad van het jaar daarvoor zou zijn.
Dag 1: Busy People
Hoewel het woensdag nog relatief droog bleef op de camping, begonnen de buien toch langzaamaan te vermeerderen. Dat kon ons enthousiasme toen nog niet beknotten en dus vertrokken we naar de eerste band van de dag: Steak Number Eight. Deze voormalige winnaars van Humo’s Rock Rally staan ondertussen al vier jaar verder en dat hoor je. Ondanks de piemels op het scherm is Steak Number Eight volwassen geworden. De zanger heeft een enorm stembereik en de muziek klinkt ruw en energiek. Die energie kon je ook terugvinden in de winnaars van de Rock Rally van dit jaar, Compact Disk Dummies. Een jonge frontman met blonde krullen gaf zich helemaal en samen met zijn schuchterdere kompaan achter de pads wist hij het eerste feestje van Dour in gang te zetten. De opgewekte kreten en de ballonen die plots vanuit het publiek opstegen bevestigden dat alleen maar. Ik vond het alleen een beetje spijtig dat de stemvervormer bijna altijd opstond, waardoor de teksten vrij monotoon klonken. De setup was ook wel vrij grappig, met de synthesizer die op een grote springveer was vastgemaakt.
We keerden na een korte eetpauze terug naar de wei om Nick Waterhouse te gaan luisteren. Ongelooflijk hoe een hoopje blanken zo een zwoel en exotisch geluid kunnen produceren. Het was white, nerdy and sexy en deed een beetje denken aan Jim Cole maar dan nog een trapje hoger. Na Nick Waterhouse hadden we nog meer zin om te dansen en dus vertrokken we naar Wilkinson. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, scheerde hij geen hoge toppen. Alles wat hij draaide leek zo van UKF te komen. Lichtjes gedegouteerd gingen we dan maar stilletjes naar Black Box Revelation. Hoewel ik al langer een fan ben, was het nog maar de eerste keer dat ik ze in actie zag. Ik was echt niet onder de indruk. De chemie tussen beide bandleden ontbrak volledig en ze wisten niet de energie waarvoor ze bekend staan over te brengen. Het stoorde me ook enigszins dat de setlist begon met drie nieuwe nummers vooraleer ze iets bekend speelden. Die kan je veel beter ergens in het midden zetten en aankondigen of toch minstens wat meer verspreiden.
Na Black Box Revelation hadden we twee uurtjes pauze vooraleer Africa Hitech begon. Die begonnen vrij zwak, maar eens ze het baskanon bovenhaalden pompten de plaatjes door de boxen. Daarna speelden de mannen van Franz Ferdinand op de Last Arena. Hoewel ik enorm hou van nummers als Take me out, Matinee en Girls, vind ik hun nieuwere werk niet meer zo overtuigend. Gelukkig speelden ze toen ik aankwam vooral oudere nummers en na Walk Away namen we hun advies ter harte en gingen we naar de Dance Hall voor Scuba. Die draaide een strakke set maar omdat Danny Byrd ondertussen was begonnen, trokken we al vrij snel naar de Balzaal. Danny Byrd heeft zelf enorm goede nummers, maar zijn set kende hoogtes en laagtes. Net voor het einde van zijn set brak onze groep in kleine stukjes. Sommigen gingen naar de Ed Banger label night, anderen wouden Joris Voorn zien. Ik had Squarepusher al enkele jaren geleden gezien bij de voorstelling van zijn album Welcome To Europe en ik was toen niet helemaal overtuigd van zijn show met drummer en bassist. Dit jaar is hij echter meer de breakcore en glitch toer opgegaan met Ufabulum. Ik kwam aan in de Dance Hall en – excuse my french – holy fuck! Met trillende onderlip en tranen in de ogen kon ik alleen maar kijken en luisteren hoe Squarepusher zich diep in mijn ziel wist te nestelen. Nadat hij eerst een gevoelige snaar raakte met zijn set, haalde hij na een tijd jammer genoeg weer zijn basgitaar boven. Begrijp me niet verkeerd, hij kan wel gitaar spelen. Alleen had hij die moeten houden voor de dromigere drum and bass van zijn vorige albums.
Nadat Squarepusher afscheid had genomen van het publiek, haastte ik mij om nog een halfuurtje mee te pikken van Joris Voorn. Zoals het een goede minimal-dj betaamt, greep de basdrums mij vanaf het begin vast en liet hij me niet meer los. We pikten ook nog een aantal minuten van Adam Beyer mee en verplaatsten ons daarna naar de Balzaal voor Break and Die. Deze darksteppers wisten een perfecte set te draaien voor zo laat op de nacht. Rauwe synths en harde drums vulden de dansvloer en meteen was de kleine teleurstelling van Danny Byrd weggeveegd. Afsluiten deed ik dit jaar met Agoria, die net als Laurent Garnier het jaar daarvoor een set van vijf uur draaide. Je kon wel merken dat het zwaar begon te wegen, want hij maakte een aantal kleine foutjes. Vreemd genoeg kon me dat helemaal niet schelen, mede door de heerlijke energie die hij uitstraalde en de perfecte setlist. Vele klassiekers van de Lage Landen passeerden de revue, zoals Rock to the Beat en Plastic Dreams. Maar ook de nieuwere nummers wist hij goed uit te kiezen, zoals Inspector Norse. Wetende dat hij net als jij zich vijf uur lang heeft zitten geven, creëert een gevoel van solidariteit en ik bleef dan ook klappen tot hij uit het zicht verdwenen was.
Dag 2: Sorry for Congorocking
Dat het vrijdag de dertiende was, merkten we al meteen op toen we naar de camping terugkeerden en merkten dat onze partytent het had begeven. Dat bleek een voorbode te zijn voor een dag vol teleurstellingen. We begonnen met Pinch, die ons nog hoopvol stemde. Omdat het zo vroeg was, waren er geen mensen onder de mdma. Daardoor kreeg ik het oude underground dubstepgevoel terug dat ik al een tijdje kwijt was. Zware baslijnen, harde snares en een loom dansend publiek vulden de zaal. Het was eindelijk eens wat anders dan de moshpits en de hoge tonen die welig tieren. Na Pinch gingen we naar Kanka kijken, een duo dat voornamelijk dub speelt, maar ook andere genres die beïnvloed zijn door reggae. Samen met zijn bassist wist hij een fijn feestje te bouwen waardoor het leek alsof we in Jamaïca aan het dansen waren.
Daarna trokken we naar de Dance Hall voor een stevig potje pophop. Nee, geen Kanye of Jay-Z, maar wel de Puppetmastaz. Die begonnen hun show met een mix tussen poppenkast, cabaret en rap. Achter een groot scherm voerden ze enkele personages op met als summum R2D3, het kleine broertje van R2D2. Na een fluitconcert (van R2 zelf natuurlijk) sprongen ze allemaal door het scherm en kregen we de bandleden te zien. Of ja, we kregen hun maskers te zien en even dacht ik dat het Slipknot was. Eens ze met hun poppenkast gestopt waren, verveelde de act wel nogal snel. Zonder de humor was het een optreden zoals je die in je lokale jeugdhuis kan vinden. We vertrokken daarop naar Mount Kimbie en hoewel die net niet de hoogte van Pinch wist te bereiken, was de sfeer uitgelaten en beide mannen gaven het beste van zichzelf.
Na een korte pauze van een kwartier begon de lineup van R&S Records, het ondertussen legendarische Gentse label dat artiesten zoals Aphex Twin en CJ Bolland wist te strikken. De eerste dj, Teengirl Fantasy, wist amper te overtuigen met trage en saaie elektronische muziek. Het waren verre van dancefloor fillers, want bijna iedereen stond volledig stil. James Blake was de topnaam van de Balzaal en ging voor de gelegenheid achter de draaitafels staan. Zoals het een goede hipster betaamt, waren zijn fans allemaal meer dan op tijd, maar James Blake zelf liet toch een tiental minuten op zich wachten. Zijn liveshow is enorm intens en intiem, maar als dj wist hij me niet te overtuigen. Het begon nochtans goed met zijn remix van Mala – Changes, maar het ging snel naar beneden. De ene eentonige plaat na de andere en zelfs de baslijnen wisten het niet goed te maken. Dan maar naar Jack Beats voor wat fidgethouse en wobbles, zo dachten we. Spijtig genoeg is die, in tegenstelling tot James Blake, veel beter als dj dan in een liveset. Hij bracht meer harde techno en house in de plaats van zijn normale plaatjes. Ik had ook het gevoel dat er meer bas dan gewoonlijk op zijn platen zat. Of dat nu aan mij lag of dat hij teveel bassboosted filmpjes op YouTube heeft gezien, laat ik in het midden. De enige uitschieters voor mij waren Revolution en Jack Got Jacked, maar zelfs die klonken live ietsje minder goed. Als de muziek tegenzit dan ga je je op andere dingen concentreren, zoals bijvoorbeeld de filmpjes. Er waren wel enkele leuke bij (die met Whomp en WubWub bijvoorbeeld deed me glimlachen), maar voor de rest waren ze vrij ongeïnspireerd.
Omdat Jack Beats zo tegenviel, sprintten we nog snel naar de Marquee om het laatste halfuur van Foreign Beggars te zien. Buiten hun eigen platen draaiden ze vooral oude dubstep zoals Medison & Skrein – Harry (Bare Noize remix) en Bar 9 – Seven Figure Swagger. Het topmoment was toen ze Contact speelden en daarna een stukje van de Noisia remix. Het publiek werd wild en ook al stond ik ergens in het midden, ik geraakte toch half verstrikt in een moshpit. Daarna keerden we terug om Caspa te zien die zich vorig jaar had afgemeld. Toen we aankwamen speelde Skrillex – Make it Bun Dem en we draaiden ons meteen om. Op naar Friction dan maar, die vrij wisselvallig was. Hij mixte genres die niet echt samengaan en net als het wat beter begon te worden, gooide hij het roer volledig om. Spijtig wel, want mijn eerste keuze was araabMUZIK, die we daardoor dus niet hebben gezien.
Toen was het tijd van de onofficiële stichter van de brostep, Datsik. Hij heeft echter een heel eigen sound die vaak veel mannelijker en ruwer klinkt dan wat je tegenwoordig op de radio hoort. De robot growl bass en wobbles vlogen in het rond en ik kan zonder schroom zeggen dat dit het beste brostepfeestje was waar ik ooit naartoe ben gegaan. Datsik weet perfect hoe hij het publiek moet bespelen en maakt geen fouten. Het deed goed om het Dour-anthem van twee jaar geleden nog eens terug te horen en weer volledig los te gaan op Swagga. Spijtig genoeg liet hij die, net zoals Factory, maar een minuutje horen. Geloof het of niet, maar ik heb betere fidgethouse bij Datsik gehoord dan bij Jack Beats. Na een uurtje hadden we er wel genoeg van en gingen we naar Congorock in de Dance Hall. Deze Italian stallion had blijkbaar een goed feestje gebouwd, maar het laatste kwartier wist mij toch niet echt volledig in gang te zetten. Helemaal anders was Mumbai Science, één van de poulains van Dr. Lektroluv. Stevige beats weerklonken en het was onmogelijk om je stil te houden. Het deed goed om na zoveel teleurstellingen eindelijk eens alles te geven op de dansvloer. Ik denk dat de wandeling naar de camping een pak zwaarder zou geweest zijn zonder Mumbai Science.
Dag 3: Waiting for TNGHT
Ondertussen was de modder zo erg geworden dat de tocht van en naar de wei een helse rit was geworden. Dat zorgde ervoor dat we onze bezoeken tot een minimum beperkten, waardoor we jammer genoeg een paar namen moesten missen. Hoewel ik heel graag het Belgische wonderkind Pomrad aan het werk had willen zien, het vooruitzicht van ploeteren deed me wachten tot The Pharcyde. Deze anciens van de hip-hop wisten het feestje goed aan de gang te zetten, maar in mijn hoofd zat ik al te dansen op Parov Stelar. Na The Pharcyde kwamen we nog even langs bij The Last Arena, waar op dat moment Bon Iver aan het spelen was, de winnaars van meerdere Grammy’s. Sereen en ingetogen wisten ze het publiek te bekoren en de regen leek weer vergeten.
Om 10 uur was het tijd voor Parov Stelar Band, de groep die swing en electro mengt tot een heerlijke cocktail. Vanaf de eerste noot was het onmogelijk om je voeten stil te houden en de hele zaal swingde de pan uit. Ondanks dat er zo weinig plaats was, wisten enkele koppeltjes toch genoeg ruimte te vinden om samen te jiven. Zoveel blije gezichten, dat zie je normaal pas als de bollenslikkers de dansvloer overnemen. Er heerste dus een enorm goede sfeer en de toon voor de rest van de avond was gezet. Na Parov gingen we naar die andere bollenslikkers luisteren, namelijk Dilated Peoples. Na een halfuurtje hadden we het wel gezien en vertrokken we naar DJ Koze. Die begon heel sterk en we wouden eigenlijk nog even blijven, maar Lunice wachtte. Ik verwachtte veel van de wederhelft van Hudson Mohawke bij TNGHT, maar hij wist me niet te bekoren met zijn weinig gevarieerde en slappe plaatjes die precies meer tegen R&B aanleunden dan iets anders.
Als een geluk bij een ongeluk konden we nu dus naar Audio gaan, ondertussen al een veteraan in het drum and bass genre. Met zijn mix van neurofunk, industrial en techstep raakte hij me rechtstreeks in alle zwakke plekken. Na een klein halfuurtje vertrokken we naar de Petite Maison voor Julio Bashmore. Deep house is weer helemaal terug en dat is gedeeltelijk te danken aan Bashmore. Battle for Middle You werd een heuse hit in de clubs en sindsdien heeft hij consequent kwaliteitsmateriaal afgeleverd. Daarvan merkte je echter weinig van op Dour, want de zaal was nog niet eens voor de helft gevuld. “Hoera voor Circus Records!” riep ik dan maar en liet de zonneschijn binnen met plaatjes zoals Au Seve. Na die beestige set hadden we eigenlijk nog zin om Mosca te zien, maar de grootste naam voor mij stond te wachten in de Magic Soundsystem.
TNGHT is een collaboratie tussen Lunice en Hudson Mohawke en brengt een nieuw soort muziek dat elementen van hip-hop à la OFWGKTA en zware baslijnen combineert met geflipte drums. Het heeft zoveel swag dat ik niet anders kan dan het Gangsta Bass of G-bass te noemen (de gangbare term op YouTube is trap, maar er zijn mijns inziens te weinig lyrics in de nummers daarvoor). Hoewel hun eerste EP nog eens niet uit is, heb ik nu al het gevoel dat ze samen met artiesten als Baauer een revolutie zullen betekenen op muzikaal gebied. Hun set was pure waanzin en de vloerplanken trilden van de bas. Het enige dat ik kan bemerken op hun set was dat ze op vreemde momenten de volumeknop naar beneden draaiden om aandacht te vragen. Op het einde van de set bleef ik een beetje verweesd achter omdat ik wist dat niets TNGHT nog zou overtreffen. Gelukkig had ik nog wat schade van donderdag in te halen en dus gingen we naar de laatste drum and bass naam van de avond, Counterstrike. Hoewel ik altijd meer fan van Day of Defeat ben geweest, was het best wel goed. Audio maakte iets meer indruk, maar zijn muziek ligt me dan ook iets beter. Na een halfuur gingen we nog even terug naar de Dance Hall voor Marcel Dettmann om dan uiteindelijk te eindigen met Brodinski en Gesaffelstein. Beiden zijn bekenden in de clubscene en de combinatie stond garant voor een sterke en eclectische set. Moe maar voldaan trokken we naar onze slaapzakken.
Dag 4: What happened?
Zondag is gewoonlijk de minste dag op Dour. Velen moeten maandag werken en kunnen dus niet nog een dag tot een gat in de nacht feesten. Ook dit jaar wist weinig te bieden, enkel Dope D.O.D., Bloody Beetroots en Kentaro stonden op mijn verlanglijstje. Door het slechte weer en de zware dagen daarvoor waren we iets te laat wakker geworden om nog op tijd bij Dope D.O.D. te geraken. We besloten dan maar om de rest van onze alcohol soldaat te maken in afwachting van de nacht. De regenbuien werden ondertussen steviger en mijn motivatie om nog naar de wei te gaan verdween langzaam maar zeker. Uiteindelijk heb ik gewoon beslist dat de kosten de baten niet zouden overtreffen en ben op de camping gebleven. Van de getuigenissen van anderen kon ik opmaken dat ik niets noemenswaardig heb gemist. Als Kentaro zich aan dubstep gaat wagen, dan kan ik er ook wel inkomen dat het niet goed was. Enkelen vertelden wel dat Bloody Beetroots een goede set hadden gespeeld, maar door de modder op Last Arena kon het moeilijk een dansfeest worden.
Dag 5: Aanmodderen
Door de aanhoudende regen was ook de parking veranderd in een modderpoel. Geen enkele auto raakte op eigen houtje terug op de baan. De vier dagen van drugs hadden duidelijk een impact op veel personen. In plaats van rustig na te denken en het stap voor stap te bekijken, deden de meesten hun uiterste best om om ter snelst hun motor te overhitten. Solidariteit was ook ver zoek, want in plaats van de krachten te bundelen probeerden de meesten het op hun eentje te rooien. Gelukkig zijn mijn vrienden en ik vrij sterk en hadden we tijd om anderen te helpen. Vuil waren we toch al, dus wat maakte het uit? Na een tweetal uren ploeteren, konden we eindelijk huiswaarts keren en de modder van ons afspoelen. Doe me dit niet nog een derde keer aan, Dour Festival!
Na een lange 360 dagen was het eindelijk weer tijd voor mijn favoriete festival aller tijden: Dour Festival. Ondertussen al de zesde keer dat ik een bezoekje bracht aan de afgelegen wei en elke keer heb ik al heel veel goede groepen en dj’s leren kennen. We kwamen zoals gewoonlijk met de auto aan rond 12 uur en tot onze verbazing zagen we dat er een ellenlange rij stond aan te schuiven. Desondanks ging het allemaal vrij vlot en waren we snel genoeg binnen om ons gebruikelijke plekje op camping B op te eisen. Omdat het de hele rit geregend had en nu eindelijk opklaarde, hadden we er allemaal veel vertrouwen in dat het dit jaar geen herhaling van het modderbad van het jaar daarvoor zou zijn.
Dag 1: Busy People
Hoewel het woensdag nog relatief droog bleef op de camping, begonnen de buien toch langzaamaan te vermeerderen. Dat kon ons enthousiasme toen nog niet beknotten en dus vertrokken we naar de eerste band van de dag: Steak Number Eight. Deze voormalige winnaars van Humo’s Rock Rally staan ondertussen al vier jaar verder en dat hoor je. Ondanks de piemels op het scherm is Steak Number Eight volwassen geworden. De zanger heeft een enorm stembereik en de muziek klinkt ruw en energiek. Die energie kon je ook terugvinden in de winnaars van de Rock Rally van dit jaar, Compact Disk Dummies. Een jonge frontman met blonde krullen gaf zich helemaal en samen met zijn schuchterdere kompaan achter de pads wist hij het eerste feestje van Dour in gang te zetten. De opgewekte kreten en de ballonen die plots vanuit het publiek opstegen bevestigden dat alleen maar. Ik vond het alleen een beetje spijtig dat de stemvervormer bijna altijd opstond, waardoor de teksten vrij monotoon klonken. De setup was ook wel vrij grappig, met de synthesizer die op een grote springveer was vastgemaakt.
We keerden na een korte eetpauze terug naar de wei om Nick Waterhouse te gaan luisteren. Ongelooflijk hoe een hoopje blanken zo een zwoel en exotisch geluid kunnen produceren. Het was white, nerdy and sexy en deed een beetje denken aan Jim Cole maar dan nog een trapje hoger. Na Nick Waterhouse hadden we nog meer zin om te dansen en dus vertrokken we naar Wilkinson. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, scheerde hij geen hoge toppen. Alles wat hij draaide leek zo van UKF te komen. Lichtjes gedegouteerd gingen we dan maar stilletjes naar Black Box Revelation. Hoewel ik al langer een fan ben, was het nog maar de eerste keer dat ik ze in actie zag. Ik was echt niet onder de indruk. De chemie tussen beide bandleden ontbrak volledig en ze wisten niet de energie waarvoor ze bekend staan over te brengen. Het stoorde me ook enigszins dat de setlist begon met drie nieuwe nummers vooraleer ze iets bekend speelden. Die kan je veel beter ergens in het midden zetten en aankondigen of toch minstens wat meer verspreiden.
Na Black Box Revelation hadden we twee uurtjes pauze vooraleer Africa Hitech begon. Die begonnen vrij zwak, maar eens ze het baskanon bovenhaalden pompten de plaatjes door de boxen. Daarna speelden de mannen van Franz Ferdinand op de Last Arena. Hoewel ik enorm hou van nummers als Take me out, Matinee en Girls, vind ik hun nieuwere werk niet meer zo overtuigend. Gelukkig speelden ze toen ik aankwam vooral oudere nummers en na Walk Away namen we hun advies ter harte en gingen we naar de Dance Hall voor Scuba. Die draaide een strakke set maar omdat Danny Byrd ondertussen was begonnen, trokken we al vrij snel naar de Balzaal. Danny Byrd heeft zelf enorm goede nummers, maar zijn set kende hoogtes en laagtes. Net voor het einde van zijn set brak onze groep in kleine stukjes. Sommigen gingen naar de Ed Banger label night, anderen wouden Joris Voorn zien. Ik had Squarepusher al enkele jaren geleden gezien bij de voorstelling van zijn album Welcome To Europe en ik was toen niet helemaal overtuigd van zijn show met drummer en bassist. Dit jaar is hij echter meer de breakcore en glitch toer opgegaan met Ufabulum. Ik kwam aan in de Dance Hall en – excuse my french – holy fuck! Met trillende onderlip en tranen in de ogen kon ik alleen maar kijken en luisteren hoe Squarepusher zich diep in mijn ziel wist te nestelen. Nadat hij eerst een gevoelige snaar raakte met zijn set, haalde hij na een tijd jammer genoeg weer zijn basgitaar boven. Begrijp me niet verkeerd, hij kan wel gitaar spelen. Alleen had hij die moeten houden voor de dromigere drum and bass van zijn vorige albums.
Nadat Squarepusher afscheid had genomen van het publiek, haastte ik mij om nog een halfuurtje mee te pikken van Joris Voorn. Zoals het een goede minimal-dj betaamt, greep de basdrums mij vanaf het begin vast en liet hij me niet meer los. We pikten ook nog een aantal minuten van Adam Beyer mee en verplaatsten ons daarna naar de Balzaal voor Break and Die. Deze darksteppers wisten een perfecte set te draaien voor zo laat op de nacht. Rauwe synths en harde drums vulden de dansvloer en meteen was de kleine teleurstelling van Danny Byrd weggeveegd. Afsluiten deed ik dit jaar met Agoria, die net als Laurent Garnier het jaar daarvoor een set van vijf uur draaide. Je kon wel merken dat het zwaar begon te wegen, want hij maakte een aantal kleine foutjes. Vreemd genoeg kon me dat helemaal niet schelen, mede door de heerlijke energie die hij uitstraalde en de perfecte setlist. Vele klassiekers van de Lage Landen passeerden de revue, zoals Rock to the Beat en Plastic Dreams. Maar ook de nieuwere nummers wist hij goed uit te kiezen, zoals Inspector Norse. Wetende dat hij net als jij zich vijf uur lang heeft zitten geven, creëert een gevoel van solidariteit en ik bleef dan ook klappen tot hij uit het zicht verdwenen was.
Dag 2: Sorry for Congorocking
Dat het vrijdag de dertiende was, merkten we al meteen op toen we naar de camping terugkeerden en merkten dat onze partytent het had begeven. Dat bleek een voorbode te zijn voor een dag vol teleurstellingen. We begonnen met Pinch, die ons nog hoopvol stemde. Omdat het zo vroeg was, waren er geen mensen onder de mdma. Daardoor kreeg ik het oude underground dubstepgevoel terug dat ik al een tijdje kwijt was. Zware baslijnen, harde snares en een loom dansend publiek vulden de zaal. Het was eindelijk eens wat anders dan de moshpits en de hoge tonen die welig tieren. Na Pinch gingen we naar Kanka kijken, een duo dat voornamelijk dub speelt, maar ook andere genres die beïnvloed zijn door reggae. Samen met zijn bassist wist hij een fijn feestje te bouwen waardoor het leek alsof we in Jamaïca aan het dansen waren.
Daarna trokken we naar de Dance Hall voor een stevig potje pophop. Nee, geen Kanye of Jay-Z, maar wel de Puppetmastaz. Die begonnen hun show met een mix tussen poppenkast, cabaret en rap. Achter een groot scherm voerden ze enkele personages op met als summum R2D3, het kleine broertje van R2D2. Na een fluitconcert (van R2 zelf natuurlijk) sprongen ze allemaal door het scherm en kregen we de bandleden te zien. Of ja, we kregen hun maskers te zien en even dacht ik dat het Slipknot was. Eens ze met hun poppenkast gestopt waren, verveelde de act wel nogal snel. Zonder de humor was het een optreden zoals je die in je lokale jeugdhuis kan vinden. We vertrokken daarop naar Mount Kimbie en hoewel die net niet de hoogte van Pinch wist te bereiken, was de sfeer uitgelaten en beide mannen gaven het beste van zichzelf.
Na een korte pauze van een kwartier begon de lineup van R&S Records, het ondertussen legendarische Gentse label dat artiesten zoals Aphex Twin en CJ Bolland wist te strikken. De eerste dj, Teengirl Fantasy, wist amper te overtuigen met trage en saaie elektronische muziek. Het waren verre van dancefloor fillers, want bijna iedereen stond volledig stil. James Blake was de topnaam van de Balzaal en ging voor de gelegenheid achter de draaitafels staan. Zoals het een goede hipster betaamt, waren zijn fans allemaal meer dan op tijd, maar James Blake zelf liet toch een tiental minuten op zich wachten. Zijn liveshow is enorm intens en intiem, maar als dj wist hij me niet te overtuigen. Het begon nochtans goed met zijn remix van Mala – Changes, maar het ging snel naar beneden. De ene eentonige plaat na de andere en zelfs de baslijnen wisten het niet goed te maken. Dan maar naar Jack Beats voor wat fidgethouse en wobbles, zo dachten we. Spijtig genoeg is die, in tegenstelling tot James Blake, veel beter als dj dan in een liveset. Hij bracht meer harde techno en house in de plaats van zijn normale plaatjes. Ik had ook het gevoel dat er meer bas dan gewoonlijk op zijn platen zat. Of dat nu aan mij lag of dat hij teveel bassboosted filmpjes op YouTube heeft gezien, laat ik in het midden. De enige uitschieters voor mij waren Revolution en Jack Got Jacked, maar zelfs die klonken live ietsje minder goed. Als de muziek tegenzit dan ga je je op andere dingen concentreren, zoals bijvoorbeeld de filmpjes. Er waren wel enkele leuke bij (die met Whomp en WubWub bijvoorbeeld deed me glimlachen), maar voor de rest waren ze vrij ongeïnspireerd.
Omdat Jack Beats zo tegenviel, sprintten we nog snel naar de Marquee om het laatste halfuur van Foreign Beggars te zien. Buiten hun eigen platen draaiden ze vooral oude dubstep zoals Medison & Skrein – Harry (Bare Noize remix) en Bar 9 – Seven Figure Swagger. Het topmoment was toen ze Contact speelden en daarna een stukje van de Noisia remix. Het publiek werd wild en ook al stond ik ergens in het midden, ik geraakte toch half verstrikt in een moshpit. Daarna keerden we terug om Caspa te zien die zich vorig jaar had afgemeld. Toen we aankwamen speelde Skrillex – Make it Bun Dem en we draaiden ons meteen om. Op naar Friction dan maar, die vrij wisselvallig was. Hij mixte genres die niet echt samengaan en net als het wat beter begon te worden, gooide hij het roer volledig om. Spijtig wel, want mijn eerste keuze was araabMUZIK, die we daardoor dus niet hebben gezien.
Toen was het tijd van de onofficiële stichter van de brostep, Datsik. Hij heeft echter een heel eigen sound die vaak veel mannelijker en ruwer klinkt dan wat je tegenwoordig op de radio hoort. De robot growl bass en wobbles vlogen in het rond en ik kan zonder schroom zeggen dat dit het beste brostepfeestje was waar ik ooit naartoe ben gegaan. Datsik weet perfect hoe hij het publiek moet bespelen en maakt geen fouten. Het deed goed om het Dour-anthem van twee jaar geleden nog eens terug te horen en weer volledig los te gaan op Swagga. Spijtig genoeg liet hij die, net zoals Factory, maar een minuutje horen. Geloof het of niet, maar ik heb betere fidgethouse bij Datsik gehoord dan bij Jack Beats. Na een uurtje hadden we er wel genoeg van en gingen we naar Congorock in de Dance Hall. Deze Italian stallion had blijkbaar een goed feestje gebouwd, maar het laatste kwartier wist mij toch niet echt volledig in gang te zetten. Helemaal anders was Mumbai Science, één van de poulains van Dr. Lektroluv. Stevige beats weerklonken en het was onmogelijk om je stil te houden. Het deed goed om na zoveel teleurstellingen eindelijk eens alles te geven op de dansvloer. Ik denk dat de wandeling naar de camping een pak zwaarder zou geweest zijn zonder Mumbai Science.
Dag 3: Waiting for TNGHT
Ondertussen was de modder zo erg geworden dat de tocht van en naar de wei een helse rit was geworden. Dat zorgde ervoor dat we onze bezoeken tot een minimum beperkten, waardoor we jammer genoeg een paar namen moesten missen. Hoewel ik heel graag het Belgische wonderkind Pomrad aan het werk had willen zien, het vooruitzicht van ploeteren deed me wachten tot The Pharcyde. Deze anciens van de hip-hop wisten het feestje goed aan de gang te zetten, maar in mijn hoofd zat ik al te dansen op Parov Stelar. Na The Pharcyde kwamen we nog even langs bij The Last Arena, waar op dat moment Bon Iver aan het spelen was, de winnaars van meerdere Grammy’s. Sereen en ingetogen wisten ze het publiek te bekoren en de regen leek weer vergeten.
Om 10 uur was het tijd voor Parov Stelar Band, de groep die swing en electro mengt tot een heerlijke cocktail. Vanaf de eerste noot was het onmogelijk om je voeten stil te houden en de hele zaal swingde de pan uit. Ondanks dat er zo weinig plaats was, wisten enkele koppeltjes toch genoeg ruimte te vinden om samen te jiven. Zoveel blije gezichten, dat zie je normaal pas als de bollenslikkers de dansvloer overnemen. Er heerste dus een enorm goede sfeer en de toon voor de rest van de avond was gezet. Na Parov gingen we naar die andere bollenslikkers luisteren, namelijk Dilated Peoples. Na een halfuurtje hadden we het wel gezien en vertrokken we naar DJ Koze. Die begon heel sterk en we wouden eigenlijk nog even blijven, maar Lunice wachtte. Ik verwachtte veel van de wederhelft van Hudson Mohawke bij TNGHT, maar hij wist me niet te bekoren met zijn weinig gevarieerde en slappe plaatjes die precies meer tegen R&B aanleunden dan iets anders.
Als een geluk bij een ongeluk konden we nu dus naar Audio gaan, ondertussen al een veteraan in het drum and bass genre. Met zijn mix van neurofunk, industrial en techstep raakte hij me rechtstreeks in alle zwakke plekken. Na een klein halfuurtje vertrokken we naar de Petite Maison voor Julio Bashmore. Deep house is weer helemaal terug en dat is gedeeltelijk te danken aan Bashmore. Battle for Middle You werd een heuse hit in de clubs en sindsdien heeft hij consequent kwaliteitsmateriaal afgeleverd. Daarvan merkte je echter weinig van op Dour, want de zaal was nog niet eens voor de helft gevuld. “Hoera voor Circus Records!” riep ik dan maar en liet de zonneschijn binnen met plaatjes zoals Au Seve. Na die beestige set hadden we eigenlijk nog zin om Mosca te zien, maar de grootste naam voor mij stond te wachten in de Magic Soundsystem.
TNGHT is een collaboratie tussen Lunice en Hudson Mohawke en brengt een nieuw soort muziek dat elementen van hip-hop à la OFWGKTA en zware baslijnen combineert met geflipte drums. Het heeft zoveel swag dat ik niet anders kan dan het Gangsta Bass of G-bass te noemen (de gangbare term op YouTube is trap, maar er zijn mijns inziens te weinig lyrics in de nummers daarvoor). Hoewel hun eerste EP nog eens niet uit is, heb ik nu al het gevoel dat ze samen met artiesten als Baauer een revolutie zullen betekenen op muzikaal gebied. Hun set was pure waanzin en de vloerplanken trilden van de bas. Het enige dat ik kan bemerken op hun set was dat ze op vreemde momenten de volumeknop naar beneden draaiden om aandacht te vragen. Op het einde van de set bleef ik een beetje verweesd achter omdat ik wist dat niets TNGHT nog zou overtreffen. Gelukkig had ik nog wat schade van donderdag in te halen en dus gingen we naar de laatste drum and bass naam van de avond, Counterstrike. Hoewel ik altijd meer fan van Day of Defeat ben geweest, was het best wel goed. Audio maakte iets meer indruk, maar zijn muziek ligt me dan ook iets beter. Na een halfuur gingen we nog even terug naar de Dance Hall voor Marcel Dettmann om dan uiteindelijk te eindigen met Brodinski en Gesaffelstein. Beiden zijn bekenden in de clubscene en de combinatie stond garant voor een sterke en eclectische set. Moe maar voldaan trokken we naar onze slaapzakken.
Dag 4: What happened?
Zondag is gewoonlijk de minste dag op Dour. Velen moeten maandag werken en kunnen dus niet nog een dag tot een gat in de nacht feesten. Ook dit jaar wist weinig te bieden, enkel Dope D.O.D., Bloody Beetroots en Kentaro stonden op mijn verlanglijstje. Door het slechte weer en de zware dagen daarvoor waren we iets te laat wakker geworden om nog op tijd bij Dope D.O.D. te geraken. We besloten dan maar om de rest van onze alcohol soldaat te maken in afwachting van de nacht. De regenbuien werden ondertussen steviger en mijn motivatie om nog naar de wei te gaan verdween langzaam maar zeker. Uiteindelijk heb ik gewoon beslist dat de kosten de baten niet zouden overtreffen en ben op de camping gebleven. Van de getuigenissen van anderen kon ik opmaken dat ik niets noemenswaardig heb gemist. Als Kentaro zich aan dubstep gaat wagen, dan kan ik er ook wel inkomen dat het niet goed was. Enkelen vertelden wel dat Bloody Beetroots een goede set hadden gespeeld, maar door de modder op Last Arena kon het moeilijk een dansfeest worden.
Dag 5: Aanmodderen
Door de aanhoudende regen was ook de parking veranderd in een modderpoel. Geen enkele auto raakte op eigen houtje terug op de baan. De vier dagen van drugs hadden duidelijk een impact op veel personen. In plaats van rustig na te denken en het stap voor stap te bekijken, deden de meesten hun uiterste best om om ter snelst hun motor te overhitten. Solidariteit was ook ver zoek, want in plaats van de krachten te bundelen probeerden de meesten het op hun eentje te rooien. Gelukkig zijn mijn vrienden en ik vrij sterk en hadden we tijd om anderen te helpen. Vuil waren we toch al, dus wat maakte het uit? Na een tweetal uren ploeteren, konden we eindelijk huiswaarts keren en de modder van ons afspoelen. Doe me dit niet nog een derde keer aan, Dour Festival!