TFT staat voor "Thin Film Transistor". Het is een doorzichtige filmlaag waarop hele dunne draden aangebracht zijn die, bij LCD schermen, uitkomen op de plaatsen waar de subpixels komen te staan. De uiteinden van die draden noemen we "elektroden".
Naargelang het type "paneel" worden 1 of 2 zo'n filmlagen gebruikt in een LCD-scherm. In alle gevallen heb je uiteindelijk 2 zo'n elektroden per subpixel. Door de elektroden onder stroom te zetten wordt een elektrisch veld opgewekt. Tussen deze elektroden worden zgn. "nematische kristallen" aangebracht. Dat zijn kristallen die deels vast, deels vloeibaar zijn en zich onder invloed van een elektrisch veld roteren. Deze kristallen hebben bovendien de eigenschap dat ze het licht"vlak" roteren naarmate de kristallen zelf roteren.
Vóór en achter die kristallen worden zgn. "polarisatiefilters" geplaatst. Je kan licht zien als golven die in alle richtingen uitdeien. Polarisatiefilters houden alle lichtgolven tegen behalve deze die uitdeien in 1 vlak: we noemen dit dan "gepolariseerd" licht. Door 2 zo'n polarisatiefilters achter elkaar te plaatsen en ervoor te zorgen dat hun "polarisatiehoek" 90° gedraaid staat, kan je alle licht tegenhouden. De kristallen in de tussenlaag zorgen er nu voor dat het licht na het eerste polarisatiefilter gedraaid wordt en toch doorheen het tweede filter kan komen.
Vóór het voorste polarisatiefilter wordt nog een glasplaat aangebracht. Deze hele constructie noemen we een "LCD paneel". "TFT" is daar slechts een onderdeel van.
Om te werken heeft een LCD nood aan licht dat door het paneel wordt gestuurd. In LCD schermen en TV's wordt een lichtbron achter het paneel geplaatst (we noemen die de "backlight").
In klassieke gevallen gaat dat om CCFL lampen (deze lijken ietwat op neon-lampen.
Recenter is men begonnen met het gebruiken van LED's in LCD-schermen. LED staat voor "Light Emitting Diode" en is een lichtbron dat gebruikmaakt van halfgeleidermaterialen (sillicium). In het slechtste geval is het even efficiënt als de efficiëntste spaarlamp (gemeten in hoeveelheid geproduceerd licht per Watt); in het beste geval zijn LED's ongeveer 2x zo efficiënt als de efficiëntste spaarlampen. Hoewel LED's efficiënter zijn dan CCFL's, produceren ze in absolute termen vrij weinig licht. Er moeten daarom veel LED's in een scherm geplaatst worden. Over het algemeen is de stroombesparing van LED's t.o.v. CCFL niet significant. Wel hebben LED's andere voordelen t.o.v. CCFL:
- Ze hebben geen opwarmtijd en branden meteen op volle helderheid.
- Door gebruik te maken van LED's van 3 hoofdkleuren als backlight (rood, groen en blauw) wordt een groter deel van het zichtbare lichtspectrum geproduceerd wat zorgt voor juistere kleurweergaves.
- Ze hebben een langere levensduur.
- Door heel veel LED's over de achterwand van het scherm te verdelen kunnen ze in groepen gedimd worden wat in een aantal gevallen kan zorgen voor betere contrasten (vooral merkbaar aan de zwarte randen boven en onder film beelden).
Mr. Humphries zei:
Na die laatste polarisatiefilter heb je het paneel (TN, IPS, PVA, ...) waarop de verschillende pixels zitten. Als je alle subpixels (rood, groen en blauw) tegelijk maximaal belicht, krijg je een witte kleur. Als je geen licht doorlaat krijg je geen kleur (zwart dus eigenlijk).
Bijna juist dus, maar het "paneel" is het geheel van glasplaat, polar-filters, TFT's en kristallen. Het onderscheid tussen TN, IPS, PVA e.a. wordt gemaakt door de ordening van de elektroden op de TFT en de daarbijhorende opstelling van de kristallen.
Merk trouwens op dat de kristallen niet echt vloeibaar zijn. Ze verkeren in "nematische" toestand. Dat is een toestand waarbij ze zowel karakteristieken van vloeistoffen vertonen als van vaste stoffen.
Waren ze vloeibaar, dan zouden ze uit je scherm druppen
