Gavin
Legacy Member
Hoe kan je een examendag ‘Legal History’ beter afsluiten dan met een film getiteld Death Sentence? Inderdaad, moeilijk. Bovendien werd de film mij via verschillende kanalen aangeraden en verscheen de immer coole Kevin Bacon nog eens ten tonele. Ik leek veiliger te zitten dan bij dat examen.
De kick-off wordt verzorgd door een camcorderfilmpje over de geschiedenis van het gelukkige gezinnetje van vier. Net op het moment dat lievelingskindje Brendan (Lafferty) een euforisch toekomstplannetje beraamt, vindt een machete tijdens een hold-up de weg naar zijn keel. De machete behoort toe aan Joe, beginnend bendelid die als contributie zijn eerste moord moet plegen. Papa Nicholas Humes (Bacon) wereld stort in en op de koop toe dreigt de moordenaar van zijn zoon slechts vijf jaar cel te krijgen. Dat ziet onze verzekeringsmakelaar niet zitten, dus zint hij op wraak. Nick erin om, bijna onopgemerkt, Joe om het hoekje te helpen. Hij beseft echter niet dat hij daardoor een oorlog tussen de bende (waar Joe nu deel van uitmaakte door zijn initiatiemoord) en zichzelf. Helaas worden ook de andere familieleden, mama Helen (Preston) en jongste zoon Lukas (Garrett), ongewild meegesleurd in de strooptocht van de bende onder leiding van Billy Darley (Hedlund).
Maar het loopt al fout ab initio. De film hinkt op twee gedachten, enerzijds lijkt een oprecht melodramatisch familieverhaal opgetrokken te worden en anderzijds wil het zo graag een coole actiefilm zijn. Het eerste opzet mislukt door het flauwe verhaal. De geloofwaardigheid loopt voor de pauze de zaal uit en besluit in het tweede part tranen met tuiten te huilen in het donkere hoekje van de lobby. Idiote twists en dialogen (‘He was my brother” bijvoorbeeld. Ze hebben dezelfde achternaam, lijken als twee druppels (of tranen) op elkaar en zitten in dezelfde gang) volgen elkaar op. De bendeleden zijn stuk voor stuk baliekluivers die het in een duel steevast verliezen tegen de eerlijk stijve verzekeringsagent. Ook de politie-interventies zijn van bedenkelijke makelij en leiden nergens naar.
Het zijn echter vooral de zwakke vertolkingen die de film van medeleven beroven. Kevin Bacon haalt er enigszins (maar niet altijd even stabiel hoor) het maximum uit voor hem. De verstrooidheid die hem het eerste deel te beurt valt, gaat hem goed af. Hij komt geloofwaardig over als vader die zijn kostbaarste bezit is verloren en door het lint gaat. Maar zijn steunende achterban, en vooral de tegenstand, lijkt er geen zin in te hebben. Jongste zoon Garrett stoorde me enorm. Zijn huilscènes zijn lachwekkend en mag in hetzelfde lobbyhoekje plaatsnemen als het plot. Billy Darley, afgeschilderd als dé kwaadaardige tumor van de stad, wordt door Hedlund neergezet als slampamper dat elke autoriteit laakt. Geen vuur in zijn ogen, geen kracht in zijn stem en geen charisma dat iedereen in de buurt doet zwichten. Hedlund gaat door vooe Axel Peleman met nektatoeëringen, een pistool in plaats van gitaar en zonder die vettige Antwerpse ‘A’. John Goodman komt ook even aandraven met een onbeduidende rol die eigenlijk leuker uitviel dan alle hoofdrollen buiten Bacon.
Het actiegedeelte scoort hier en daar nog wel punten. De overval greep me naar de keel vanwege de viscerale shotgunknal en ook de bestorming van de Humeshaven kon mij wel bekoren. Voor de rest is het enkel juichen als er eens een onderbeen van de bijbehorende knie ontkoppeld wordt of een lanterfantend bendelid doorboord wordt met een muscle car. De overige actiedeeltjes zijn te routineus en flets om je mee te sleuren. De vindicatie op Joe is een mooi voorbeeld. Gedrenkt in een bloedrode schijn zie je wat armen rondzwieren. Verder is er weinig te onderscheiden door de snel gemonteerde shakycamfootage. Uiteindelijk slaagt Nick in zijn opzet, maar mis je de echte emoties in die moord. Het einde (waarin Bacon mij om één of andere reden mij enorm hard deed denken aan de drummer van Blink 182) is in hetzelfde bedje ziek. Er valt van te weinig te genieten.
Gelukkig schudt regisseur Wan (geen familie van) ook leuke dingen uit zijn mouw. Zo is er een minutenlang trackingshot van Nick die een pakeergarage in rep en roer zet. Hij rent zich de ziel uit het lijf tussen de verschillende verdiepingen terwijl de camera hem ingenieus meticuleus volgt. De scène sluit af met een wat minder gevecht en een voorspelbare, uitgerekte climax. Maar het trackingshot was zeer goed in elkaar gestoken. Dit soort opname komt overigens een tweetal keer terug doorheen de film, bijvoorbeeld in Humes Villa (weliswaar in een veel kortere versie).
Alles bij elkaar is Death Sentence nogal ontgoochelend. In plaats van resoluut voor één rijstrook te kiezen, blijft de film twijfelen om uiteindelijk tegen het tolhuisje te verongelukken. Bacon en het geweld fungeren als kreukelzone om een total loss net te voorkomen. Een middelmaatje met enkele goede impulsen, meer valt er niet te beleven. Steek in de plaats Running Scared nog maar eens in je DVD-speler.
De kick-off wordt verzorgd door een camcorderfilmpje over de geschiedenis van het gelukkige gezinnetje van vier. Net op het moment dat lievelingskindje Brendan (Lafferty) een euforisch toekomstplannetje beraamt, vindt een machete tijdens een hold-up de weg naar zijn keel. De machete behoort toe aan Joe, beginnend bendelid die als contributie zijn eerste moord moet plegen. Papa Nicholas Humes (Bacon) wereld stort in en op de koop toe dreigt de moordenaar van zijn zoon slechts vijf jaar cel te krijgen. Dat ziet onze verzekeringsmakelaar niet zitten, dus zint hij op wraak. Nick erin om, bijna onopgemerkt, Joe om het hoekje te helpen. Hij beseft echter niet dat hij daardoor een oorlog tussen de bende (waar Joe nu deel van uitmaakte door zijn initiatiemoord) en zichzelf. Helaas worden ook de andere familieleden, mama Helen (Preston) en jongste zoon Lukas (Garrett), ongewild meegesleurd in de strooptocht van de bende onder leiding van Billy Darley (Hedlund).
Maar het loopt al fout ab initio. De film hinkt op twee gedachten, enerzijds lijkt een oprecht melodramatisch familieverhaal opgetrokken te worden en anderzijds wil het zo graag een coole actiefilm zijn. Het eerste opzet mislukt door het flauwe verhaal. De geloofwaardigheid loopt voor de pauze de zaal uit en besluit in het tweede part tranen met tuiten te huilen in het donkere hoekje van de lobby. Idiote twists en dialogen (‘He was my brother” bijvoorbeeld. Ze hebben dezelfde achternaam, lijken als twee druppels (of tranen) op elkaar en zitten in dezelfde gang) volgen elkaar op. De bendeleden zijn stuk voor stuk baliekluivers die het in een duel steevast verliezen tegen de eerlijk stijve verzekeringsagent. Ook de politie-interventies zijn van bedenkelijke makelij en leiden nergens naar.
Het zijn echter vooral de zwakke vertolkingen die de film van medeleven beroven. Kevin Bacon haalt er enigszins (maar niet altijd even stabiel hoor) het maximum uit voor hem. De verstrooidheid die hem het eerste deel te beurt valt, gaat hem goed af. Hij komt geloofwaardig over als vader die zijn kostbaarste bezit is verloren en door het lint gaat. Maar zijn steunende achterban, en vooral de tegenstand, lijkt er geen zin in te hebben. Jongste zoon Garrett stoorde me enorm. Zijn huilscènes zijn lachwekkend en mag in hetzelfde lobbyhoekje plaatsnemen als het plot. Billy Darley, afgeschilderd als dé kwaadaardige tumor van de stad, wordt door Hedlund neergezet als slampamper dat elke autoriteit laakt. Geen vuur in zijn ogen, geen kracht in zijn stem en geen charisma dat iedereen in de buurt doet zwichten. Hedlund gaat door vooe Axel Peleman met nektatoeëringen, een pistool in plaats van gitaar en zonder die vettige Antwerpse ‘A’. John Goodman komt ook even aandraven met een onbeduidende rol die eigenlijk leuker uitviel dan alle hoofdrollen buiten Bacon.
Het actiegedeelte scoort hier en daar nog wel punten. De overval greep me naar de keel vanwege de viscerale shotgunknal en ook de bestorming van de Humeshaven kon mij wel bekoren. Voor de rest is het enkel juichen als er eens een onderbeen van de bijbehorende knie ontkoppeld wordt of een lanterfantend bendelid doorboord wordt met een muscle car. De overige actiedeeltjes zijn te routineus en flets om je mee te sleuren. De vindicatie op Joe is een mooi voorbeeld. Gedrenkt in een bloedrode schijn zie je wat armen rondzwieren. Verder is er weinig te onderscheiden door de snel gemonteerde shakycamfootage. Uiteindelijk slaagt Nick in zijn opzet, maar mis je de echte emoties in die moord. Het einde (waarin Bacon mij om één of andere reden mij enorm hard deed denken aan de drummer van Blink 182) is in hetzelfde bedje ziek. Er valt van te weinig te genieten.
Gelukkig schudt regisseur Wan (geen familie van) ook leuke dingen uit zijn mouw. Zo is er een minutenlang trackingshot van Nick die een pakeergarage in rep en roer zet. Hij rent zich de ziel uit het lijf tussen de verschillende verdiepingen terwijl de camera hem ingenieus meticuleus volgt. De scène sluit af met een wat minder gevecht en een voorspelbare, uitgerekte climax. Maar het trackingshot was zeer goed in elkaar gestoken. Dit soort opname komt overigens een tweetal keer terug doorheen de film, bijvoorbeeld in Humes Villa (weliswaar in een veel kortere versie).
Alles bij elkaar is Death Sentence nogal ontgoochelend. In plaats van resoluut voor één rijstrook te kiezen, blijft de film twijfelen om uiteindelijk tegen het tolhuisje te verongelukken. Bacon en het geweld fungeren als kreukelzone om een total loss net te voorkomen. Een middelmaatje met enkele goede impulsen, meer valt er niet te beleven. Steek in de plaats Running Scared nog maar eens in je DVD-speler.

ge verwoord haast elke scene en wat er gebeurt... ok chapeau dat ge zoveel tijd in 9lives steekt, ma ge moet toch nog wa werken aan je communicatie hoor.