Als een GCV failliet gaat hoeven de vennoten niet failliet te gaan. De vennoten gaan failliet als ze de schuldenlast van de GCV, waar ze hoofdelijk en onbeperkt voor aansprakelijk zijn, niet kunnen dragen. Als alle vennoten natuurlijke personen zijn loopt dit meestal samen, dat klopt. Als een vennootschap vennoot van de GCV is zal deze vennootschap onbeperkt verantwoordelijk gesteld worden voor de schulden van de GCV. Als deze vennootschap dit niet kan absorberen zal ze inderdaad ook failliet gaan.
Fictief voorbeeld. GCV bestaat uit drie vennoten: 2 natuurlijke personen en 1 vennootschap. De GCV heeft 1 miljoen euro schulden en vraagt het failliet aan. Neem aan dat iedere natuurlijke persoon 100.000 euro middelen heeft. Dit zal gerecupereerd worden en de natuurlijke personen failliet worden verklaard. Men kijkt voor de resterende 800.000 euro naar de derde vennoot, de vennootschap. Kan deze de 800.000 euro niet bijpassen gaat ze ook failliet. Heeft ze echter een miljoen op de bank staan zal ze het overleven.