Uw vriendin heeft waarschijnlijk nog geen cursus successie gekregen of geleerd over huwelijksvermogensrechten? Het is bij mij al geleden van voor de VLABEL hervorming dat ik de cursus heb gekregen maar dit zijn toch straightforward principes. W.Succ. te vervangen door de betreffende artikels van de VCF.
Keuze
Echtgenoten, gehuwd onder een stelsel van gemeenschap (bv. wettelijk stelsel of algemene gemeenschap), kunnen bij huwelijkscontract overeenkomen op welke wijze gemeenschapsgoederen aan de langstlevende worden toebedeeld. Een klassiek voorbeeld is het beding ‘langst leeft, al heeft’. Via een dergelijke toebedeling verkrijgt de langstlevende echtgenoot geheel het gemeenschappelijk vermogen.
Bovendien kunnen zij deze toebedeling verfijnen en moduleren door bijvoorbeeld een andere vorm van ongelijke verdeling te voorzien (bv. een toebedeling van de roerende – en niet de onroerende – huwgemeenschap in volle eigendom). De mogelijkheden zijn legio. Deze toebedeling, ook wel met de term vennotenbeding aangeduid, ontsnapt civielrechtelijk aan de regels inzake erfrechtelijke inkorting.
De overlevende echtgenoot verkrijgt hier goederen ingevolge een overeenkomst onder levenden. Ook dit heeft de fiscale wetgever een halt toegeroepen. Immers, datgene wat de langstlevende echtgenoot verkrijgt boven de helft van het gemeenschappelijk vermogen wordt aan het successierecht onder worpen (art. 5 W.Succ.).
Belasting
Voor echtgenoten gehuwd met een gemeenschappelijk stelsel kan bij de ontbinding van het huwelijksstelsel zich een vergoedingsregeling opdringen. Zo kan het eigen vermogen zich verrijken tegenover het gemeenschappelijk vermogen of omgekeerd. In het Wetboek Successierechten is er een afwijking voor de vergoedingsregeling die bestaat indien een vermogen zich verrijkt ten aanzien van een ander vermogen.
Voor de inning van het successierecht in de rechte nederdalende lijn of tussen echtgenoten met gemene kinderen of afstamme lingen wordt geen rekening gehouden met de vergoedingen die verbonden zijn, het zij aan de gemeenschap die heem bestaan tussen de overledene en een echtge noot/echtgenote bij wie
hij/zij bij zijn/haar overlijden levende kinderen of afstamme lingen heem , hetzij aan de gemeenschap die tussen de verwanten in de opgaande lijn van de overledene heem bestaan (art. 16, lid 1 W.Succ.).
De gemeenschap van goederen
Eenmaal gehuwd onder het gemeenschappelijk stelsel kunnen de echtgenoten via het huwelijkscontract elkaar beschermen door het toestaan van overlevingsrechten via huwelijksvoordelen en/of contractuele erfstellingen.
1. Herschikking van het eigen vermogen "i.e. bij leven"
De keuze voor de overlevingsrechten vertaalt zich voor echtgenoten gehuwd onder het gemeenschappelijk stelsel in de volgende mogelijkheden, dewelke met elkaar onderling kunnen verbonden worden. Bescherming via.
• via uitbreiding: de inbreng van bepaalde goederen in de huwgemeenschap – de keuze voor het stelsel van de algemene gemeenschap;
• via onttrekking: de uitsluiting van de inkomsten uit de eigen goederen van elk der echtgenoten, de onttrekking van bepaalde goederen uit de huwgemeenschap naar het eigen vermogen van één of beide echtgenoten.
2. Vereffening eigen vermogen "i.e. bij overlijden"
Naast de door de wetgever voorziene mogelijkheden kunnen de echtgenoten via het huwelijkscontract de huwgemeenschap aan de overlevende huwelijkspartner onder verschillende voorwaarden, lasten en modaliteiten toebedelen (niet exhaustieve lijst):
a) het recht van voorafname – preferentiële toewijzing;
b) het recht van vooruitmaking (of préciput), en;
c) het verblijvingsbeding waarbij het gemeenschappelijk vermogen voor meer dan de helft of voor de totaliteit aan de langstlevende wordt toebedeeld (beding ‘langst leeft, al heeft’).
Keuze voor het stelsel van de algemene gemeenschap
Indien de echtgenoten al hun tegenwoordige en toekomstige goederen in het gemeenschappelijk vermogen brengen ontstaat er tussen beide echtgenoten een algemene gemeenschap van goederen (art. 1453 B.W.). Dit stelsel komt vandaag in de praktijk nog weinig voor. In dit stelsel is er in beginsel maar één vermogen: de algemene gemeenschap. De beroepsinkomsten worden gemeenschappelijk. Alle goederen die tijdens het huwelijk worden aangekocht of bij erfenis/schenking worden verkregen, behoren eveneens tot het gemeenschappelijk vermogen, behoudens de hierna vermelde uitzonderingen.
Er is geen eigen vermogen van de man of van de vrouw, uitgezonderd voor de hierna vermelde goederen en rechten: 1°) de goederen van persoonlijke aard (art. 1401, 1° B.W.) die zoals juwelen en kledij die steeds eigen zullen blijven; 2°) de rechten die uitsluitend aan de persoon verbonden zijn (art. 1401, 2°, 3°, 4° en 5° B.W.) en 3°) de goederen geschonken aan één van de echtgenoten met het beding dat zij eigen moeten blijven.
Alle schenkingen en erfenissen die de overledene tijdens een kinderloos huwelijk had verkregen zullen bij zijn/haar overlijden aan de andere huwelijkspartner toevallen.
Echter is de toepassing van de huwgemeenschap aan de langstlevende voor volle eigendom een keuzebeding, ook in het stelsel van algemene gemeenschap. De toebedeling van het gemeenschappelijk vermogen voor de volle eigendom aan de langstlevende van de echtgenoten mag dan wel vanuit civielrechtelijk oogpunt een vennotenbeding zijn, maar fiscaal als is het een legaat. Door te kiezen voor het stelsel van de algemene gemeenschap van goederen kunnen de goederen dus voor een tweede maal worden belast.
Van dit laatste is rechtspraak in cassatie te vinden, herfst 2000 (?).