Archief - Bruto Binnenlands Product

Het archief is een bevroren moment uit een vorige versie van dit forum, met andere regels en andere bazen. Deze posts weerspiegelen op geen enkele manier onze huidige ideeën, waarden of wereldbeelden en zijn op sommige plaatsen gecensureerd wegens ontoelaatbaar. Veel zijn in een andere tijdsgeest gemaakt, al dan niet ironisch - zoals in het ironische subforum Off-Topic - en zouden op dit moment niet meer gepost (mogen) worden. Toch bieden we dit archief nog graag aan als informatiedatabank en naslagwerk. Lees er hier meer over of start een gesprek met anderen.

Matthias9L

Legacy Member
Het bruto binnenlands product (BBP) is de totale geldwaarde van alle in een land geproduceerde finale goederen en diensten gedurende een bepaalde periode (meestal een jaar).
Het grotere Bruto Nationaal Product (verouderde term, nu normaal BNI) waarbij alsook inkomens gegenereerd door staatsburgers in het buitenland gerekend worden, gaan we hier niet bespreken.

Dit topic stel ik op omdat ik niet akkoord ben met een Oostenrijkse econoom die in zijn boek vermeldt dat de meeste experts de intermediaire goederen over het hoofd zien wanneer het bbp berekend wordt. Hij beweert dat de bruto output 3,7 keer de prijs van het netto eindproduct teweeg brengt, terwijl ik denk dat de bbp juist enkel en alleen bepaald wordt door de prijs van het eindproduct, de prijs van individuele onderdelen en de arbeidsprijs zitten verwerkt in de prijs van het eindproduct.

Om het met een voorbeeld weer te geven:
Er zijn 5 fasen nodig om een eindproduct te bereiken.
Fase 1 vergt 18 geldeenheden om te investeren (goederen, arbeid) waaruit bij het eind van fase 1, die intermediair goed een waarde van 20 heeft.
Fase 2, het goed wordt aangekocht voor 20 geldeenheden, nu worden er 16 geldeenheden geïnvesteerd. Dit leidt tot een intermediair product eind fase 2 van 40 geldeenheden.
Fase3 (40+14) => 60
Fase4 (60+12) => 80
Fase5 (80+10) => 100
Telkens 11,11% winst. 2/18=4/36=6/54=8/72=10/90.

Ik kan, analoog de schrijver (Huerta De Soto: Geld, krediet en Crisis, blz.270 tem 276), 7 redenen geven waarom dit theoretisch voorbeeld in praktijk anders overwogen moet worden, (over de jaarlijkse indexaties wordt door de schrijver niet direct iets vermeld hieromtrent, dus meer dan 7 redenen) laten we het echter bij de theorie houden zoals de schrijver dat doet om het nu niet te moeilijk te maken, zeker niet op een games forum.

Er is dus een totaal van 70 geïnvesteerde goederen en diensten waaruit 30 toegevoegde waarde gecreëerd werd. Na elke fase heeft de investeerder een toegevoegde waarde van 11,11%.
-Het bbp wordt door experts berekend: 100. Dit is gewoon het eindproduct.
-De schrijver beweert dat het 370 zou zijn, omdat intermediaire goederen meegerekend moeten worden.
-Ik ben echter van mening, dat als de intermediaire goederen meegerekend worden, we rekening moeten houden met de fasen (die in dit voorbeeld 1 fase per jaar vertegenwoordigen).
Het is nodig om deze tabel u te presenteren (raadpleeg misschien Vraag en aanbod voor tegenwoordige goederen, blz.274 of Productiestructuur blz.266, echter met alle gegevens die ik in dit bericht plaats kan je ook dezelfde conclusie als mij maken).
9v9xkl.png


Je ziet de fasen en kan afleiden dat er in 30 jaar tijd, 25 eindgoederen klaar zijn (vanaf eind jaar 5 telkens 1) en er dus (behalve de eerste en laatste 4 jaar) elk jaar 5 verschillende fases tegelijk plaatsvinden. Moest de schrijver nu zo'n tijdstabel opgesteld hebben, hij zou zijn eigen fout beter inzien (hij beweert zelfs dat experts het niet bij het rechte eind hebben, sorry maar ik vertrouw meerdere experts > docent schrijver). Het probleem is:
-Analoog experts mag je de fases van voorgaande jaren niet meerekenen (dus ook niet de intermediaire fases die tegenwoordig plaatsvinden omdat die later bij het eindproduct verrekend worden). Enkel het eindproduct om dubbel tellen te vermijden, dus een totaal van 100.
-Analoog de schrijver moet je het eindproduct rekenen + de intermediaire goederen (lees: fases) wat het totaal op 270 of zelfs 370 brengt.
-Analoog mijn redenering, moet je de fases apart interpreteren, zo is het dat de onderste blok(fase) van het 5de jaar bijvoorbeeld, de 5de fase vertegenwoordigt die, als die dus verkocht wordt als eindproduct, een gecumuleerde waarde van 100 heeft, maar de voorgaande 4 blokken(fases) moeten er van af gehouden worden omdat deze in het verleden reeds geproduceerd werden, en dus toen al bij het bbp werden gerekend analoog deze redenering. Zo heb je dus het eindproduct, 100, -80(eerder)= 20 die bestaat uit 10 investering en 10 winst. En de intermediaire goederen erboven, 4 fases die bezig zijn om de toekomst van het eindproduct te garanderen de volgende jaren, elk ter waarde van 20 (ter herhaling zoals u begrijpt: fase4 12+8 fase3 14+6 fase2 16+4 fase1 18+2).

Tot zover kan u volgen.
Hier een citaat van wiki:
De grootte van het bbp kan op drie manieren worden berekend:
De objectieve methode: optelling van de in een land gerealiseerde toegevoegde waarden.
De subjectieve methode: optelling van alle primaire inkomens in een land.
De bestedingsmethode: de bestedingen van alle gezinnen, de bedrijven en de overheid bij de binnenlandse ondernemingen.


De vraag die ik me stel: maakt men het moeilijker dan het is? Als de 1 het over het bbp heeft, kan dat zomaar verschillen van een andere visie (gaande van 30 tot zelfs 370, met meestal 100?!).
Wie heeft gelijk: de experts of de schrijver die iets anders beweert?
Om eenvoudig te houden, alle productie en arbeid vindt in het binnenland plaats.

Om het iets moeilijker te maken:
Als ik 18 geldeenheden in een buitenlands bedrijf investeer, krijg ik na een jaar het afgewerkte intermediair goed in de plaats ter waarde van 20 geldeenheden, het wordt zelfs voor die prijs naar België getransporteerd (die 18 geldeenheden bestaan voor 10 uit materiaal, 6 arbeid en 2 transport), maakt dat deel van 20 deel uit van het bbp analoog mijn oorspronkelijke redenering?

Het is nu een stuk in de nacht, laat me gewoon rustig studeren en orde en duidelijk omtrent dit onderwerp verkrijgen. Ja, dit is ter voorbereiding van mijn eindwerk juni2015. Nee, ik begrijp het bbp helemaal nog niet. Ja, ik ga meer moeten opzoeken over micro en macro economie. Ja, ik begrijp wat de schrijver bedoelt maar gij verwoordt het niet goed (of de vertaling is slecht, hij vermeldt BNP terwijl het duidelijk over BBP gaat zonder vermelding van staatsburgers in het buitenland dus). Nee, ik begrijp niet waarom experts en economen het niet met elkaar eens kunnen zijn. Nee, ik hoef geen troll reacties.

Renegadexxripxx

Legacy Member
Wanneer je het BBP bepaald, dien je er niet vanuit te gaan dat wanneer je een stelsel van 5 fases hebt, dat je meermaals de vorige 4 fases doorloopt omdat de verkoop van het product onmiddellijk terug geïnvesteerd wordt in een nieuwe productie.

Zou je dan ook niet kunnen stellen dat de eerste fase zorgt voor een productie van 1 item, terwijl het moment dat je de 2de fase opstart pas kunt doen wanneer je al een vorig product hebt van de eerste fase. Maar daar de eerste fase met winst verkocht is heb je op het moment van de 2de fase de creatie van een nieuw product van de 1ste fase.

Kortom deze geldinflux wordt telkenmale geherinvesteerd met na een verloop van tijd ook weer de winstfactor. Zou dat niet aan de grondslag liggen van de theorie van de docent.

In principe, logischerwijze zou ik dat kunnen verstaan. Je zou zelfs kunnen stellen dat theoretisch gezien elk intermediair product voor zijn fase een eindproduct is waardoor het meegeteld dient te worden in het BBP van dat moment.

Daar je in principe op het moment dat je 1 item van fase 5 geproduceerd hebt er minstens 1 in de pipeline van fase 4 hebt zitten als 1 van fase 3 als 1 van fase 2 als 1 van fase 1 daarnaast moet je dan ook bekijken of de 11% winst over die 5 fases de mogelijkheid geeft voor het opnieuw investeren van een vorige fase in een nieuwe hogere fase.

Ik bekijk morgen als ik zin heb wel even of ik dit cijfermatig kan uitrekenen.

Renegadexxripxx

Legacy Member
100 + 80 + 60 + 40 +20 == 300
Dan effect van de winst nadat fase 5 is gebeurd :
fase 1 : 5 * 2 = 10
fase 2 : 4 * 4 = 16
fase 3 : 3 * 6 = 18
fase 4 : 2 * 8 = 16
fase 5 : 1 * 10 = 10
basisinvloed is nihil daar deze te laat komt om van invloed te zijn in de eerste cyclus van 5 fases. Dit kan pas spelen vanaf fase 6 in alle voorgaande gevallen, met uitzondering wanneer de waardevermeerdering zodanig hoog is dat er vroeger een upgrade naar de volgende fase kan gebeuren en dit van onder uit in de waardeketen.

Allez dat zou mijn non wetenschappelijke visie zijn. Als ik mis ben, dan hoor ik het graag. Wat ook de grondslag is van het grote verschil tussen voorgaande voorbeelden. Als je een keer een waardevermindering hebt waardoor je een fasestap moet overslaan kan dat ervoor zorgen dat je lager uitkomt. Maar mijn inziens blijft het wel logisch dat elk finaal product van de intermediaire keten ook dient meegeteld te worden in het BBP daar je anders te grote fluctuaties krijgt.

Matthias9L

Legacy Member
Renegadexxripxx zei:
Maar daar de eerste fase met winst verkocht is heb je op het moment van de 2de fase de creatie van een nieuw product van de 1ste fase.
Ik voel me gelijk Homer Simpson die naar een collega luistert, maw. ik begrijp er geen bal van en betwijfel of dit wetenschappelijk onderbouwd is.

Renegadexxripxx zei:
In principe, logischerwijze zou ik dat kunnen verstaan. Je zou zelfs kunnen stellen dat theoretisch gezien elk intermediair product voor zijn fase een eindproduct is waardoor het meegeteld dient te worden in het BBP van dat moment.
Dit klopt, ik denk dat je denkt dat je het snapt.
Intermediaire producten voor elke fase worden dan beschouwd als "eindproduct" (tussenproducten) B2B met als totaal van de 5 fasen het eindproduct B2C. Dat omvat mijn redenering en vermijdt dubbel tellen als je die B2B niet in het bbp gaat berekenen, wel het totalen kostenplaat dus B2C.

En die berekening, bwa nee, het zou als volgt zijn:
Leveranciers van tegenwoordige goederen
90+72+54+36+18 = 270
Vragers naar tegenwoordige goederen
80+60+40+20 (voor kapitalisten respectievelijk 2de tem 5de stadium) (hoe hoger het stadium, hoe verder van het eindproduct verwijderd, dus meer beginfase) met 10+12+14+16+18 (voor oorspronkelijke middelen)
200 totale vraag naar kapitale goederen +70 totale vraag van de eigenaars van oorspronkelijke middelen (land en arbeid)=270 totale vraag naar tegenwoordige goederen.

Bruto jaaroutput zogezegd
100 van uiteindelijke consumptie + 270 totale aanbod tegenwoordige goederen?!

Nu ga ik zelf de berekening maken
70 investeringsgoederen + 30 winst = 100.
Als men die 30 winst niet nodig heeft om zichzelf een loon uit te betalen, kan men opnieuw zou investeren, dat kan dus na 4 fasen (2+4+6+8) om 1 nieuwe fase1 te financieren twv van 18 (altijd beginnen bij het begin). (met een overschot van 2, maar anders was dat toch winst, dus it's ok).

Zo vorm ik een soort van theoretische oplopende piramide (niets illegaals ofzo, die term klinkt nogal duister) waarbij om de 4 fases, 1 nieuwe reeks "gratis" gestart kan worden, en men houdt nog 12 over na 1 eindproduct ipv 30 (indien men alle fasen financiert, dus bijvoorbeeld na fase1, 16 bij investeert wat het op 36 brengt om 40 te worden hé).
Ik zou dus de productietijdslijn herzien, zal dat morgen misschien doen als ik tijd en zin vind.
______
Daarna begint de schrijver over allerlei beweringen als er meer gespaard wordt (dwz. sparen door geld te investeren) er dus een bredere productie bestaat in de beginfasen (met lagere rente daar maar dit wordt gecompenseerd omdat ze dus meer waard zijn) waarbij in totaal hetzelfde geld circuleert. Het collectief sparen zou leiden tot minder consumptie en dus de fases dichter bij het eindproduct treffen. Dan geeft hij nog wat cijfers, als het eindproduct nog maar 75 zou waard zijn ipv 100, wie verlies leidt en hoe ze dat moeten opvangen in de boekhouding om niet over kop te gaan. Zelfs wordt gezegd dat de goederen, als de rente lager is (vb. 5 ipv 11,11) dat ze dubbel zo lang zouden meegaan e.d. (kan kloppen omdat er dus hoger loon en materiaal voor meer dan 18 in geïnvesteerd wordt) Het wordt volledig lachwekkend (of in praktijk het tegenovergestelde) wanneer dan het bruto jaarinkomen dan (eindproduct van 75) gelijk wordt gesteld aan 4,9 keer het netto inkomen en er plots al 7 stadia zijn in totaal om hetzelfde eindproduct te bereiken (de investeerders hebben na een ingewikkeld uitziende (relatief eenvoudige) berekening met cijfers na de kommas, in totaal nog exact 5 winst ipv 30, dus in plaats van het dan gewoon als 30-25 te zien moet het allemaal via omwegen gebeuren om de markten in leven te houden. Dus misschien dat mijn te herziene tijdslijn dan verschillende proporties kan aannemen (pessimistisch, neutraal, optimistisch).

Matthias9L

Legacy Member
Eigenlijk wil die docent / schrijver zeggen dat het BNP anders berekend moet worden en niet enkel moet focussen op het eindproduct maar ook op de productieprocessen en investeringen. Dat maakt de oefening te moeilijk, te veel data nodig alsook assumpties nodig naar de toekomst toe.

Want inderdaad als je rekening gaat houden met investeringen en zaken nog in productie dan moet je ook al gaan forecasten wat dat gaat opbrengen, anders krijg je een vertekend beeld. Maar er zijn al een hoop regels die dit opvangen (afschrijving van investeringen en dergelijke).
Het archief is een bevroren moment uit een vorige versie van dit forum, met andere regels en andere bazen. Deze posts weerspiegelen op geen enkele manier onze huidige ideeën, waarden of wereldbeelden en zijn op sommige plaatsen gecensureerd wegens ontoelaatbaar. Veel zijn in een andere tijdsgeest gemaakt, al dan niet ironisch - zoals in het ironische subforum Off-Topic - en zouden op dit moment niet meer gepost (mogen) worden. Toch bieden we dit archief nog graag aan als informatiedatabank en naslagwerk. Lees er hier meer over of start een gesprek met anderen.
Terug
Bovenaan